Duizenden uren subsidie aanvragen

Korzo

Iedereen begrijpt dat subsidie verantwoording vraagt. Maar hoe gaat dat in de praktijk? Lees mee in een ordner met tien centimeter papierwerk waar een theater in Den Haag mee kampte.

Eerst een paar feiten. Ze lijken wat saai, maar ze zijn nodig voor een beter begrip van het verhaal. En het verhaal is nodig voor een beter begrip van hoe in dit land de financiering van podiumkunst is geregeld.

Feit één. In het centrum van Den Haag staat ‘theater en productiehuis Korzo’. Het biedt plek aan jonge, getalenteerde choreografen, ze kunnen er hun talent verder ontwikkelen. Korzo is, zoals de meeste kunstinstellingen, afhankelijk van overheidssubsidies, die meestal voor vier jaar worden toegekend. Of afgewezen, bij Korzo gebeurde dat de afgelopen paar jaar tot drie keer toe, dat afwijzen.

De eerste keer, in 2012, besloot toenmalig staatssecretaris Halbe Zijlstra om überhaupt geen productiehuizen meer te subsidiëren: alle 21 raakten ze hun geld kwijt (voor Korzo ging het om 1,2 miljoen euro per jaar, 4,8 miljoen in totaal). Talentontwikkeling, vond de staatssecretaris, was de verantwoordelijkheid van gezelschappen, niet van speciaal daarvoor ingerichte instellingen.

In 2016 kwam er, voor de volgende vier jaar, wel weer rijkssubsidie beschikbaar, maar waren er te veel aanvragen (15) voor te weinig geld (3 productiehuizen kregen subsidie). Weer nul. De derde keer, een paar maanden later, gebeurde dat nog een keer: te veel aanvragen voor te weinig geld, opnieuw nul.

Een scenario voor een reorganisatie lag al klaar

Tweede feit. Korzo overleefde de bezuinigingen, want er kwam ook wel subsidie. Vooral van de gemeente Den Haag, voor het theater-deel van Korzo: 1,4 miljoen per jaar van 2013 tot 2016, 1,6 miljoen van 2017 tot 2020. Verder kwam er, voor het productiehuis-deel, van 2013 tot 2016 geld binnen via tijdelijke subsidies, dankzij samenwerkingsverbanden en van een speciaal fonds voor de podiumkunst. Tenslotte, voor de periode daarna, kwam er op het laatste moment tóch weer subsidie van het rijk voor het productiehuis: 500.000 euro voor één jaar, 2017. Die vijf ton kwam beschikbaar in december, een scenario voor een reorganisatie lag al klaar.

Laatste feit. In de subsidie-beoordelingen uit 2016 werd de kwaliteit van het werk van Korzo nooit als onvoldoende samengevat. Artistieke kwaliteit, bezoekcijfers, ondernemerschap: het was voldoende of ruim voldoende. Er was vooral niet genoeg geld voor alle aanvragen.

Tien centimeter dik

Dan nu het verhaal. Dat valt, zou je kunnen zeggen, te lezen in het dossier dat zakelijk directeur Aukje Bolle (41) van Korzo op ons verzoek heeft samengesteld. Want dat wilden we weten: hoeveel tijd, in papierwerk, gelobby en gesprekken gaat zitten in het aanvragen van subsidie? En: heeft zo’n voortdurende subsidieonzekerheid invloed op de organisatie, op de sfeer en de zin om aan het werk te gaan? Hoe, met andere woorden, werkt het subsidiesysteem in de praktijk?

Het dossier is pakweg tien centimeter dik geworden: aanvragen, weer net iets anders geformuleerde aanvragen, latere aanvullingen op die aanvragen, bezwaren tegen afwijzingen, voorbereidingen op hoorzittingen, correspondentie met commissies. Eerlijk gezegd, zegt Aukje Bolle, weet ze niet meer hoeveel uren er precies in zijn gaan zitten. Honderden. Vele honderden.

