Opinie

Macht Turkije in een hand

De langgekoesterde wens van de Turkse president Recep Tayyip Erdogan is het afgelopen weekeinde na een turbulente sessie in het parlement weer een stap dichterbij gekomen. Met 339 van de 550 stemmen schaarde de volksvertegenwoordiging zich achter de voorstellen voor een aanpassing van de Grondwet waardoor Turkije een zwaarder presidentieel stelsel krijgt. Als de Turkse kiezers in april in een referendum ook ‘ja’ zeggen, betekent dit dat de nu nog voor een belangrijk deel ceremoniële functie van de president plaats maakt voor een systeem waarbij deze veel meer directe bevoegdheden krijgt.

Getuige de ontwikkelingen in Turkije, is president Erdogan – die het presidentschap na enkele periodes premier te zijn geweest sinds 2014 bekleedt – de afgelopen tijd al behoorlijk vooruitgelopen op de door hem gewenste aanpassingen. Het bij zijn megalomane ambities passende, meer dan 1000 kamers tellende paleis in een natuurgebied in de omgeving van Ankara heeft hij reeds laten bouwen. Dat is de veelzeggende uiterlijke kant. Waar het gaat om de leiding van het land laat Erdogan er geen enkel misverstand over bestaan waar deze berust: bij hem en bij niemand anders.

En als het aan hem ligt, zal dit voorlopig zo blijven. Een nieuw presidentieel stelsel geeft hem de mogelijkheid ook in de periode na 2019 te regeren. Dan zal in 2023 onder zijn leiding het honderdjarig bestaan van de huidige, door Kemal Atatürk opgerichte Turkse republiek worden gevierd.

Er zijn objectieve redenen te bedenken om het bestaande staatkundige systeem aan te passen waardoor het slagvaardiger wordt. Maar in de onder Erdogan gegroeide verhoudingen, waarbij de minderheid geen enkele rol speelt, leiden de aanpassingen alleen maar tot een verslechtering. De voor een volwaardige democratie cruciale tegenmacht wordt uitgehold. Erdogan heeft straks als president annex partijleider alle touwtjes in handen. Bovendien heeft hij ook nog eens alles te zeggen over de rechterlijke macht.

Na de mislukte coup van juli van het afgelopen jaar wordt al per decreet geregeerd, als gevolg van het afkondigen van de noodtoestand in Turkije. Tienduizenden mensen zijn ontslagen. Universiteiten en kranten zijn gesloten. Talloze mensen zijn gevangen gezet. Met Erdogan als president heeft Turkije straks na de grondwetswijzigingen zijn permanente noodtoestand.

Ditzelfde naar een autocratie afglijdende Turkije is nog altijd kandidaat-lid van de Europese Unie. Het land bevindt zich in het voorportaal. De hoogste tijd dan ook dat de EU ‘waardengemeenschap’ veel krachtiger dan tot nu toe van zich laat horen.