Heeft een tweede schooladvies zin?

Een extra advies

Paul Rosenmöller pleit voor een tweede schooladvies, in het tweede jaar van de middelbare school. Enkele onderwijsorganisaties verwachten dat met het plan weinig zou veranderen.

Leerlingen van het Leidsche Rijn College buigen zich over examens. Bas Czerwinski / ANP

Middelbare scholen moeten in het tweede jaar leerlingen nogmaals voorzien van een schooladvies. Dat wil Paul Rosenmöller, voorzitter van de VO-Raad (de vereniging van middelbare schoolbesturen). Rosenmöller hoopt hiermee de kansenongelijkheid in het onderwijs tegen te gaan.

1. Hoe gaat een tweede schooladvies daarbij helpen?

Het tweede schooladvies is om te beginnen geen toets. Rosenmöller wil dat scholen het niveau van een leerling na twee jaar opnieuw tegen het licht houden. Zit een kind hier nog goed? Kinderen zijn zo in ontwikkeling dat het niveau kan veranderen.

Bovendien concludeerde de onderwijsinspectie vorig jaar dat kinderen van laagopgeleide ouders die even slim zijn als kinderen van hoogopgeleide ouders naar een lager schoolniveau doorstromen. Leerkrachten geven deze scholieren in groep acht bewust of onbewust een lager advies. En op de middelbare school zou het dus verstandig zijn om te kijken: zit een kind op het juiste niveau of kan het meer?

2. Maar gebeurt dat niet al?

Ja, zeggen verschillende onderwijsorganisaties. Voorzitter Petra van Haren van de Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS) zegt dat scholen constant wegen of een kind wel op het juiste niveau werkt. Een leerling op de havo met alleen maar hoge cijfers kan nu ook al overstappen naar het vwo. Dat gaat overigens alleen gemakkelijk bij brede scholengemeenschappen – middelbare scholen die alle niveaus in huis hebben. Daar kunnen kinderen switchen, op een categorale school niet.

Lees ook: Goede Cito-score? Maakte niets uit

En dat is meteen een knelpunt in het plan van Rosenmöller. Het heeft alleen zin om kinderen opnieuw van een advies te voorzien op een brede school. En daar gebeurt het al, zegt Van Haren. Ze vindt het idee van Rosenmöller erg sympathiek, omdat hij de kansenongelijkheid wil bestrijden. Maar met dit plan verandert er weinig, vreest ze.

3. Wanneer kan er wel wat veranderen?

Als er meer brede scholen komen. Met brede brugklassen. Waar kinderen van verschillende niveaus samen twee jaar doorbrengen. En waar daarna pas de knoop over het niveau wordt doorgehakt.

Dit heet latere selectie, een hot item in het onderwijs. Veel organisaties, zoals de VO-raad, maar ook de AVS, Verus (de vereniging voor katholiek en christelijk onderwijs), de PO-Raad (de vereniging van basisschoolbesturen) en de Aob zijn daar voorstander van.

Latere selectie houdt in dat je niet, zoals nu, voor kinderen van 12 jaar in groep acht al een definitief besluit neemt over het vervolgonderwijs, maar dat je dat doet als de scholieren 15 of 16 jaar zijn. Zodat ze meer ontwikkelingen hebben doorgemaakt en beter duidelijk is welk niveau bij ze past. En dat gaat het best in een brede brugklas.

De onderwijsinspectie pleitte vorig jaar ook al voor meer brede brugklassen. De inspectie ziet namelijk dat het Nederlandse onderwijssysteem behoorlijk dichtgetimmerd is.

De inspectie ziet dat het Nederlandse onderwijssysteem behoorlijk dichtgetimmerd is

Een leerling die eenmaal op een bepaald niveau zit, komt daar moeilijk meer vanaf. Het ouderwetse stapelen is lastig geworden; een kind van het vmbo moet een bepaald cijfer halen om naar de havo te mogen. En er zijn veel categorale scholen bijgekomen, waardoor het doorstromen tussen niveaus niet mogelijk is.

De onderwijsorganisaties zeggen dat ze graag zien dat Rosenmöller zijn pijlen richt op de brede scholen en dat aan zijn achterban (bijna 400 middelbare scholen) meegeeft. Ook de PO-Raad vindt dat de kansenongelijkheid aangepakt moet worden. Maar een woordvoerder vraagt zich af of dit plan van de VO-Raad wel iets toevoegt. Brede brugklassen kunnen volgens hem wel life changing zijn.

    • Juliette Vasterman