„Eigenlijk is mijn werk: leiding geven aan een organisatie waar zo’n veertig mensen een baan hebben. Zo begon ik hier vier jaar geleden, toen het ons met kunst en vliegwerk was gelukt om de begroting voor een paar jaar sluitend te krijgen. Maar het verwerven van subsidies slokte steeds meer tijd op. Op een gegeven moment bedacht ik: dat is nu dus mijn werk geworden. Die gedachte luchtte op. Toen was het minder raar dat ik er zoveel mee bezig was.”

Dacht ze vier jaar geleden: het komt wel goed? „Ja, dat dacht ik. Ik dacht dat het een tussenperiode was, dat als we zouden laten zien hoe goed we waren, het geld dan wel weer terug zou komen. En daar leek het ook op. Het was ons gelukt om de bezuinigingen het hoofd te bieden, er was belangstelling voor wat wij deden, ook uit het buitenland, en de bezoekcijfers stegen.”

Uit het dossier, 9 April 2015, een artikel uit NRC: ‘29,5 miljoen adviseert de Raad voor Cultuur om extra uit te trekken voor de cultuurbegroting. Dat geld is onder meer nodig voor talentontwikkeling.’ Aukje Bolle, in hetzelfde artikel: Het advies van de raad betekent voor ons een erkenning dat productiehuizen een belangrijke functie hebben.”

Het advies, vertelt ze, „en dat vonden we geweldig”, werd die dag aan Cultuurminister Bussemaker overhandigd in Korzo. „Dat gebeurde in een mooie performance, door een van onze jonge choreografen.”

Helaas, een paar weken later bleek dat de productiehuizen toch niet opnieuw waren opgenomen in de ‘basisinfrastructuur’, zoals het stelsel heet van rechtstreeks door het rijk gesubsidieerde musea, orkesten en toneel- en dansgezelschappen. Dus? „Dus toen zijn we een lobby begonnen.” Dat betekende: correspondentie, afspraken en, uiteindelijk, een hoorzitting.

Uit het dossier, 17 juni 2015: „Geachte genodigden voor het rondetafelgesprek: u wordt uitgenodigd eventuele standpunten voorafgaand aan het gesprek aan de commissie kenbaar te maken. U kunt uw inbreng mailen of in tienvoud meenemen.”

Ze had de inbreng gemaild, twee A-4’tjes met vetgedrukte woorden („Kamerleden moeten veel lezen, dus je maakt het ze zo makkelijk mogelijk”). De hoorzitting leidde tot een motie waarin stond dat in de basisinfrastructuur wel degelijk een aantal productiehuizen moest worden opgenomen, een paar weken later werd erover gestemd. „Het was begin juli, we hadden die dag een personeelsuitje. Ik ben toen eerder weggegaan want ik wilde bij de stemming zijn. Maar het was de laatste dag voor het reces, de stemmingen duurden urenlang. Dus ben ik het thuis gaan volgen, achter de computer. En toen, het was al na middernacht, werd de motie aangenomen. Ik was zo blij, ik danste door de kamer.”

Korzo leverde een subsidieaanvraag in: cijfers, plannen. „Daar ben je maandenlang met je hele organisatie mee bezig. Bijeenkomsten over wat we wilden, hoe we dat wilden bereiken.”

Uit het dossier, 19 mei 2016: „De Raad voor Cultuur adviseert Stichting Korzo geen subsidie toe te kennen.”

Nul, dus. Opvallend: het woord positief stond regelmatig in het advies, er waren ook minpunten, maar vooral werd gevraagd om „meer onderbouwing” en „meer toelichting”. Aukje Bolle: „ Achteraf hadden we het misschien beter moeten opschrijven. Maar het wordt niet drie keer heen en weer gestuurd, hè? Je denkt, als je het advies leest: oh, had je dat ook willen weten? Maar dan is het te laat.”

Er bleken 15 aanvragen te zijn gedaan voor in totaal 3 plekken. „Dat maakte het makkelijker verteerbaar. En ik dacht ook: de andere aanvraag lukt vast wel.” Want: Korzo had óók een aanvraag lopen bij het Fonds Podiumkunsten. „De meeste instellingen vragen bij de een of de ander aan, maar vanwege de onzekere positie van de productiehuizen was ons geadviseerd om beide te doen.” En het fonds had eerder bijgesprongen.

