Betaalbare huren voor modale inkomens

Woningmarkt

Middeninkomens vinden moeilijk een huurhuis. Het Planbureau voor de Leefomgeving onderzocht hoe die markt los te gooien.

Voor veel middeninkomens is huren in de vrije sector onbereikbaar. Foto Koen Suyk/ANP

De huurprijzen stijgen en de wachtlijsten worden steeds langer. De spanningen op de huurwoningmarkt nemen toe. Dat stelt het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in een rapport dat maandag is aangeboden aan minister Stef Blok (Wonen, VVD).

De groep huurders die daar het meest last van heeft, verdient net te veel om voor een sociale huurwoning in aanmerking te komen, maar te weinig om zich een dure huurwoning in de private sector te kunnen veroorloven.

Opheffen van de inkomensgrens zou volgens het PBL een van de oplossingen kunnen zijn om de middeninkomens tegemoet te komen. Daaronder worden inkomens verstaan die tussen 33.000 en 43.000 euro per jaar liggen.

Voor mensen met een middeninkomen op dit moment geen woningen beschikbaar met een huurprijs onder 710 euro per maand. Dat is de grens waaronder huurders met een laag inkomen recht hebben op huurtoeslag en woningbouwverenigingen in aanmerking komen voor staatssteun. Het is ook de grens voor toewijzing aan sociale huurders.

Nieuwbouw loont niet overal

In het rapport Perspectieven voor het middensegment van de woningmarkt doet het PBL suggesties voor toekomstig beleid. Met de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt zal het probleem voor de middeninkomens alleen maar groter worden, stelt het planbureau: werknemers zullen steeds vaker van baan (moeten) wisselen en hypotheekvoorwaarden worden strenger, waardoor minder mensen een huis kunnen kopen.

Het meest voor de hand liggend is extra nieuwbouw of bestaande woningen overnemen van woningbouwverenigingen en vrij verhuren. Die optie komt het meest in aanmerking in steden waar de spanning op de huurmarkt het grootst is. Daar zouden marktpartijen wel brood zien in nieuwbouw en overnames.

Maar het Planbureau tekent daar wel bij aan dat de woningmarkt per regio sterk verschilt. Marktpartijen voelen er weinig voor om te investeren in regio’s waar de vraag minder groot is. Het rapport spreekt van ‘onderdrukgebieden’, bijvoorbeeld Limburg.

Volgens een andere ‘denkrichting’ is privatisering de kansrijkste optie: de verkoop van sociale huurwoningen aan beleggers zodat die in de vrije huursector – dus boven de 710 euro per maand – kunnen worden verhuurd. Dat zou wel weer lastig zou zijn voor de huishoudens met een lager middeninkomen die zich de huurprijs van meer dan 710 euro niet kunnen veroorloven.

Geen inkomensgrens meer

Het Planbureau onderzoekt ook de mogelijkheid om sociale huurwoningen zonder inkomensgrens beschikbaar te stellen aan woningzoekenden met een hoger inkomen. Volgens het planbureau zou dat op basis van de huidige woningwet al mogelijk zijn „als de lokale marktverhoudingen daarom vragen”. „Het voordeel van deze strategie is dat je afhankelijk van de regionale omstandigheden flexibel kunt verhuren”, aldus het rapport

Maar, waarschuwt het PBL, dat brengt wel kosten met zich mee, omdat de corporaties voor de betreffende woningen geen staatssteun meer zouden ontvangen.

Daarom suggereert het planbureau dat er ook moet worden nagedacht over constructies waarbij beleggers een aandeel kunnen nemen in dochterondernemingen van corporaties. Dat zou de corporaties meer armslag geven voor nieuwbouw en de verduurzaming van de bestaande woningvoorraad, terwijl het publieke belang van sociale huurwoningen gehandhaafd blijft.

    • Renée Postma