Inburgeren? Dat gaat de gemeente straks sneller doen

Asielzoekers

Resultaten van de inburgeringsexamens zijn tamelijk rampzalig, meldde de Rekenkamer. In Utrecht gooien ze het roer om.

Asielzoekers bij de inmiddels gesloten opvanglocatie in Heumensoord. Robin Utrecht

Eten, slapen en dan maar wachten tot je een huis krijgt? In asielzoekerscentra in de provincie Utrecht is die tijd voorbij. Asielzoekers met een verblijfsvergunning moeten aan de slag. Ze ondergaan na aankomst in het azc een assessment om hun opleiding, taalniveau en ambities in kaart te brengen, ze beginnen aan lessen op een taalschool en praten met coaches over werk in de regio.

Utrecht lijkt daarmee het rapport van de Algemene Rekenkamer al te hebben overgenomen vóórdat het verscheen. Slechts een op de drie statushouders haalt op tijd het inburgeringsexamen, schreef de Rekenkamer dinsdag. Het lukt hun niet op eigen houtje een keuze te maken uit tientallen taalscholen.

De slechte integratiecijfers volgen op die uit eerdere studies, van onder meer de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), waaruit bleek dat slechts één op de drie statushouders een betaalde baan heeft. Versnel de integratie van statushouders nu eens, was de aanbeveling van de WRR. Wacht niet met het aanbieden van inburgeringscursussen totdat de statushouder een huis heeft.

Stuur asielzoekers aan, voegt de Rekenkamer daar nu aan toe. Begeleid hen.

Zestien Utrechtse gemeenten – van Bunnik tot Woerden, van Vianen tot Utrecht zelf – volgen deze aanbevelingen op. Hun project begint op 1 februari. De betrokken azc’s liggen in Zeist, Utrechtse Heuvelrug en de Utrechtse wijk Oog en Al. Het initiatief is volgens Vluchtelingenwerk en het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) vernieuwend: door het grote aantal gemeenten, en doordat het de meest uitgebreide uitwerking betreft van de visie dat integreren niet vanzelf gaat.

De weg naar de supermarkt

Het begint al met de huisvesting. Asielzoekers die na aankomst in Nederland in een Utrechts azc belanden, gaan zich vaak hechten aan de plek. Ze leren de weg naar de supermarkt, bouwen een band op met vrijwilligers uit de omgeving. Zonde van die „investering” als ze dan na de procedure elders in Nederland een woning toegewezen krijgen, vindt Jan Braat, beleidsambtenaar in de stad Utrecht.

Met het COA is nu afgesproken dat de nationale asielopvangorganisatie ernaar streeft deze asielzoekers, als ze mogen blijven, een woning toe te wijzen in de regio Utrecht – ten minste, als de asielzoeker dat wil.

De Utrechtse gemeenten schieten elkaar te hulp, legt Braat uit: „Is er tijdelijk geen woning beschikbaar in Bunnik maar wel in Woerden, dan verhuist de statushouder daarheen.”

Krijgt de asielzoeker een verblijfsvergunning, dan volgt daags erna een assessment – in het azc. Drie uur lang vult de statushouder vragenlijsten in, opgesteld door de Vrije Universiteit in Amsterdam, en beschikbaar in onder meer Arabisch en Tigrinya, de taal van Eritrea. De gemeenten krijgen zo een beeld van diens Nederlands, opleiding en werkambities, maar ook van gezondheid, zelfvertrouwen en doorzettingsvermogen. „Met de resultaten van het assessment zoeken we naar een taalschool en -cursus op het juiste niveau”, zegt Braat. De gemeenten helpen de statushouder bij de keuze van de school. „We beslissen niet, maar adviseren wel.”, zegt hij. „Er zijn in de stad Utrecht alleen al 23 taalscholen”.”

Taal én werk

Steeds minder statushouders combineren het leren van de taal met werk, meldde de Rekenkamer. De Utrechtse gemeenten willen dat tegengaan. „Juist die combinatie, taal én werk, bevordert de integratie”, zegt Braat. Loopbaancoaches – werkzaam bij het gemeentelijke loket voor werk en inkomen – krijgen inzage in het assessment, bezoeken het azc, en praten met de statushouder over het perspectief op werk – of het nu vrijwilligerswerk is, een werkervaringsplaats of een echte baan. Zodat zij zo snel mogelijk aan de slag kunnen. Doordat zestien gemeenten samenwerken, zegt Braat, „weten we beter welke bereisbare banen beschikbaar zijn.”

De kosten van het Utrechtse integratieplan zijn bescheiden, zegt Braat. De statushouder moet nog steeds de taalcursus zelf met rijksgeld inkopen, en het assessment kost niet meer dan „een paar tientjes”.