Beurs schrikt van Philips-onderzoek

Medische technologie

Philips heeft „discussie” met Amerikaanse justitie over defibrillators. Volgens topman Frans van Houten geen reden tot paniek.

Foto Koen van Weel / ANP

Van de naam Cleveland krijgt Philipstopman Frans van Houten waarschijnlijk nog wel eens koude rillingen. Een Philipsfabriek voor medische scanners in die Amerikaanse stad was rond 2014 een aanhoudende bron van ellende voor het Nederlandse technologiebedrijf. Door productiefouten en ruzie met de voedsel- en warenautoriteit FDA moest Philips destijds uiteindelijk 225 miljoen euro van zijn winst afschrijven, wereldwijd kwaliteitsprocedures aanpassen en grote veranderingen doorvoeren in het management van fabrieken.

Vandaar ook dat alle alarmbellen bij beleggers afgingen toen Philips dinsdag in een zinnetje bij de jaarcijfers liet vallen dat het „in discussie” is met het Amerikaanse ministerie van Justitie, dat optreedt namens de FDA. De discussie gaat dit keer over de productie van defribrillators in de Verenigde Staten: apparaten die patiënten een schok geven om het hart weer op gang te krijgen na een hartstilstand.

‘Betekenisvolle impact’

Ondanks dat die discussie nog niet is afgerond, gaat Philips er vanuit dat de kwestie „betekenisvolle impact” zal hebben op de financiële resultaten. Hoewel het bedrijf positieve jaarcijfers toonde, ging de beurskoers in eerste instantie met bijna 5 procent onderuit. Dat was volgens berekeningen van persbureau Bloomberg de grootste klap voor de beurskoers van het bedrijf in ruim een halfjaar tijd. In de loop van de handelsdag maakte het aandeel iets van het verlies goed om uiteindelijk met een min van 1,8 procent te sluiten.

Van Houten probeerde kritische en bezorgde vragen van analisten en journalisten bij de cijferpresentatie te bezweren: „Dit is geen tweede Cleveland.” Volgens Van Houten gaat de onenigheid met de FDA en het ministerie over „de kwaliteitsprocessen rondom de productie van de defibrillators in 2015 en de jaren daarvoor”. Hij zei dat hij geen details kon geven over de inhoud van het onderzoek omdat de gesprekken met de toezichthouders nog steeds lopen.

„Het geeft geen aanleiding om onze productieprocedures te herzien, juist omdat die na Cleveland al grondig zijn herzien en aangepast. Philips staat er op dat vlak heel anders voor dan in 2014. We hebben sindsdien ook geen nieuwe brieven meer gehad van toezichthouders.”

„De huidige gesprekken met het Amerikaanse ministerie wijzen ook niet op een rechtszaak, het is een dialoog.” Daarnaast benadrukte Van Houten meermaals dat „de veiligheid van de producten en patiënten niet de focus zijn van deze discussies.” Die zijn volgens hem nooit in het geding geweest. Wat er dan wel precies aan de hand is, kon Van Houten evenwel niet vertellen.

Het belang voor Philips is op het gebied van veiligheid en betrouwbaarheid enorm. Het bedrijf is zich snel aan het omvormen tot een onderneming die zich volledig richt op de zorg en medische technologie. Met dat doel splitste het vorig jaar zijn verlichtingstak Philips Lighting af. In de medische wereld zijn betrouwbaarheid en veiligheid cruciaal. In Cleveland waren de kwaliteitsprocedures bij de productie wel het probleem.

Lees ook: Philips klaar om na 125 jaar verlichting gedag te zeggen

Terugroepactie

In 2013 deed de FDA al eens een zogeheten ‘klasse twee terugroepactie’ voor defibrillators van Philips. Dat is geen fysieke terugroepactie maar een ingreep waarbij een bedrijf gebruikers moet waarschuwen voor verkeerd gebruik. „Vergelijkbaar met het aanpassen van de gebruikershandleiding”, volgens Van Houten. Hij benadrukt dat de huidige discussie met de FDA en het ministerie van Justitie „ongerelateerd” zijn aan deze terugroepactie.

Van Houten en zijn financieel directeur Abhijit Bhattacharya zeggen dat het nog te vroeg is om te berekenen wat de financiële gevolgen zijn van de zaak rondom de defibrillators. Die heeft in elk geval nog geen meetbare gevolgen gehad voor de cijfers over het afgelopen kwartaal. Volgens de bestuurders is het bedrijfsonderdeel waar de discussie met de Amerikanen over gaat goed voor een omzet van minder dan 145 miljoen euro.

    • Wouter van Noort