Uitspraak Brits hof kan Mays Brexit-planning vertragen

Supreme Court

Hof bevestigt: aanvraag voor een Brexit moet voorgelegd worden aan Lagerhuis in Londen, maar niet aan de parlementen van Schotland, Wales en N-Ierland.

Een man zwaait met de Europese vlag voor de Supreme Court. Foto Daniel Leal-Olivas/AFP

Met een stemverhouding van acht rechters voor en drie tegen heeft het Britse Supreme Court dinsdagochtend besloten dat de regering van Theresa May toestemming moet vragen aan het parlement in Westminster om formeel aan te vangen met de Brexit. Het hoogste rechtscollege van het Verenigde Koninkrijk besloot ook dat May geen instemming nodig heeft van de parlementen in Schotland, Wales en Noord-Ierland.

De regering van Theresa May moet nu een wetsvoorstel indienen om de parlementaire goedkeuring te verkrijgen. May zal daar zeer waarschijnlijk kunnen rekenen op een meerderheid voor haar plannen. Tijdens het referendum van 23 juni vorig jaar koos immers een meerderheid in meer dan 420 van de 650 Britse kiesdistricten voor uittreding. Het is voor Lagerhuisleden moeilijk die wil van het volk te negeren.

De rechters oordeelden dat een zeer beknopte wet voldoende is. Wellicht stuit dat op bezwaren in het parlement. Labour heeft al aangekondigd amendementen in te dienen. Dat zou het proces (met meer debatten en behandelingen) langer maken. waardoor de planning van May mogelijk in gevaar komt. May wil voor eind maart Brussel op de hoogte stellen van het Britse vertrek. Zij heeft een groot deel van haar politieke lot verbonden aan die timing en daadkrachtige aanpak.

In een eerste reactie toonde Downing Street zich niet bezorgd. „Het is belangrijk om te beseffen dat het parlement het referendum steunde met een stemverhouding van zes tegen een. Ook heeft het parlement al duidelijk gemaakt het tijdspad van de regering te steunen”, aldus een woordvoerder van May.

Een stemming in het Lagerhuis kan wel spanningen binnen partijen opleveren. Meer dan veertig Lagerhuisleden van Labour dreigen tegen een ‘harde’ Brexit te stemmen. Daarmee negeren zij de wens van partijleider Jeremy Corbyn die wil dat zijn fractie wel toestemming geeft om Brexit in gang te zetten.

In een samenvatting legde voorzitter Lord Neuberger uit waarom het besluit uit te treden eerst naar het parlement moet. „Het referendum van 2016 is van groot politiek belang”, zei hij. „Een wetswijziging om het referendumresultaat uit te voeren kan alleen via de wijze toegestaan in de Britse grondwet.” En dat is via het parlementaire wetgevingsproces.

Investeerder Gina Miller, die het publieke gezicht werd van de rechtszaak tegen de regering, reageerde minuten na de uitspraak opgetogen. „Alleen het parlement kan rechten toebedelen, alleen het parlement kan rechten afnemen”, zei ze. „De premier is niet almachtig.”

Noord-Ierland, Wales en Schotland hoeven niet bij het begin van Brexit betrokken te worden omdat buitenlands beleid louter toekomt aan de regering en het parlement in Londen. EU-aangelegenheden zijn buitenlands beleid. De advocaat voor de Schotse regering betoogde in de zaak dat delen van EU-beleid, als landbouw, in het VK gedecentraliseerd zijn en dus de verantwoordelijkheid voor Edinburgh, Belfast en Cardiff. Daar is het hof het mee oneens.

Alex Salmond van de Scottish National Party kondigde na de uitspraak aan dat zijn partij niet bereid is snel toestemming te verlenen. May zal een middenweg moeten vinden. Ze wil haast maken. Maar als zij te snel handelt en de wensen van de Schotten negeert, riskeert de premier dat de Schotse steun groeit voor een nieuw onafhankelijkheidsreferendum.