Wist de premier er echt niks van?

De Teevendeal Op de rol staat een debat met minister Van der Steur. Maar politiek is hij allang weg. De rol van premier én VVD-lijsttrekker Rutte is nu brisant.

Foto Koen van Weel/ANP

Als het lastig wordt, zit premier Mark Rutte er bovenop. Dan belt hij je rustig tien, vijftien keer per dag om net dat ene detail nog even door te nemen. Dat weet het halve Binnenhof. De politiek leiders in elk geval, omdat zij bijna allemaal met hem hebben samengewerkt.

Precies die manier van werken maakt het voor de oppositie lastig te geloven dat het waar is, wat de premier steeds heeft gezegd over de Teevendeal. Namelijk dat Rutte nooit bij Fred Teeven naar details heeft gevraagd over de schikking die Teeven in zijn tijd als officier van justitie, in 2000, met drugscrimineel Cees H. had gesloten.

Eerst nog even in het kort de laatste aflevering van de Teevendeal. Het is die voor de VVD vreselijke tv-serie waar steeds tóch weer een nieuwe aflevering van blijkt te zijn en die al drie VVD’ers hun baan heeft gekost. Dinsdag presenteerde Bas Haan, de journalist van televisieprogramma Nieuwsuur die steeds de primeurs had, zijn boek over de geschiedenis.

Bas Haan publiceerde in zijn boek een brief waarin Ard van der Steur, in zijn tijd als Tweede Kamerlid, nogal directief advies geeft aan toenmalig minister Opstelten.

Het was al bekend dat Van der Steur Opstelten uitgebreid over zijn brieven adviseerde. Alleen dat Van der Steur door die brieven zo precies te lezen óók wist dat toenmalig staatssecretaris Teeven „herinneringen” aan de deal had, en die als „zeer kwetsbaar” typeerde in de kantlijn, dat wist de Tweede Kamer niet. In de officiële versie van de brief waren die herinneringen verdwenen. Van der Steur zei er later nooit meer wat over.

Het is aan Van der Steur

In de VVD zeggen ze: het is aan Ard van der Steur zelf om de Tweede Kamer donderdag in het debat te overtuigen dat dit geen nieuws is. „De minister zal moeten bewijzen dat de beschuldigingen vals zijn”, zei fractievoorzitter van de VVD Halbe Zijlstra voor de camera’s, over de aantijging van Nieuwsuur dat Van der Steur heeft gelogen. Natuurlijk moet een minister het zelf zien te rooien in het debat, dat is altijd zo. Alleen hier speelt mee dat de politieke carrière van Ard van der Steur wat de VVD betreft binnenkort voorbij is. Hij staat niet op de lijst voor de volgende Tweede Kamerverkiezingen en weet dat hij ook niet op een nieuwe ministerspost hoeft te rekenen. Dus als de VVD-top vandaag of morgen besluit dat het toch beter is dat Van der Steur gaat, dan gáát hij.

Op zoek naar het antwoord op de vraag of Van der Steur blijft, keken de meeste journalisten dinsdag ook even naar coalitiegenoot PvdA. In een kort overlegje ’s middags over het tijdstip van het echte debat koos de PvdA de kant van de oppositie. De VVD wilde de pijnlijke sessie in de Tweede Kamer het liefst zo snel mogelijk achter de rug hebben, daarom wilden zij het debat al dinsdagavond. De oppositie wilde juist meer tijd en dat begreep de PvdA wel. Dus het werd donderdag.

Lees hier alsjeblieft niet te veel in, zeiden PvdA’ers later: de stilzwijgende afspraak tussen de twee partijen is dat elke coalitiepartner over het lot van zijn eigen bewindspersonen gaat. Die regel bestaat nog steeds. Ook al zijn er bijna verkiezingen.

Ruttes geloofwaardigheid

Juist door die aankomende verkiezingen is probleem twee dat in het debat donderdag aan bod komt, van meer structurele aard voor de VVD en de campagne van de liberalen. Het gaat om de geloofwaardigheid van lijsttrekker Rutte.

Uit gesprekken met „betrokkenen” blijkt, schrijft Bas Haan, dat Rutte al vanaf april 2014 wist dat Fred Teeven zich een veel hoger bedrag herinnerde dan eerder door het kabinet aan de Tweede Kamer was gemeld.

Rutte en Teeven spraken volgens Haan „eerder en vaker” over de Teevendeal dan Rutte later tegen de commissie-Oosting zou zeggen. Haan schrijft: „Rutte kan niet anders dan dit volhouden, omdat de enige andere optie is dat hij erkent dat hij de waarheid altijd verzwegen heeft.”

In het boek ontkent Rutte Haans bevindingen, als hij de premier ermee confronteert. Maar de oppositie gaat donderdag opnieuw proberen hem in het nauw te brengen.

Ruttes geloofwaardigheid is toch al onderdeel van de campagne. Wie gelooft er nou, zeggen de andere lijsttrekkers, dat Rutte écht niet met Wilders gaat regeren na 15 maart? Daar past dit nieuws voor Alexander Pechtold (D66), Sybrand van Haersma Buma (CDA) en Jesse Klaver (Groenlinks) perfect in. Het gaat ze om de vraag of de minister-president wel te vertrouwen is.

Een Rutte die hard ontkent kan voor de oppositie op de iets langere termijn ook wat waard zijn. Want als hij liegt, zoals Haan schrijft, is de kans reëel dat daarover alsnog bewijs voor naar boven komt, denken ze.

Zo ging het al eerder. Na publieke uitspraken volgden onthullingen die het tegendeel bewezen. Van der Steur maakte, eind 2015 en toen was hij minister, een lullige opmerking over de mensen van de ICT-afdeling, die het bonnetje kennelijk niet hadden kunnen vinden. Pardoes bracht Nieuwsuur een paar maanden later dat het bonnetje juist bijna wél gevonden was, maar dat de zoektocht vlak daarvoor werd gestopt. Het leidde tot het tweede onderzoek van Oosting.

Niemand zit op nóg een onderzoek in de Teevendeal te wachten. Maar in dit dossier kan alles – en tot nu toe pakte het voor de VVD nooit goed uit.