Discriminatie en sociale achterstand geen verklaring voor radicalisering

Discriminatie, gebrekkige kansen of psychologische problemen worden nogal eens door politici of experts genoemd als verklaringen voor terrorisme. Maar volgens de Leidse wetenschapper Bart Schuurman, die donderdag promoveert op onderzoek naar de Hofstadgroep, zijn veel van deze verklaringen ongefundeerd. Politici baseren zich volgens hem te vaak op onbewezen aannames over oorzaken van terrorisme.

Schuurman deed vier jaar onderzoek naar de Hofstadgroep, waar in 2004 de moordenaar van Theo van Gogh uit voortkwam. In 2006 oordeelde de rechter dat het om een criminele organisatie met een terroristisch oogmerk ging. Schuurman sprak met ex-leden en kreeg inzage in vertrouwelijke onderzoeken. Daarnaast toetste hij veelgenoemde oorzaken van terrorisme op de leden van de Hofstadgroep. Veel gangbare verklaringen blijken in de praktijk niet op te gaan, stelt hij. Zo is er geen aantoonbare link tussen armoede en terrorisme. Ook is onbewezen dat terroristen vaker dan gemiddeld kampen met psychologische problemen.

Volgens Schuurman werd de Hofstadgroep vooral gedreven door groepsprocessen zoals het na-apen van leidersfiguren en op onrecht gestoeld altruïsme. Ook toeval zou een belangrijke rol spelen: meerdere leden van de groep kenden elkaar omdat zij bij elkaar op school zaten of in dezelfde buurt waren opgegroeid.