Uit het dossier, 1 augustus 2016, een brief van het Fonds Podiumkunsten: „Het beschikbare budget is tot onze spijt niet toereikend om uw aanvraag te honoreren.”

Korzo was niet als enige onder de streep van het budget terechtgekomen. Ook Noorderslag, Dood Paard, Orkater, en veel anderen, hadden een positieve beoordeling maar kregen geen geld: weer anderen hadden net iets hoger gescoord op de criteria van het fonds. Aukje Bolle: „Voor de zomervakantie zat ik nog een dag met het hoofd marketing: moeten we niet een verhaal klaar hebben voor als het misloopt? Maar dat was absurd, daar wilde ik niet eens aan denken. Ik had er in mijn vakantieplanning wel rekening mee gehouden dat ik op tijd terug moest voor de uitslag. Die kwam ’s ochtends vroeg, ik las de mail terwijl ik nog in bed lag. Een paar keer, ik kon het niet geloven. Weer niks. Gelukkig werd ik meteen gebeld. Marc van Warmerdam van Orkater, die zei: ‘Hoe gaan we dit doen?’ Dat gaf wel weer energie.”

Die energie werd gebruikt voor het formuleren van een bezwaarschrift, het aanvragen van overbruggingsgeld voor wanneer de subsidie weg zou vallen, het maken van scenario’s voor na die datum: wat wel, wat niet, wie wel, wie niet. En om de problemen nog eens onder de aandacht te brengen van burgemeester, wethouders en gemeenteraadsleden van de stad. Misschien wilden ze zelfs een handje helpen?

Uit het dossier, 3 oktober 2016, een mail van Korzo aan Haagse raadsleden: „Hierbij stuur ik u een bericht waarin ik mijn zorgen nogmaals met u wil delen. En u vraag om de landelijke lobby voor de ontbrekende gelden voor de kunsten te ondersteunen.”

Want ook dat begon opnieuw: de lobby. „Daar stelden we brieven voor op, weer met vetgedrukte woorden. En we gingen weer langs: hallo, daar zijn we weer, en ja, we hebben weer hetzelfde verhaal.” Begrijp haar goed: ze wilde niets liever dan dat verhaal vertellen. Het werd ook ondersteund door brieven, die ze doorstuurde, van collega-instellingen en kunstenaars. „Eindeloos veel brieven waarin ze onze onmisbaarheid onderstreepten, dat gaf ook energie”.

Deze keer lukte het wel. Dat wil zeggen, eerst niet: er kwam extra geld, in september, maar voor festivals. Toen, in december, wel.

Uit het dossier, 14 december 2016, een brief van het Fonds Podiumkunsten: „Het zal u niet ontgaan zijn dat de Tweede Kamer vorige week een amendement heeft aangenomen waarmee 10 miljoen extra beschikbaar komt voor cultuur in 2017.”

Nee, het was haar niet ontgaan. „Ik zat in een vergadering toen dat amendement werd aangenomen. De tranen schoten in mijn ogen.” En nu? „Nou ja, er is weer veel te doen: alle plannen moeten opnieuw worden aangepast. Eerst hadden we plannen voor vier jaar subsidie. Toen voor geen subsidie. En nu gaan we naar één jaar subsidie.”

Dus? „Straks volgen er weer drie onzekere jaren. Daarna wordt het hopelijk anders. Iedereen ziet volgens mij zo langzamerhand wel dat dit anders moet.” 

Epiloog Gabriella Bekman (62) is voorzitter van de raad van toezicht van Korzo. Zij heeft altijd bij de overheid gewerkt, de afgelopen jaren als directeur op ministeries (SZW, Verkeer) en bij de Nationale Ombudsman. Ze zegt: „Ik begrijp dat subsidie verantwoording vraagt. Maar nu ik aan de andere kant van de lijn sta zie ik de afstand tussen subsidiegever en werkelijkheid. De pakken papier die gevraagd worden, de eisen die worden gesteld: realiseren subsidiegevers zich wel dat hier geen beleidsafdeling zit? En uiteindelijk wordt een organisatie dan niet zozeer op inhoud, maar vooral op woorden afgerekend.”