Recensie

Bij maanlicht lijken zwarte jongens blauw

Moonlight, goed voor acht Oscarnominaties, is een doorleefd drama over identiteit. Regisseur Barry Jenkins plaatst zinnige vraagtekens bij dit glibberige concept.

‘Mijnheer Baldwin, u groeide op in Harlem: in armoede, zwart en homoseksueel”, zei een Amerikaanse televisie-interviewer begin jaren zestig tegen schrijver James Baldwin. Zijn antwoord: „Ja. Je kunt wel zeggen dat ik echt de jackpot heb gewonnen.”

Chiron, de hoofdpersoon van Moonlight, de tweede film van regisseur Barry Jenkins, gebaseerd op een toneelstuk met de fraaie titel In Moonlight Black Boys Look Blue van Tarell Alvin McCraney, is eveneens een gelukkig winnaar van die drievoudige jackpot. De film volgt hem in drie fasen van zijn leven, in drie hoofdstukken, gespeeld door drie verschillende acteurs: als tienjarig kind, als middelbare scholier en als man. In de tijd tussen de hoofdstukken vinden grote gebeurtenissen plaats, die de kijker slechts terloops verneemt. Maar daardoor heeft Jenkins de ruimte om op subtiele nuances in te gaan van de – dramatische en alledaagse – episoden die hij wél laat zien.

Lees ook het interview met Barry Jenkins: ‘Empathie is de motor van de film’

Chiron groeit op in een zwarte achterstandswijk van Miami, Liberty City, waar Jenkins ook zelf vandaan komt. Hij is als tienjarige, gespeeld door Alex Hibbert, een in zichzelf gekeerd kind, een buitenbeentje: voor andere kinderen een gemakkelijke prooi. Zijn vader kent hij niet, zijn overwerkte moeder (Naomie Harris) zoekt vergetelheid in crack. Hij vindt een tweede thuis – en een vaderfiguur – bij crackdealer Juan (Mahershala Ali) en bij diens vriendin Teresa (Janelle Monáe), een tweede moeder.

Als puber, in het tweede deel, is Chiron (Ashton Sanders) nog steeds het doelwit van pesters op school en op straat, de crackverslaving van zijn moeder heeft desastreuze proporties aangenomen, zijn klasgenoot Kevin is de enige jongen die hem echt ziet staan, en maakt seksuele dromen in hem wakker.

In het derde hoofdstuk is Chiron volwassen, en wordt hij gespeeld door de imposante Trevante Rhodes. Hij bezoekt zijn moeder. Na jaren belt zijn jeugdliefde Kevin (André Holland) hem ineens op.

Dat klinkt zwaar en grimmig, en Moonlight loopt inderdaad niet weg voor de sociale problemen van de zwarte onderklasse. Maar hoe uitzichtloos de ellende ook lijkt – er zijn altijd momenten van tederheid en poëzie in de film, met dank aan de warmte en het licht van het subtropische klimaat in Florida, de beweeglijke camera en de score van Nicholas Britell.

‘Moonlight’ komt uit de stal van het bedrijf Plan B van filmster Brad Pitt. Waarom is hij zo’n succesvolle filmproducent?

Crackdealer en vaderfiguur

Waar het klassieke kerngezin uit elkaar is gevallen – of eigenlijk nooit is gevormd – ontstaan nieuwe familiebanden, die het gemis voor Chiron weliswaar niet wegnemen, maar wel voor een deel opvullen. Zelfs een crackverslaafde moeder wil wél dat hij elke dag naar school gaat. Een crackdealer is nooit alleen maar een crackdealer. Moonlight weet zo van elk stereotype een complex personage te maken, vaak met minimale suggesties.

De film is gebaseerd op het werk van een toneelschrijver, en dat is te zien: dialogen, vaak op dezelfde locatie, domineren. Maar die alledaagse en tegelijk veelzeggende gesprekken zijn nooit theatraal, uitleggerig of kunstmatig welbespraakt.

Moonlight is een film over identiteit, het thema waar momenteel zoveel maatschappelijke controverses om draaien – van Donald Trumps ‘Amerika Eerst’ tot Zwarte Piet. Maar Moonlight gaat ook in tegen elke demagogische simplificatie. Als de film iets laat zien, dan is het hoe ingewikkeld, veelvormig, tegenstrijdig en ongrijpbaar ‘identiteit’ eigenlijk is.

Chiron is een man. Hij is zwart. Hij is homoseksueel. Hij is een zoon van misschien wel twee moeders. Hij is op zoek naar een vader die hij nooit heeft gekend. Hij vindt een vaderfiguur in Juan. Juan is zwart, en trots om zwart te zijn. Maar hij is afkomstig van Cuba en is dus weer geen Amerikaan. Al die identiteiten hangen met elkaar samen, maar zijn misschien ook in tegenspraak met elkaar.

Er is Chirons identiteit in het diepst van zijn eigen gedachten, en er is de manier waarop hij zich aan de buitenwereld presenteert. En is iemands persoonlijke identiteit een leven lang hetzelfde, of verandert die steeds? Is hij als kind, puber en man nog dezelfde persoon, of is hij juist onherkenbaar veranderd? Hij wordt gespeeld door drie verschillende acteurs.

Al die vragen roept Moonlight op, maar terloops, zonder op enig moment belerend te zijn, uitsluitend door tamelijk alledaagse situaties te portretteren. Hoe glibberig het concept ‘identiteit’ eigenlijk is, onderstreept Jenkins nog eens door cruciale scènes zich op het strand te laten afspelen, of in de oceaan: ergens tussen de zee en het land in, ongewis en vloeiend. Bij maanlicht lijken zwarte jongens blauw.

Leve het verschil?

Betekent al die vloeibaarheid en complexiteit dat iedereen vrolijk zijn eigen identiteit bij elkaar kan shoppen, en vive la différence? Nou, nee. Chirons omstandigheden zijn natuurlijk ook dwingend en bepalend voor hem. Anderen proberen – hardhandig en hatelijk – zijn identiteit vast te stellen voor hem. Dat laat Moonlight ook zien. Chiron wordt geconfronteerd met het scheldwoord ‘faggot’, nog voordat hij weet wat dat betekent.

Om in de wereld te kunnen overleven moet hij zich een harnas aanmeten; in ieder geval voor de buitenwereld. Hij moet sterk zijn, krachtig, intimiderend. Maar hij betaalt daar een prijs voor. Dat harnas is ook zijn gevangenis. De drie hoofdstukken van Moonlight zijn vernoemd naar de naam en bijnamen van de hoofdpersoon: ‘Little’, ‘Chiron’ en ‘Black’. In die laatste hoofdstuktitel ligt ook kritiek besloten op de uiterst beperkte opties die Chiron heeft om ‘Black’ te zijn. Hij ziet zich bijna gedwongen om zich te voegen in een zeker stereotype van wat het betekent om een zwarte man te zijn.

Moonlight is de tweede film van regisseur Barry Jenkins. Acht jaar geleden maakte hij het mooie Medicine for Melancholy. Dat was ook al een fraaie, subtiele film over – zwarte – identiteit, maar gesitueerd in een heel ander milieu. Die film gaat over twee zwarte hipsters in San Francisco, in een alternatieve scene, die bijna volledig wit is. Moonlight is zeker geen gedeprimeerde of zelfs neerslachtige film, daarvoor bevat de film te veel leven. Maar Jenkins biedt ook geen simpele oplossingen of valse hoop. Zijn medicijn voor melancholie lijkt hij nog niet te hebben gevonden.