Bernard Prince, Comanche, Jeremiah: het misantropisch universum van Hermann

Profiel van de 78-jarige Belgische tekenaar Hermann, winnaar van de Grote Prijs van de stad Angoulême 2016 , en dit jaar eregast en juryvoorzitter van het stripfestival in Angoulême.

Hermann: De veerman, 2016. Beeld Hermann

Een maand geleden verscheen De veerman, een ijzingwekkende strip over twee mensen in een toekomstige, kapotte wereld, die trachten te ontsnappen aan hun ellende. Het album was geschreven door Yves H. en getekend door Hermann, vader en zoon, die de achternaam Huppen delen. De duistere, grauwgrijze tekeningen in dit nieuwe album passen naadloos in het misantropische oeuvre dat de 78-jarige Hermann in zijn leven heeft geschapen, met dit keer een bijzondere rol voor zwavelgele en gifgroene luchten – bijtende kleuren die de unheimische sfeer versterken.

Hermann is de Belgische tekenaar van eminente reeksen als Bernard Prince, Comanche (beiden op scenario van Greg), Jeremiah en De torens van schemerwoude (op zijn eigen scenario’s). Daarbuiten tekent de workaholic nog op zichzelf staande albums (‘One-shots’ in stripjargon), zoals De veerman. Het niveau en de omvang van zijn productie maken Hermann tot een van de belangrijkste levende Europese striptekenaars. Het was dan ook met reden dat het festival van Angoulême hem vorig jaar de prestigieuze Grand Prix voor zijn gehele oeuvre toekende. Als uitvloeisel daarvan is hij dit jaar de juryvoorzitter van het vierdaagse festival, dat vandaag begint.

Er zit iets in mij wat stereotiepe schoonheid verafschuwt

De toekenning van de belangrijkste Europese oeuvreprijs viel samen met zijn vijftigjarig jubileum, want in 1966 startten Hermann en Greg met avonturenstrip Bernard Prince. Hermann werkt dan al, na een studie meubelmaken en een cursus architectuur, enkele jaren op de studio van Greg. De dynamische, realistische stijl van Hermann neigt naar die van Jean Giraud, van wie een jaar eerder het eerste album van Blueberry was verschenen. Bernard Prince is een typische rechtschapen stripheld, wiens verhalen genietbaar worden door de sarcastische commentaren van zijn compagnon, de geestige brompot Barney Jordan, een zeeman met oranje baard. Met scheepsmaatje Djinn trekken ze op hun zeilboot de wereld over om in onbestemde gebieden het kwaad te bestrijden.

Barney Jordan (links) en Bernard Prince (rechts)
Beeld Hermann

Redeloos geweld

Na veertien albums Bernard Prince beginnen Hermann en Greg aan westernserie Comanche, waarvan in 1972 het eerste album verschijnt. De eigenlijke hoofdfiguur is Red Dust, een ruwe cowboy, die de brave titelheldin volledig overschaduwt. Al snel overschrijden de makers de grens tussen jeugdstrip en volwassenstrip als ze redeloos geweld introduceren. Dat komt van de gebroeders Dobbs, een stel gewetenloze moordenaars. Aan het slot van de twee albums over de strijd tegen deze outlaws schiet Red Dust de laatst overgeblevene van de broers neer. Deze heeft op dat moment geen wapen meer, maar toch is het niet per se moord in koelen bloede. Hermann rechtvaardigt de afrekening als het ware door te tekenen hoe de vele onschuldigen die deze Dobbs heeft neergeknald bij Red Dust door zijn hoofd gaan als Dobbs om zijn leven smeekt. Dan drukt Red vijf keer af.

Naar die oudtestamentische ontknoping (oog om oog, tand om tand) had de tekenaar zijn scenarist zelf toegepraat, want Hermann had het niet op de moraliserende slotscènes van Greg. „Ik ben tegen happy ends”, zegt hij in interviews. Zoals hij ook niet tegen de doodstraf is. Inmiddels beschouwt Hermann het betreffende Comanche-album, De Hemel is rood boven Laramie, als het beste werk dat hij heeft gemaakt.

Indringend en onverbloemd getekend geweld speelt in bijna al zijn strips een rol. Om te laten zien, hoezeer hij geweld haat, zei hij vorige week in een interview met het Belgische blad Knack. En dat kost hem moeite: „Ik teken het geweld zo lelijk als het is, maar daardoor heb ik geregeld behoefte aan wat afstand van mijn tekeningen.”

