Opinie

    • Japke-d. Bouma

Hoe goed kan jouw baas luisteren?

Column Japke-d. Bouma We worden overspoeld met kantoorclichés. Worden we daar beter van, vraagt Japke-d. Bouma zich wekelijks af.

Als ik sommige managers mag geloven, dan is de kantoorjungle een soort radiouitzending die je aan en uit kan zetten. Ik lees namelijk veel in de managementliteratuur over „luisteren naar de werkvloer” en dat je je als „leidinggevende geregeld moet openstellen voor signalen van je werknemers”. Dus daar liggen ze dan, al die managers, met hun oor plat op de grond van de werkvloer. Als een Old Shatterhand die de trappelende buffels mijlenver kon horen aankomen.

Jongens, had nou naar mij geluisterd. Ik weet namelijk allang dat wie zijn oor te luisteren legt op de werkvloer, niets hoort. Of beter gezegd: je hoort van alles, behalve de dingen die je zou moeten horen. Want dat is natuurlijk het kernprobleem van luisteren naar de werkvloer: de dingen die je niet hoort, zijn vaak veel interessanter dan de dingen die je wel hoort. En als je wilt luisteren moet het stil zijn, maar wanneer is dat het nou, op de werkvloer?

Als ík naar de werkvloer luister, hoor ik in ieder geval altijd alleen maar een enorme teringherrie. Iemand die „joe, doen we het zo” in een telefoon roept, iemand die gillend met wapperende papieren uit een „superbelangrijke meeting” komt, iemand die de laatste stand van zijn strijd tegen de kilo’s bespreekt en iemand die vertelt wat er allemaal uit het abces van zijn kat kwam. Ik bedoel, ik heb niet echt de indruk dat er op de werkvloer nou zoveel relevants gezegd wordt.

Maar goed, stel. Dan heeft de baas eindelijk een gaatje in de agenda geprikt, een ruimtetje gereserveerd en een broodje geregeld. En dan komt hij luisteren. Wat ik dan vaak heb is dat ik óf niet kan die dag, óf dat ik na afloop, in gesprek met collega’s, de beste ideeën krijg over wat ik had moeten zeggen. Of erger nog, dat ik er op het moment supriem niet tussenkom.

Want dat is dus ook een probleem, van luisteren naar de werkvloer: je hoort altijd dezelfde mensen praten. En dat zijn zonder uitzondering de mensen naar wie de baas nou juist níet zou moeten luisteren.

En dan is er ook nog de baas zelf die vaak het luisteren naar de werkvloer verpest. Want welke baas kan er nou góed luisteren? Veel bazen horen vooral graag zichzelf praten als ze aan het luisteren zijn naar de werkvloer. En zelfs als ze goed luisteren, „vergis u niet”, zo schreef Jacobus al in een brief in het Nieuwe Testament, „alleen horen is niet genoeg, u moet wat u gehoord hebt ook doen.” Ja, die Jacobus had ook zo’n baas.

Wat dus veel beter werkt dan luisteren naar de werkvloer, lieve bazen van Nederland, is om stiekem achter een plant te gaan staan en eens af te luisteren wat er op de werkvloer gezegd wordt. Of beter nog, om de werkvloer op mute te zetten, in plaats van op de praatstand.

Lees ook Japke-d’s column van vorige week: Centraal staan? Vroeger was de klant gewoon koning

Misschien ‘hoor’ je dan eindelijk die collega die nooit iets zegt, maar wel de beste ideeën heeft. Misschien hoor je het stille verdriet van de collega die al veel te lang op een plek zit waar hij niet gehoord wordt, de collega die al heel lang weg wil, maar niet kan, de collega die barst van de ambitie maar het niet hardop durft te zeggen. Mensen zeggen zoveel, maar er is niets zo veelzeggend als de stilte.

En als baas hoor je de beste dingen, als je luistert naar je geweten.

Meer #kantoorclichés op Twitter via @Japked

    • Japke-d. Bouma