De affaire (2)

Ging het gisteren in deze rubriek over een denkbeeldige affaire, vandaag is een uit het leven gegrepen affaire aan de beurt. Deze wordt indirect beschreven in het verhaal ‘Verliefd op Murray’ uit de onlangs uitgekomen bundel Grote boze seks (Scary Old Sex) van de Amerikaanse schrijfster Arlene Heyman, die met dit boek op liefst 74-jarige leeftijd debuteert.

Dit verhaal heeft Heyman opgedragen aan de Amerikaanse schrijver Bernard Malamud (1914-1986), beroemd geworden met verhalen en romans als The Fixer en Dubin’s Lives. In ‘Verliefd op Murray’ heeft Leda, een beginnende schilderes, een verhouding met Murray Blumgarten, een 28 jaar oudere, getrouwde schilder. De verhouding loopt stuk op zijn jaloezie – hij kan niet verdragen dat zij andere seksuele contacten heeft.

Leda probeert hem te behouden, maar hij stuurt haar het verhaal ‘De dame met het hondje’ van Tsjechov over twee ongelukkig getrouwde mensen die met elkaar een clandestiene relatie beginnen. Hij schrijft erbij: „Op de laatste bladzijden realiseert Gurov zich dat liefde een last is, een noodlot haast.” En Murray raadt zijn vriendin aan een ander te trouwen.

You are always kind, your soul glows in you

Hoe verliep de relatie van de toen 19-jarige Arlene Heyman met de (ook) 28 jaar oudere Bernard Malamud? Daarover zijn twee bronnen te vinden: My Father Is a Book, de memoires van dochter Janna Malamud Smith, en Bernard Malamud – A Writer’s Life, de biografie door Philip Davis.

Janna schrijft opmerkelijk openhartig over haar vader. Ze constateert dat de seksuele relatie met Arlene in 1962 of 1963 moet zijn begonnen, toen hij hoogleraar creatief schrijven was aan Bennington College en Arlene een van zijn studenten. Janna heeft een deel van de briefwisseling tussen hen gelezen en citeert royaal uit de brieven van haar vader. Hij vertelde Arlene over zijn werk en zijn sociale leven en was geïnteresseerd in haar verhalen over haar studentenleven. „You are always kind, your soul glows in you”, schrijft hij haar.

Janna vermoedt dat het seksuele contact al na enkele jaren ophield. Hij bewonderde de erotische vrijgevochtenheid van schrijvers als Hemingway, maar hij was er zelf een te voorzichtig man voor. Bovendien ergerde hij zich aan de andere flirts van Arlene. Zijn vrouw was op de hoogte van zijn relatie en begon zelf ook een kortstondige buitenechtelijke verhouding.

Aan de dichter Howard Nemerov schreef hij in 1968: „Het zou prachtig zijn, denk ik, om weer verliefd te zijn, maar ik kan niet toestaan dat het leven me bij de ballen grijpt. Zo verstandig ben ik wel.”

Lees ook: De affaire (1)

Toch bleven Malamud en Arlene tot zijn dood bevriend. „Als ik iets van je hoor, weet ik weer wie ik ben”, prees ze hem. Zij profiteerde dankbaar van zijn netwerk voor allerlei stages en studie (ze was overgestapt naar de psychiatrie) en leende ook geld van hem. Toen ze in 1979 trouwde, was Malamud een van de hoofdgasten op haar bruiloft. Later, toen hij stervende was, stond ze hem bij in aanwezigheid van zijn echtgenote.

Arlene vertelde aan zijn biograaf hoe Malamud haar ooit Tsjechovs verhaal ‘De dame met het hondje’ had voorgelezen. „Hij was erg ontroerd. Zijn ogen werden vochtig. We hadden toen nog een affaire en ik ben er zeker van dat hij zich identificeerde met wat er in dat verhaal gebeurde.”