Recensie

Troost zoek je maar in La La Land

Expositie

Filmmaker Béla Tarr houdt van theatraal lelijk. Op zijn overzichtsexpo word je als een vluchteling ontvangen.

Scène uit de speelfilm The Turin Horse (2011) van Béla Tarr.

Fijn dat de Hongaarse filmmaker Béla Tarr (61) weer iets heeft om zich over op te winden: de vluchtelingencrisis en de lompe reactie van hek en prikkeldraad. Na zijn zwanenzang Turin Horse in 2011 zwoer Tarr immers nooit meer een camera aan te raken. Het was klaar. De rest zou herhaling zijn.

Maar nu Béla Tarrs filmschool in Sarajevo door geldgebrek dicht is, heeft hij voor zijn eerste overzichtstentoonstelling in Eye toch een scène van elf minuten opgenomen: van jochie Muhamed dat aan een accordeon trekt vanachter zijn centenbakje en de kijker intussen strak aankijkt. Hij vormt de epiloog van Till the End of the World, een expositie die je betreedt zoals Muhamed wellicht ooit Europa binnenkwam: half verblind door schijnwerpers in een gang van metaalgaas en prikkeldraad.

Dan sla je linksaf, naar een spookachtig belichte boom tussen loeiende windturbines en dooie bladeren: het beloofde land. Waarna je een kamer verder met je neus tegen het raam ziet hoe wij leven – in Tarrs ogen althans. Long shots van mensenmassa’s: een rij voor brood, een grimmige meute op weg naar een pogrom, een dronken kring van walsende dorpelingen. De expositie is opgedeeld in acht zalen, als de hoofdstukken van Tarrs films. Er zijn geen verklarende teksten, louter beeld en geluid. De enige frivoliteiten zijn dat hek, die eenzame boom, een ruwe tafel.

Béla Tarr begon ooit met documentaires of quasi-documentaires, zoals zijn filmdebuut Family Nest (1979) over woningnood: onder het goulashsocialisme moest cinema maatschappelijk relevant zijn. In 1988, een jaar voor de val van de Muur, verbaasde hij met zijn zwaarmoedige, extreem gestileerde Damnation, waarin ‘Bélaworld’ helemaal af was. Een introvert Hongaars platteland in grauw zwart-wit waar het altijd regent en mannen in modderige jassen vergeefs wat warmte zoeken in haveloze kroegen.

Het zeven uur durende Sátantangó (1994) en Werckmeister Harmóniák (2000) vormen met Damnation een soort trilogie: die drie films staan ook centraal in het Eye, met Turin Horse (2011) als volledig uitgebeende finale. Speelfilms met elementaire plots over jaloezie, hebzucht, politiek geweld of het eind van de wereld: verhalen zo irrelevant dat ze zich grotendeels buiten beeld ontvouwen. In beeld zien we Tarrs solitaire helden, eerder passanten dan acteurs: ze handelen soms, observeren en ondergaan vaker. Dialogen zijn er nauwelijks, dat zou contact en begrip veronderstellen. Wel zijn er monologen.

Blind en koppig over de poesta

Typisch voor Béla Tarr is de prachtige opening van Damnation, ook in het Eye te zien. Waar Hollywood eerst de wereld zou tonen om dan op de held in te zoomen – hier begint zijn avontuur! – glijdt Tarrs camera door een raam terug uit een troosteloos industrieel landschap naar het achterhoofd van de held. Hij is geen individu dat de wereld naar zijn hand gaat zetten, maar een gevangene van zijn omgeving die tijdelijk vergetelheid vindt in drank, seks of warme soep. Want hij weet: elders is het niet beter.

Tarrs helden staan niet boven de schonkige honden, katten, koeien en paarden die ook zo hun scènes hebben. Dieren zijn voor hem geen metafoor, benadrukte Tarr vrijdag bij de opening: dat is meer iets voor de literatuur. In film is een paard een paard, met een persoonlijkheid die zeker niet slechter is dan dat meisje Erika uit Sátantángó, dat haar kat doodmartelt om zich machtig te voelen.

Tarr, die minstens tien jaar ouder oogt dan 61, toont amoreel leven dat blind en koppig over de poesta ploetert. Hij hypnotiseert met precies gecomponeerde, vaak theatraal belichte lelijkheid, een traag vloeiende, bijna stiekeme camerastijl en minimalistische soundscapes. (Om eerlijk te zijn: in de bioscoop hypnotiseerde dat deze kijker weleens in slaap. Maar in deze museale setting werkt het grandioos.)

Béla Tarr zelf ziet een groot verschil tussen monotoon en saai. „U denkt soms misschien dat uw leven monotoon is. Maar elke dag wordt u ouder, resteert u minder en minder tijd en energie. Geleidelijk verdwijnt alles wat u lief is. Dat is zeker niet saai.” Till the End of the World dompelt je met huid en haar onder in die hardvochtige, sombere Bélaworld. Troost zoek je maar in La La Land.

    • Zwol. Coen van