Cambuur stunt in Utrecht, naar halve finale in beker

KNVB-beker

Cambuur plaatste zich woensdagavond voor de halve finale nadat de ploeg FC Utrecht uitschakelde na strafschoppen.

Foto Joep Leenen

Een bekeravond zoals een bekeravond moet zijn, met een winnaar die tot de verbeelding spreekt. Zijnde: de underdog. Knock-outvoetbal op de Nederlandse velden is soms, best vaak, een genot en dat werd maar weer eens bewaarheid kwartfinale tussen FC Utrecht en Cambuur woensdagavond. Cambuur won, na strafschoppen. FC Utrecht geknakt na 120 minuten voetbal (2-2), en niet minder dan achttien strafschoppen die pas tegen half tien (aftrap was 18.30 uur) een beslissing brachten

Cambuur Leeuwarden, nummer negen nu in de eerste divisie, overtrof zo de prestatie die halverwege december zo’n indruk had gemaakt. Toen werd Ajax verslagen. Maar op een barre donderdagavond in december op eigen bodem een B-garnituur van Ajax verslaan is in veel opzichten nog niet zo indrukwekkend als het vellen van de gekende cupfighter FC Utrecht op volle oorlogssterkte in zijn eigen Galgenwaard te Utrecht.

De recente geschiedenis van Cambuur is er een om niet vrolijk van te worden. De geliefde trainer Henk de Jong - die in betere tijden kort na de promotie naar de eredivisie in 2014 eens zei: „Komt Barcelona hier, spelen we nog gelijk” - vertrok een jaar geleden toen hij de spelersgroep niet langer aan de praat kreeg. Maar directe degradatie bleek onafwendbaar, Marcel Keizer kon die val niet stoppen. Hij vertrok op zijn beurt naar Jong Ajax, Rob Maas nam het over, werd dit najaar ontslagen en nu zitten ze in Leeuwarden al een tijdje te kijken naar het duo Sipke Hulshoff-Arne Slot. Interimmers met beperkte cv’s.

Wilskracht

De grootste scalp van hen tot op heden was het maandenlang ongeslagen Ajax van Peter Bosz afgelopen december, de ploeg die afgestraft werd voor een hautaine houding die zich vertaalde in het opstellen van een B-eltal. Maar nu dus FC Utrecht, wel met alle basisspelers uiteraard, op de knieën gedwongen, al was het meer geluk dan wijsheid en meer opportunisme dan plan. Maar wel: wilskracht, Kampfgeist en wat dies meer zij.

De vergelijking met het bekersprookje van VVSB vorig seizoen, de amateurclub uit de Bollenstreek die zich tot de halve finale vocht, dringt zich op. Maar Cambuur kent geen HEMA-stagiairs of schilders, bakkers, callcentermedewerkers die ‘s avonds een trainingspak en voetbalschoenen aandoen. In Leeuwarden louter fullprofs als Martijn Barto. Gepokt en gemazeld in het Nederlands profmilieu, gewoon een prima speler. Zijn twee goals velden Ajax in de december en dat was voor de Spijkenisser in kwestie een prachtige accolade. Feyenoorder bovendien.

Maar het bleef daar dus niet bij. Barto’s 2-1 woensdagavond halverwege de tweede helft, na eerdere goals van Ramon Leeuwin (FC Utrecht) en een benutte strafschop van Danny Bakker, was van beduidend minder fraai kaliber dan die twee countergoals tegen Ajax, maar wat gaf het. Hij leidde de sensatie van woensdagavond in met een niet te missen bal die via de paal opstuitte. Cambuur rook bloed.

In de barre zoektocht naar de gelijkmaker kreeg FC Utrecht de bal tot bij Sebastién Haller. Hij controleerde op de borst, ging voor de omhaal, raakte met zijn schoen het hoofd van een Cambuur-verdediger maar scheidsrechter Pol van Boekel zag er een penalty in. Er was inderdaad een hand bij betrokken, maar niets relevants zo leek het in de herhaling. Toen kwam het: de primeur op de Nederlandse velden. Van Boekel liep naar de boarding aan de zijkant, tuurde even naar het scherm en bedacht zich. Geen penalty dus voor FC Utrecht.

Op de avond van een spektakel in wording werd zo een lemma in de voetbalgeschiedenis toegevoegd: de eerste herziening van een strafschop in Nederland met on field-beelden. Maar FC Utrecht maakte vijf minuten voor tijd alsnog gelijk, via Troupée die een rebound van vlakbij in kopte.

Marco van Basten

Cambuur leek toen wel zo’n beetje gezien, maar een sterker FC Utrecht kon niet voorkomen dat de verlenging doelpuntloos verstreek. Natuurlijk was de thuisploeg beter. Aangevoerd immers door de tot beste Nederlandse trainer van het voorbije jaar bekroonde Erik ten Hag, tovenaarsleerling die vorig jaar de bekerfinale haalde in zijn eerste job als hoofdcoach van een eredivisieclub. In de andere dugout een minder gelauwerd duo. De één, Slot, komt net kijken als trainer. De ander, Hulshoff: geen noemenswaardig spelersverleden.

Maar dat maakte dus allemaal niets uit toen de 120 minuten voorbij waren. De strafschoppenserie begon met en het werd reclame voor deze ouderwetse methode om een beslissing te forceren die zomaar eens slachtoffer kan worden van Marco van Bastens innovatiedrift als FIFA’s Chief Officer for Technical Development. Hij wil shoot-outs, maar in zijn geboorteplaats Utrecht toonden de strafschoppen zich een schitterend, noodlottig, gekmakend, frustrerend maar fantastisch schouwspel.

Drie misten namens FC Utrecht (Janssen, Leeuwin, Peterson), twee van Cambuur (Houtkoop, Noor) faalden. Maar Jamiro Monteiro volbracht de bekerstunt. Hier zat alles in.