Frisse blik op gewone mannenkleren

Extra lange overhemden, brede colberts, oversized donsjacks: ontwerpers tonen in Parijs nieuwe varianten van bekende mannenmode.

Wijder, langer: ontwerpen van links naar rechts van de modehuizen Vuitton, Van Noten en Balenciaga Foto’s AFP, Peter Stigter

Als een modemerk een hype is, heeft dat niet alleen gevolgen voor dat merk alleen. Het kan andere modehuizen op een nieuw spoor zetten.

De merken die dat op dit moment doen, zijn Gucci, Vetements en Balenciaga; de laatste twee worden geleid door de Georgiër Demna Gvasalia. Gucci’s Alessandro Michele heeft veel navolging met romantische, uitbundig versierde kleding, Gvasalia met brutale, rauwe versies van streetwear en klassiekers als trenchcoats en bloemetjesjurken.

Bij de mannenmodeshows in Parijs won de Gvasalia-invloed het duidelijk van die van Gucci.

De mannenmode voor najaar 2017 kenmerkt zich door variaties op geliefde, gewone kledingstukken: het donsjack, zo’n beetje de populairste winterjas van dit moment, het klassieke colbert en de trui.

Traditionele stoffen

Hier en daar was nog wel wat fluweel en ander wufts te vinden, maar de overdadige decoratie en ‘vrouwelijke’ materialen van de afgelopen seizoenen waren in de meeste collecties verdwenen.

Veel huizen hadden een voorkeur voor traditionele, wollen stoffen als tweed, flannel en – terug van weggeweest – gebreide shetlandwol. Complete pakken, nog maar weinig gedragen door mannen die dat niet per se hoeven voor hun werk, waren in de minderheid bij de meeste shows.

Uitzondering was die van Paul Smith, die ze voor mannen en voor vrouwen liet zien, want het Britse modehuis toont de dames- en herencollecties van nu af aan gezamenlijk in één show, wat in dit geval te maken kan hebben met het feit dat het er wel eens beter is gegaan. Dat leek ook af te stralen op de collectie, die grotendeels was gemaakt van de – vaak geruite – stoffen die hij in 1976 in zijn allereerste collectie gebruikte. Smith heeft recentelijk sprankelende shows laten zien, maar de tamelijk klassieke pakken en jassen waren weinig opwindend.

Ook Kenzo had ervoor gekozen de mannen- en vrouwencollectie tegelijk te showen. Voor de mannen vielen vooral skipakken, lange donsjacks met een jack erover en knielange truien op.

Haider Ackermann, bekend om zijn decadente stijl, had zoals altijd fluweel en satijn in zijn collectie, maar daarnaast opvallend veel (Schots) geruite wol, wat zijn collectie toegankelijker en straatser maakte. Ackermann showde ook zijn eerste collectie voor Berluti, voorheen een nogal conservatief merk voor de een-procent. De prijzen voor de kleding van Berluti zullen niet zijn gedaald, maar Ackermann maakte er met een losse snit en kledingstukken als een roze parka en broeken met een verlaagd kruis voor het eerst wel mode van.

Foto Berluti
Foto Kenzo
Links: Berluti, Rechts: Kenzo

Supreme en Louis Vuitton

In 2000 werd Louis Vuitton woedend toen Supreme het LV-logo op een skateboard zette. Donderdag dook in de Louis Vuitton-show geregeld luid en duidelijk het logo van Supreme op; ontwerper Kim Jones (sinds 2011) was een samenwerking met het streetwearlabel aangegaan. De rode (buidel)tassen pasten goed bij de mooi los vallende pantalons, de nonchalante lange truien en overhemden en de witte sneakers, maar het geeft te denken als zo’n beroemd luxelabel de cool van een ander merk inzet.

Niet-eigen merknamen waren een trendje in Parijs. Bij Junya Watanabe kwam het logo van The North Face veelvuldig terug; de Japanse ontwerper had jassen gemaakt met het buitensportmerk. Het nieuwe Duitse GmbH had van oude jacks van Helly Hansen avant-gardistische korte jasjes gemaakt.

Bij Dries Van Noten waren de logo’s van de stof- en wolfabrikanten waarmee hij samenwerkt, en die het vaak moeilijk hebben, decimeters groot aangebracht in en op truien en jassen. De nadruk in de stoere, voor Van Notens doen spaarzaam gedecoreerde collectie lag op vorm en proportie. Oversized, double-breasted colberts, remakes van een ontwerp uit 1986, werden niet zoals toen gecombineerd met een wijde pandplooibroek maar met een smalle, vrij korte broek, en er was een keur aan wijdere en lange jassen en eveneens vrij wijde jeans, de pijpen opgerold. Truien reikten vaak over de billen. Van Notens glanzende, gevulde, oversized nylon jassen en trui hoorden tot de hoogtepunten van de Parijse modeweek.

Foto Lanvin

‘Nothing’, stond op sjaals in de show van Lanvin, waarmee Lucas Ossendrijver wilde zeggen dat er geen decoratie, geen samenwerking met een kunstenaar of een ander merk en geen prints aan zijn collectie te pas waren gekomen. Wel had hij eigenzinnige, elegante varianten op vertrouwde kledingstukken als double breasted jasjes en jassen (smal, met een fraaie, ronde, opstaande schouder), capes (groot), geruite overhemden (extra lang, met een korte gestreepte trui erover) en meerkleurige jacks en anoraks (klein of heel groot, in smaakvolle en toch spannende kleurcombinaties).

Trump was, vanzelfsprekend, tijdens de modeweek het gesprek van de dag, maar op de catwalk waren weinig verwijzingen naar politiek te zien. Walter van Beirendonck was uiteraard een van de uitzonderingen; hij staat bekend om zijn engagement.

‘Zwart’, had Van Beirendonck zijn collectie genoemd, naar de toestand in de wereld. De uitvoering was kleurig (geel, oranje, felgroen) en dankzij camouflageprint en de tekst ‘powerplay’ op een shirt strijdbaar. Aan veel jasjes en jacks zaten extra lange armen waaraan zeer grote handen bungelden; de eigen handen konden door splitten halverwege naar buiten. Maar ook bij Van Beirendonck waren zeer draagbare en herkenbare dingen te vinden, zoals elegante, vrij smalle jasjes, bomberjacks en een parka.

Bij Demna Gvasalia’s Balenciaga droeg een aantal modellen lange bankiersjassen, compleet met overhemd en das, soms met gekleurde motorlaarzen eronder. Op T-shirts, sweatshirts en sjaals stond, soms in zeer grote letters, de naam Balenciaga – in de kleuren en het lettertype van het logo van gewezen Amerikaanse presidentskandidaat Bernie Sanders.

    • Milou van Rossum