Column

Geef de kiezer zijn toekomst terug

Voor veel beleidsmakers was het destijds een raadsel: hoe konden in 2001 en 2002 lokaal eerst de Leefbaren, en daarna nationaal Pim Fortuyn, zo doorstoten in de politiek? Het was waanzinnig goed gegaan in het land – als je naar de economie keek. De werkloosheid was op recordlaagte, het begrotingstekort verdwenen. Ja, na het knappen van de zeepbel op de beurzen in 2000 was er een terugslag. Maar die werd in mei 2002 nog nauwelijks gevoeld, laat staan in 2001 ten tijde van de gemeenteraadsverkiezingen. Dus waar was dan die ‘Puinhoop van Paars?’.

De vraag telt ook nu. En dat is zuur voor het zittende kabinet. Dat heeft zorgvuldig, en klassiek, opgebouwd naar de verkiezingen van maart. Dus zie: er is bijna een begrotingsevenwicht, een oplevende groei en een kelderende werkloosheid. De website van het Centraal Bureau voor de Statistiek oogt als een feestje. En toch.

Alle klachten die niet in cijfers te vangen zijn spelen kennelijk een veel grotere rol dan het welvaartsbegrip. Dan kun je blijven roepen dat we het gelukkigste land ter wereld zijn, een van de meest welvarende, meest concurrerende staten, met relatief uitstekend onderwijs, fantastische zorg als je het met het buitenland vergelijkt, ouderen die gemiddeld buitengewoon goed af zijn, blije kindertjes, ga zo maar door. Allemaal waar. Maar kennelijk niet zo relevant.

Wie zich onveilig voelt, wordt bang. En wie bang is, haalt uit

Het Britse weekblad The Economist concludeerde in de aanloop naar de verkiezingen in 2002 dat Nederlanders een verwend volkje zijn. Hoe kon zo’n welvaart anders worden gerijmd met zo’n onvrede? Zie hier de beperkte blik van de econoom die zich concentreert op de onderste laag van de piramide van Maslow: aan de basisbehoeften van de mens – eten en onderdak – is meer dan voldaan. Wat heet: er is hier sprake van luxe.

En dus wordt verwoed gezocht in de toplaag van de piramide. Van boven naar beneden: zelfontplooiing, erkenning, sociale acceptatie. Maar veiligheid, de op één na onderste en dus fundamentele laag, wordt vergeten. Dom, want het gaat niet alleen om criminaliteit of ’s avonds over straat durven. Hier speelt wel degelijk een economische component.

Ja, de werkgelegenheid groeit. Maar de explosie van het tijdelijke contract, de payroll of het onvrijwillige zzp-verband maakt onveilig: het kan ieder moment over zijn. Ziek? Lastig. Een mindere periode hebben? Riskant. Reorganisatie? Als eerste eruit. Globalisering zorgt uiteindelijk voor gelijke prijzen op wereldschaal. Maar dat geldt dus uiteindelijk ook voor de prijs van arbeid.

Kijk naar het raadsel van de opkomst van 50Plus in een land waar de gepensioneerden het doorgaans goed hebben. Het gaat om de onzekerheid of dat allemaal zo blijft. Senioren zijn vaak niet goed meer in staat om in te grijpen in hun eigen lot, en wachten machteloos af.

Wie zich onveilig voelt, wordt bang. En wie bang is, haalt uit. Economische veiligheid is een fundamentele behoefte. En daaraan lijkt te zijn voorbijgelopen. Dan kunnen de parameters van de economie nog zo hoog oplopen, het is allemaal weinig waard als het gevoel heerst dat de persoonlijke welvaart morgen over kan zijn. Er is hier de afgelopen jaren al vaker gepleit voor de terugkeer van het vaste dienstverband. Daar is niets antikapitalistisch aan. Het is juist een manier om het kapitalisme te beschermen tegen zichzelf. Mensen zijn plannenmakers. Wie ze het vertrouwen en het vermogen om te dromen ontneemt, maakt ze boos.