Opinie

Zo’n onderbuik is een premier onwaardig

Van alles wat asociaal is maakt Rutte één allochtoon gedrocht, schrijft . In de VVD-advertentie die maandag in een aantal dagbladen verscheen laat de minister-president zich kennen als een burger die zijn impulsen niet kan beheersen.


Walt van der Linden is journalist en publicist.

Met zijn plat-Haagse ‘pleur op’ in Zomergasten wilde Rutte laten zien dat niets menselijks hem vreemd is – ook onderbuikgevoelens niet. Terechte woede over asociaal gedrag vertaalt zich ook bij hem soms in een politiek incorrecte opmerking. Daar nam hij even later nogal halfslachtig afstand van: als premier zou hij iets anders zeggen.

Zijn sympathie voor de gewone, misschien wel boze en waarschijnlijk witte burger keerde terug in een recent VVD-spotje. „Ik snap jouw zorgen”, zegt Rutte daarin. „Over al die nieuwe mensen van buiten, en wat dat betekent voor ons land.” Onvermeld bleef over welke nieuwe mensen dit nu precies ging. In een paginagrote brief, maandag afgedrukt in meerdere landelijke dagbladen, wordt het dan eindelijk glashelder. Impliciet, maar tegelijkertijd weinig subtiel.

Rutte maakt zich kwaad over asociaal gedrag, maar nadrukkelijk niet over élk asociaal gedrag. Louter dat van mensen die „naar ons land zijn gekomen voor de vrijheid” – dus niet dat van de autochtone Nederlander. Niet het graaien van bankiers, of handelen met voorkennis. Niet het bekladden van moskeeën, of het versturen van digitale doodsbedreigingen. Wél het bespugen van conducteurs – maar dan alleen als de spuger een migratieachtergrond heeft.

Als een Sylvana-uitzwaaidag

Aanvankelijk kun je nog denken dat hij het op criminele vluchtelingen heeft gemunt. Mensen die wij vrijheid en veiligheid schenken en in ruil daarvoor onze straten vervuilen en vrouwen naroepen. Maar even later wordt als aso-gedrag ook „gewone Nederlanders uitmaken voor racisten” genoemd – in één adem met homofobie en seksuele intimidatie, zelfs. „Ik begrijp heel goed dat mensen denken: als je ons land zo fundamenteel afwijst, heb ik liever dat je weggaat. Dat gevoel heb ik namelijk ook. Doe normaal of ga weg.” De link met de Sylvana Simons-uitzwaaidag is makkelijk gelegd. Even later volgen mensen die „sarren met vlogjes”.

Dus niet alleen Syrische vluchtelingen, maar ook treitervloggers. Niet alleen misdadigers met een gloednieuw paspoort, maar ook migranten van de derde of vierde generatie. Niet alleen mensen die vrijheid zochten, maar ook hun in Nederland geboren kleinkinderen. Niet alleen geweldplegers, maar ook mensen die zich maatschappijkritisch uiten. Van al deze groepen maakt Rutte één allochtoon, het vaderland bedreigend gedrocht. Als u het burgerschap van dit monster in twijfel wilt trekken, dan heeft de premier van alle Nederlanders daar alle begrip voor.

Schaamteloos en berekend

Vooroordelen kun je niet uitroeien, maar je kunt wel zorgen dat je ze niet tot beleid verheft, schreef Maxim Februari afgelopen zomer in deze krant. Wellicht geldt dit ook voor die pleur-op-emotie. Dat je bloed gaat koken van nieuws over mishandelde hulpverleners is niet meer dan normaal. Dat je een verwensing naar je beeldscherm schreeuwt is legitiem, dat die niet altijd politiek correct is: het zij zo. Die woede kan een politicus kanaliseren, ontdoen van de onfrisse elementen, omzetten in constructieve oplossingen. Het probleem is dan ook niet zo zeer dat de VVD stemmen bij de PVV probeert weg te kapen. Op zichzelf genomen valt een poging daartoe juist toe te juichen.

Maar Nederland is van iedereen met een Nederlands paspoort. ‘Pleur op’ is meer dan verontwaardiging alleen, het is ook xenofobie en racisme. Een onderbuikreactie, een emotie die je met (een minimum aan) beheersing en ratio kunt overwinnen. Dat durft Rutte echter niet meer van de burger te vragen. Hij heeft geleerd van de successen van Trump en Wilders en weigert de kiezer nog langer te corrigeren. Liever appelleert hij, schaamteloos en berekenend, aan dat gevoel, om het in één moeite door te legitimeren. Hij zegt simpelweg: ik begrijp jou, ik heb het ook. Geef het op 15 maart aan mij en mijn partij. Bij ons is het veilig.

Je kunt je impulsen wel degelijk het hoofd bieden. Daar is een prachtig woord voor: beschaving. Rutte stelt dat er slechts één vraag op tafel ligt: wat voor land willen we zijn? Laten we om te beginnen afspreken dat we geen land willen zijn dat onderbuikgevoelens tot beleid verheft.