Jeremiah, cover van ‘De nacht van de roofvogels’, 1979. Beeld Hermann

In 1977 besluit Hermann dat wie kan tekenen ook kan schrijven. Hij bedenkt zelf de scenario’s voor de post-apocalyptische reeks Jeremiah. Zonder reden of oorzaak te vermelden voor de staat van de wereld laat Hermann de jonge Jeremiah en zijn vriend Kurdy door naargeestige steden en onttakelde landschappen dolen. Het geweld in al zijn lelijkheid krijgt ook in deze reeks een bepalende rol. Al in het eerste album (De nacht van de roofvogels) sterft de freak tegen wie ze het opnemen als hij wordt doodgepikt door de adelaars die hij houdt.

Geweld is niet de enige oorzaak voor de zwartgalligheid in het werk van nihilist Hermann. Allereerst is er de grauwe, bleke en verweerde kleurstelling van zijn werk. De tekenaar is dol op mist, regen en vooral op de nacht. In de gloed van vuur of lampen lichten gezichten vaal oranje of grijs op. Of personages steken zwart af tegen een blauwe schemering. De laatste 25 jaar doet Hermann die inkleuring eigenhandig en zelfs direct op zijn originele tekenwerk.

Weelderige natuur

Ook de locaties zijn sfeerbepalend. Al bij aanvang van de varende held Bernard Prince waarschuwde Hermann zijn scenarist dat hij schepen en water verafschuwt, maar houdt van dieren, van weelderige natuur en ruige (stads)landschappen. In De nevelburcht, een van de sterkste Bernard Prince-albums, leeft hij zich uit op een tocht door rotsige bergen, met als hoogtepunt een passage door een diepe grot, waarin de hoofdfiguren worden aangevallen door vleermuizen. Bij uitzondering neemt Hermann daar een hele pagina om de veelvormigheid van het gesteente weer te geven.

Zijn auto’s zijn schools, maar hij kan een verhaal verzinnen dat zich afspeelt in de savanne, alleen omdat hij luipaarden wil tekenen, zoals hij doet in Afromerica, deel acht van Jeremiah. Dat album opent met een cameo: hij tekent zichzelf als de man die het eerste slachtoffer is van de bloeddorstige dieren. Zo’n knipoog zit ook in De veerman: op de tweede pagina staan Jeremiah en Kurdy op de achtergrond. Die situering maakt De veerman tot een zijtak van de al tot album 34 gevorderde Jeremiah-reeks. Bij zo’n langlopende reeks zijn mindere albums en kritiek over een uitgemolken formule onvermijdelijk, maar wat nooit ontbreekt is het tekenplezier van de oude meester.

Dat het Hermann ernst is in zijn streven naar een naturalistische stijl heeft een opvallend en belangrijk bijkomend effect: hij blijft ver van het gangbare seksisme in de avonturenstrip. Aan erotiek ontbreekt het niet en zijn zoon is geen fijngevoelige scenarist, maar zijn vrouwen zijn naar het leven getekend. In een interview zei hij daarover: „Men heeft me vaak verweten dat ik niet genoeg mooie meisjes teken, maar bimbo’s interesseren me niet. Er zit iets in mij wat stereotiepe schoonheid verafschuwt. In de scenario’s van mijn zoon móét ik soms wel mooie meisjes tekenen, maar ik probeer er geen opblaaspoppen van te maken bij wie de borsten onder hun sleutelbeen beginnen.” Hij sprak daarbij zijn bewondering uit voor de schilder Egon Schiele en vergeleek zijn werk met Engelse cinema: „In goeie Engelse films zie je ook geen mooie koppen. Ze zoeken daar vooral gezichten die de menselijke geloofwaardigheid van het verhaal vergroten.”

Vaak heeft Hermann verklaard dat hij in zijn betrappen van de lelijkheid wordt gedreven door woede over de wereld. Het meest expliciet was dat in het losse album Sarajevo-Tango uit 1995, waarin hij de afzijdigheid van de NAVO in de Joegoslavische burgeroorlog beschimpt. In een voorwoord hekelt hij de hypocrisie van de diplomatie en de moorddadigheid van de Serviërs. Hij schrijft het terwijl Srebrenica wordt binnengevallen en citeert Primo Levi: „Smeerlappen zullen er altijd zijn. De monsters laten hen leven.” Hij heeft het zijn levenswerk gemaakt om van die twee menstypen, de smeerlappen en de monsters, kleurrijk verslag te doen.

Hermann: De veerman. Uitg. Dupuis. €16,95. Comanche: Het brandmerk van Dobbs. Uitg. Sherpa. € 65,-