Waarom was nu net die ene e-mail niet openbaar?

Teevendeal De politiek gevoelige bemoeienis van Ard van der Steur in de zaak van de Teevendeal was bekend bij de commissie die onderzoek deed. Maar de details bleven geheim.

Foto ANP / Martijn Beekman

Nieuws? Voor de onderzoekers van de Teevendeal waren de onthullingen van Nieuwsuur allang bekend.

Minister Ard van der Steur (Veiligheid en Justitie, VVD) zette als Tweede Kamerlid opmerkingen bij brieven van – toen nog – minister en partijgenoot Ivo Opstelten. Die wilde in 2015 voor het eerst bekendmaken dat staatssecretaris Teeven zich ongeveer de bedragen van de Teevendeal kon herinneren. Dat vond Van der Steur „zeer kwetsbaar”, schreef hij in de kantlijn. Daarmee leek hij te suggereren dat deze informatie beter geheim kon blijven voor zijn collega-Kamerleden. In de definitieve brief schreef Opstelten toch maar weer dat Teeven „onvoldoende herinneringen” had.

De commissie-Oosting had in een onderzoeksrapport al geschreven dat Van der Steur met „een aantal vragen en tekstuele suggesties” was gekomen. Geen nieuws dus. En dat had het wat de commissie betreft ook niet hoeven zijn voor de Tweede Kamer. Maar dan hadden ze erover moeten doorvragen.

Volgens de commissie is er dus ook niks achtergehouden. Voorzitter Marten Oosting, oud-ombudsman, zegt in een schriftelijke reactie tegen deze krant dat hij zich precies aan de onderzoeksopdracht heeft gehouden. Die luidde: ontdek of minister Opstelten en zijn ambtenaren hun best deden om het bonnetje verborgen te houden. En niet: onderzoek de rol van Tweede Kamerlid Van der Steur.

Volgens Oosting hebben de Tweede Kamerleden „kennelijk geen aanleiding gezien om hun voormalige collega, minister Van der Steur, op dit punt nader te bevragen”.

Informatie achterhouden

Tweede Kamerlid Michiel van Nispen (SP) vindt zelf ook dat hij alerter had moeten zijn. „Ik heb het hele rapport gelezen en ik heb niet doorgevraagd op die passage. Het had de Kamer gesierd als wij daar scherpe vragen over hadden gesteld.”

Maar de meeste andere Tweede Kamerleden vinden dat ze niks verkeerd hebben gedaan. Het kabinet heeft de plicht om actief met alle informatie naar buiten te komen, zeggen ze. D66-leider Alexander Pechtold: „Ik voel me zo langzamerhand een forensisch accountant in plaats van Kamerlid. Het zou niet nodig moeten zijn dat ik een heel notenapparaat moet interpreteren om nog meer papier boven water te krijgen.”

Had Oosting het dan duidelijker moeten opschrijven? Had hij de tekstuele suggesties van Van der Steur moeten afdrukken in zijn rapport?

De Tweede Kamerleden zijn op hun beurt niet heel kritisch over Oosting. GroenLinks-leider Jesse Klaver zegt dat zijn fractie dinsdagochtend wel gepraat heeft over dit dilemma: „Wat moet de reikwijdte zijn van zo’n onderzoekscommissie en waar richt die zich wel of niet op?” Maar het „achteraf becommentariëren van een commissie” vindt hij „een beetje makkelijk”.

Ook Klaver benadrukt dat het kabinet schuld heeft aan het achterhouden van informatie. „Artikel 68 van de Grondwet vraagt een actieve informatieplicht van het kabinet aan de Kamer. Dat heeft het kabinet niet gedaan. Sterker nog: ze hebben het geprobeerd te verbloemen.”

Omstreden documenten

Alex Brenninkmeijer, oud-ombudsman en nu lid van de Europese Rekenkamer, heeft een heel andere opvatting dan Oosting over het publiceren van gevoelige bevindingen die buiten je opdracht vallen.
Hij wil niet specifiek ingaan op de keuzes van Oosting, maar volgens hem moet je als onderzoeker omstreden documenten zoveel mogelijk openbaar maken als die relevant zijn. „Het gaat om publieke verantwoording. Mensen moeten hun eigen conclusies kunnen trekken. Het is heel ongelukkig als er na jaren nog documenten naar boven blijven komen.”
Moet een onderzoeker zich dan niet letterlijk houden aan de opdracht? „Op zich wel”, zegt Brenninkmeijer, „maar die moet je uitleggen in het kader van de publieke verantwoording. Als je vindt dat het belangrijk is dat iets naar buiten komt, vind ik dat je dat moet noemen.”