‘Ontzettend gaaf’

Hoe zou zo’n advertentie, gericht ‘aan alle Nederlanders’, van Mark Rutte en de VVD tot stand zijn gekomen? Misschien met een simpel telefoontje van Halbe Zijlstra: „Mark, we naderen Wilders weer in de peilingen, het is nu het moment om hem nog meer wind uit de zeilen te nemen.”

„Was mijn nul-uitspraak nog niet voldoende?”, vroeg de premier.

„Nee”, zei Zijlstra, „want je hebt jezelf nu zó vaak tegengesproken over samenwerking met de PVV dat niemand je meer gelooft.”

„Ik genereerde er anders meer nieuws mee dan al die politieke congressen bij elkaar”, zei Rutte geprikkeld.

„Er is méér nodig”, hield Zijlstra vol, „een appèl aan de gemiddelde Nederlander, de stille meerderheid dus. We gooien het over de normenenwaardenboeg.”

„De wátboeg?”

„Normen en waarden”, herhaalde Zijlstra geduldig. „Kort en goed: het fatsoen.”

„Jezus, Halbe”, zei Rutte uit de grond van zijn geprangde hart, „dat is Balkenende-2001, die riep toen al tegen het CDA-congres: ‘Fatsoen moet weer op de agenda van de politiek en de samenleving komen. Fatsoen moet je gewoon doen.’ Dat vond onze VVD toen nog fatsoensrakkerij. Zou het niet fatsoenlijk zijn als we Balkenende daarom even noemen?”

„Ben je gek”, zei Zijlstra, „dan spelen we alleen maar Buma in de kaart, en dat is toch het laatste wat jij zult willen na alles wat die over jou heeft gezegd?”

„Ja”, zei Rutte effen.

„Goed, om associaties met Balkenende te voorkomen maken we een tekst waarin álles om het fatsoen draait, maar waarin het woord fatsoen niet voorkomt, hooguit even in het ‘fatsoenlijk’ naar elkaar luisteren.”

„Knap als je dat lukt”, zei Rutte, „maar ga door.”

„We pakken net als Balkenende stevig uit over asociaal gedrag in de openbare ruimte, het afval op straat, het spugen op conducteurs enzovoorts, maar daarbij laten we het niet, want het gaat mij in de eerste plaats om Wilders. Er moet een forse alinea in waarin de PVV-kiezer zich uitstekend zal herkennen. Over mensen die zich niet willen aanpassen, die homo’s en vrouwen in korte rokjes lastigvallen. Die mensen kunnen beter…”

„Oppleuren.”

„Ik zou het iets vriendelijker willen uitdrukken: weggaan.”

„Zodat we er minder van hebben?”

„Opgepast!”, riep Zijlstra, „dat woordje ‘minder’ moeten we óók vermijden, zoals je begrijpt. We houden het gewoon bij ‘mensen die onze vrijheid misbruiken’, dan weet iedereen genoeg.”

„Handig”, zei Rutte, „maar er komt toch ook nog wel iets positiefs in die advertentie? Dit klinkt allemaal zo somber, alsof we hier de hele dag bezig zijn met het geven en vervolgens weigeren van handen. Kan er nog ergens worden toegevoegd dat Nederland au fond ‘een waanzinnig gaaf land’ is, zoals ik eerder heb gezegd?”

„Oké”, zei Zijlstra, „maar dat au fond laten we weg, want dat klinkt te elitair voor de PVV-kiezer, en we maken ervan dat Nederland een ‘ontzettend gaaf land’ is, want als we ‘waanzinnig’ gebruiken denkt iedereen dat het hier inderdaad een gekkenhuis is. Dat is het soms misschien ook, maar dat gaan wij als VVD natuurlijk niet beamen.”