Vijf keer moest Van der Steur al door het stof

Vertrouwen

Is het dan nu echt klaar? Voor de zesde maal staat minister Van der Steur voor een cruciaal Kamerdebat. „Dit levert gedonder op.”

Foto: David van Dam

Hoe vaak kan een minister bíjna vallen? Wanneer zegt de Tweede Kamer: nu is het genoeg? Vanaf zijn aantreden in 2015 had minister Ard van der Steur (Veiligheid en Justitie, VVD) al vijf debatten waarin hij diep door het stof moest voor de Tweede Kamer. Deze donderdag is zijn zesde – en meer dan ooit is het de vraag of hij het overleeft. Misschien is het nu echt klaar. En het is ook nog eens campagnetijd.

Vijf debatten in de afgelopen twee jaar waarin Van der Steur bijna struikelde:

1. oktober 2015: de foto van Volkert

Van der Steur erkent een fout, maar hoeft nog niet te vrezen voor zijn positie: hij zit er nog maar net. In het Vragenuurtje zei de minister eerder dat het Openbaar Ministerie (OM) pas op het allerlaatste moment wist dat er een foto van Volkert van der G. op de voorpagina van De Telegraaf zou komen. Het OM heeft die foto zelf geregeld, blijkt later.

„De minister kan zich nauwelijks nog fouten veroorloven”, zegt Tweede Kamerlid Magda Berndsen (D66). „Kan de Kamer erop vertrouwen dat Justitie voortaan juiste en volledige informatie naar de Kamer stuurt?”

Jeroen Recourt (PvdA) is ervan „overtuigd” dat de minister „met volle kracht aan de slag” gaat om het vertrouwen te herstellen.

2. december 2015: Teevendeal-debat

Het hele kabinet krijgt ervan langs in het debat over het eerste rapport van de commissie-Oosting, over de Teevendeal. Het eindigt met een motie van afkeuring tegen het kabinet die bijna de hele oppositie steunt. Van der Steur krijgt het zwaar te verduren, maar na het vertrek van zijn voorganger Opstelten, door de Teevendeal, is nu vooral premier Rutte het mikpunt van de kritiek. Die had „de regie” moeten nemen.

Lees meer over Van der Steur: Ard van der Steur is meer mens dan minister

Van der Steur wordt vooral kwalijk genomen dat hij meeschreef aan een persbericht van het ministerie, waarin de correcte berichtgeving van Nieuwsuur „onjuist” werd genoemd. PVV-leider Geert Wilders in het debat: „Van der Steur en Dijkhoff hebben gewoon meegewerkt aan een persbericht dat de waarheid – dan zeg ik het heel voorzichtig – geweld aandeed.”

3. januari 2016: professor Maat

Nu begint de oppositie het zat te worden. Wéér is Van der Steur in opspraak. Kort na zijn aantreden, in 2015, had minister Van der Steur een lezing van MH17-anatoom George Maat „buitengewoon ongepast en onsmakelijk” genoemd. Ten onrechte, bleek later. Pas na negen maanden bood Van der Steur zijn excuses aan. Tot die tijd beantwoordde hij verzoeken om openbaarheid met compleet zwartgelakte documenten.

Alleen SP, PVV en een paar kleine partijen steunen een motie van wantrouwen. De rest van de oppositie – op de SGP na – wil de minister ‘huiswerk’ geven. Hij moet samen met Rutte bedenken hoe hij de Tweede Kamer voortaan beter informeert.

„Ik heb op geen enkel moment in deze kwestie een minister gezien die gretig op zoek was naar de waarheid”, zegt SP-Kamerlid Michiel van Nispen. „Uit zijn houding blijkt ook niet dat hij ervan heeft geleerd. Bij mijn fractie ontbreekt dan ook het vertrouwen dat we hier niet over enkele weken of maanden weer staan met een soortgelijke kwestie.”

4. april 2016: Brusselse terrorist

Eerst wil de oppositie alleen informatie krijgen over de Brusselse aanslagpleger Ibrahim el-Bakraoui, die in Nederland blijkt te zijn geweest. Maar Van der Steur kan de Tweede kamer zó weinig antwoorden geven dat zijn positie toch op het spel komt te staan. Zo zegt hij dat de FBI Nederland waarschuwde over el-Bakraoui, maar kan hij niet vertellen waarom de Amerikanen dat deden. „Ik heb geen idee”, zegt hij als hij die vraag krijgt. Later zegt hij zelfs dat niet de FBI, maar de New Yorkse politie de waarschuwing gaf.

De oppositie vindt het klungelig, maar alleen PVV, SP, GroenLinks en een paar kleine partijen zeggen het vertrouwen in hem op. „Is de veiligheid bij deze minister in de juiste handen”, vraagt GroenLinks-leider Jesse Klaver in het debat. „Ik wil graag eerlijk zijn. Ik heb geen vertrouwen in deze minister. Daarom steunen wij de motie van wantrouwen. ”

Achter de schermen valt te beluisteren dat de andere oppositiepartijen de strategische voordelen zien van een verzwakte minister die blijft zitten. Het tast het VVD-imago van law and order aan.

5. juni 2016: Teevendeal-debat 2

Van der Steur wordt vooral kwalijk genomen dat hij ICT’ers op zijn ministerie ervan de schuld gaf dat ze ‘het bonnetje’ van de deal niet vonden. Maar zij hadden het juist niet mógen vinden. Van der Steur krijgt ook felle kritiek op zijn tekstsuggesties, nog als Kamerlid, bij een brief van minister Opstelten. Zijn excuses klinken niet nederig. Hij vindt het „vervelend” dat de „suggestie werd gewekt” dat hij de schuld „zou hebben gelegd” bij de ICT’ers. ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers ergert zich eraan „dat de minister zo afwerend was” in het debat. 

6. januari 2017: Teevendeal-debat 3

Er duikt nóg een brief op waarin Kamerlid Van der Steur tekstsuggesties doet. In sommige laat hij informatie weghouden bij de Tweede Kamer. Hij schrijft: „Weghalen. Nodigt onnodig uit tot discussie”, „Dit is zeer riskant (…) is dit eerder meegedeeld?”, „Dit levert gedonder op, aanpassen”.

SP’er Van Nispen:

„Ik zou niet weten hoe hij zich hieruit gaat redden.”