Van der Steur wankelt na onjuist informeren van Tweede Kamer

Teevendeal Nieuwe onthullingen over de Teevendeal plaatsen VVD-leider Rutte voor een dilemma in verkiezingstijd.

Minister Ard van der Steur (Veiligheid en Justitie, VVD) staat vorig jaar de pers te woord. Foto Remko de Waal/ANP

De VVD steunt haar minister Ard van der Steur (Veiligheid en Justitie) nog. Maar blijft dat ook zo?

De minister blijkt de Tweede Kamer verkeerd ingelicht te hebben over zijn rol als Tweede Kamerlid in de politieke affaire rondom de Teevendeal. Dat schrijft Nieuwsuur-verslaggever Bas Haan in een boek dat deze dinsdag verschijnt. Het is de zoveelste keer dat Van der Steur in ernstige politieke problemen komt.

Anders dan hij vorig jaar in de Tweede Kamer zei, wist Van der Steur in 2015 als Kamerlid al dat toenmalig staatssecretaris Fred Teeven (Veiligheid en Justitie, VVD) zich het bedrag van de deal herinnerde. Sterker nog: Van der Steur droeg er als Kamerlid aan bij dat de Kamer zijn collega-Kamerleden niet geïnformeerd werd over de correcte herinnering van Teeven.

De politieke toekomst van Van der Steur staat nu op het spel. De oppositie wil nog deze week een debat en hint al op een motie van wantrouwen. Premier Rutte verdedigde zijn minister maandag in RTL Late Night. „Ministers zijn geen wegwerpartikelen.”

Als de VVD volhardt in die steun kan dat een risico zijn: Rutte zal zijn opnieuw beschadigde minister herhaaldelijk moeten verdedigen in campagnetijd. Maar de minister laten vallen, betekent dat de partij haar tweede minister op Justitie kwijtraakt. Een makkelijke uitweg is er niet in dit pijnlijke dossier.
Belangrijk voor Van der Steurs toekomst is ook coalitiepartner PvdA. Tot nu toe was de afspraak dat de eigen partij beslist of een bewindspersoon moet vallen. Maar houdt PvdA-lijsttrekker Lodewijk Asscher zich hier ook nog aan in campagnetijd – zeker nu zijn partij er in de peilingen zo slecht voorstaat?

De PvdA reageerde maandag alvast scherp. Als dit klopt, zei Kamerlid Jeroen Recourt, „dan is er iets serieus aan de hand”. De minister komt dan in „staatsrechtelijk zwaar weer”.

Lees ook de column van Tom-Jan Meeus: Van der Steur en de voldongen feiten

De Teevendeal was een schikking die Teeven in 2000 als officier van justitie sloot met drugscrimineel Cees H. Toenmalig minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) en staatssecretaris Teeven stapten begin 2015 op toen het ‘onvindbare’ betaalbewijs van 4,7 miljoen gulden opdook toch werd gevonden. Opstelten had altijd gezegd dat dit ‘bonnetje’ onvindbaar was en dat hoofdpersoon Teeven zelf het bedrag ook niet kon noemen, omdat Teeven „onvoldoende herinneringen” zou hebben.

Maar Teeven herinnerde zich wel degelijk ongeveer het bedrag, bleek al eerder. Teeven noemde al in april 2014, kort na de eerste Teevendeal-onthulling, een bedrag van 4,8 miljoen gulden, nadat een topambtenaar van Justitie hem vroeg naar zijn herinnering. De ambtenaar maakte een verslag dat hij opborg in een kluis. De Tweede Kamer mocht niks weten.

Kamerlid Ard van der Steur hoorde in ieder geval in maart 2015 van die herinnering, blijkt nu. Opstelten was toen van plan om die alsnog bekend te maken aan de Tweede Kamer, nadat Nieuwsuur een betaalbewijs van de deal had onthuld.

Van der Steur in kantlijn: ‘zeer kwetsbaar’

Een van de Kamervragen luidde: wat herinnerde Teeven zich in april 2014? Opstelten schreef in zijn conceptantwoorden op Kamervragen wat Teeven vertelde tegen de topambtenaar. Maar Van der Steur, die de antwoorden redigeerde, merkte in de kantlijn op: „Zeer kwetsbaar. Als dit de herinnering van de stas [staatssecretaris, red.] is waarom is dat dan niet eerder gemeld?” Het ministerie besloot daarna om Teevens herinnering toch geheim te houden. Opstelten schreef dat Teeven „onvoldoende herinneringen” had aan de „feitelijke financiële afwikkeling” van de deal.

Daarover heeft Van der Steur de Tweede Kamer in december 2015 verkeerd ingelicht, in een debat over de Teevendeal. Toen was al duidelijk dat Van der Steur meeschreef aan Kamerbrieven van Opstelten. Maar Van der Steur maakte duidelijk waar wat hem betreft de grens lag: hij wilde geen gevoelige informatie krijgen die nog niet bekend is bij de hele Tweede Kamer.

Van der Steur vertelde over een vergadering op het ministerie waarin hij die grens duidelijk trok, op maandag 9 maart. De topambtenaar zei dat hij zijn gespreksverslag met Teeven ging halen. Volgens Van der Steur was hij toen opgestaan omdat het hem niet paste kennis te nemen van die informatie. Maar kort vóór die vergadering had Van der Steur die kennis al tot zich genomen – en waarschuwde hij dat het „zeer kwetsbaar” was om die op te schrijven. Zo overschreed Van der Steur dus de grens die hij zelf trok.

Een woordvoerder van Van der Steur zegt dat niet alle onthulde feiten nieuw zijn. Van der Steur zei tijdens het debat eind 2015 al dat hij in maart over de herinnering van Teeven hoorde. En zijn tekstadviezen waren bekend bij de commissie-Oosting die in haar rapport wel het bestaan van de documenten noemde, maar niets zei over de inhoud ervan.