Zing het met een saxofoon

Saxofoonkwartetten zijn in opkomst. Opmerkelijk, voor een instrument dat toch al 177 jaar bestaat. Op zoek naar een verklaring.

Wie de afgelopen jaren weleens een kamermuziekfestival bezocht weet: het saxofoonkwartet is hot. Nieuwe groepen als Ebonit en Berlage vallen in de prijzen, kwartetten als Syrène en Amstel timmeren al wat langer aan de weg.

Ebonit won recentelijk concoursen bij de grote Nederlandse kamermuziekfestivals Who’s Next Almere in 2015 en het Eindhovense Storioni Festival in 2016. Het Berlage Saxophone Quartet kreeg de Kersjesprijs 2015, een onderscheiding voor uitzonderlijke talenten in de Nederlandse kamermuziek.

In klassiekemuziektermen is de saxofoon weliswaar een jong instrument, maar met zijn dik anderhalve eeuw is het toch geen krielkuiken. Waarom dan nu opeens die kwartettenbloei?

Het Berlage Saxophone Quartet

Als iemand het weet is het Arno Bornkamp (1959), saxofoondocent aan het Amsterdamse conservatorium. Wie je ook spreekt over de saxofoon als klassiek instrument, ze wijzen naar hem. Sterker: alle bovengenoemde kwartetten, en vrijwel alle andere die in ons land professioneel actief zijn, hebben les van hem gehad. Iedereen voert het buitengewone niveau van de Amsterdamse saxofoonklas aan als deel van de verklaring. Kwartetspelen is een vereiste in Bornkamps curriculum.

Bornkamp beschrijft wat je ‘het nadeel van de twijfel’ zou kunnen noemen: „Als saxofoonkwartet is het niet genoeg om goed te zijn. Je moet béter zijn dan de strijkkwartetten, beter dan iedereen. Er is altijd scepsis die je moet wegnemen. Daarom besloten wij indertijd met Aurelia [Bornkamps kwartet, red.] om alles uit ons hoofd te spelen: laten zien dat je de muziek van voor tot achter kent.”

Bornkamp vergelijkt de saxofoon met de menselijke stem: „Het spectrum van vocale klankmogelijkheden loopt van de gruizige Joe Cocker tot de heldere Pavarotti. De saxofoon heeft dat ook. Je kunt een heel rauw geluid maken, maar ook heel gecultiveerd. Bovendien kun je als saxofonist al vrij snel je handtekening zetten, een eigen geluid ontwikkelen. Dat geldt zelfs voor amateurs. Je gaat saxofoon spelen omdat je een bepaald geluid in je hoofd hebt: zó wil ik klinken. Voor mij was dat de grote jazztenor Dexter Gordon. Ik denk dat, na de menselijke stem, geen enkel ander instrument dat heeft.”

Tussen koper en hout

De saxofoon werd in 1840 uitgevonden door de Belgische instrumentenbouwer Adolphe Sax, als verbindingsinstrument tussen koper- en houtblazers. Sax bedacht meteen een hele familie, van sopranino tot bas. Een compositie van Jean-Baptiste Singelée uit 1857 geldt als het vroegste originele repertoirestuk, maar het duurde tot 1928 voor de legendarische saxofonist Marcel Mule het eerste saxofoonkwartet oprichtte. Dat betekende het startschot voor de saxofoonkwartetliteratuur, want Mule wist allerlei componisten te porren om stukken voor hem te schrijven.

Sinds Mule is er sprake van een kleine, maar ononderbroken traditie, al bleef het lange tijd wel iets Frans. In 1969 deed het genre hier zijn intrede, met de oprichting van het Nederlands Saxofoonkwartet, in 1982 gevolgd door Bornkamps Aurelia.

Anders dan de meeste saxofonisten heeft Bornkamp een succesvolle solocarrière, maar toch staat Aurelia voor hem nog steeds op één: „Kwartet spelen is heel intiem en verweven, zowel persoonlijk als muzikaal. Je zit in alle opzichten bij elkaar op schoot. Van mijn collega’s heb ik het meest geleerd.”

Aurelia beleefde zijn grote doorbraak met een arrangement van Gershwins klassieker Rhapsody in Blue. „Dat speelden we op de radio en de rest van de week stond de telefoon roodgloeiend”, zegt Bornkamp. „Toen werkte dat nog zo.”

Frictie met de pioniers

De tijd was rijp voor bewerkingen. Het Amsterdams Gitaartrio had succes met Vivaldi’s Vier jaargetijden, Aurelia begreep dat ze die kant op moesten. Ze arrangeerden zowel Scarlatti als Moessorgski, en schoten met het Strijkkwartet van Ravel midden in de roos: „Daar hoor je wat een saxofoonkwartet kan toevoegen aan een strijkkwartet”, aldus Bornkamp. „Het soortelijk gewicht van die muziek bracht ons uiteindelijk in de hoogste categorie van Nederlandse kamermuziekensembles.”

Dat zorgde wel voor frictie met de mannen bij wie Aurelia het vak had geleerd: het Nederlands Saxofoonkwartet was wars van bewerkingen en hield vast aan het weinig diverse originele repertoire.

Niettemin benadrukt Bornkamp de cruciale rol van het NSK. Ed Boogaard, NSK-altsaxofonist en Bornkamps leraar, zorgde ervoor dat saxofoon überhaupt als hoofdvak werd geaccepteerd. „Zij waren de pioniers”, zegt Bornkamp. „Maar wij voelden in de jaren tachtig de tijdgeest beter aan.”

Aurelia – nog altijd actief – was ánders dan het Nederlands Saxofoonkwartet, en juist dat mist Bornkamp soms bij de nieuwe generatie. „Als je prijzen wint, heb je veel concerten. Maar hoe lang houd je dat vol? Je moet jezelf steeds opnieuw uitvinden, en goede programma’s maken is lastig. Ze moeten nog rijpen. Hebben ze genoeg muzikale inhoud om door te kunnen zetten, na de concoursen en na de strijkkwartetacademie? Dat wordt interessant.”

Amstel: 5/2 Hoofddorp. Zie: amstelquartet.nl
Artvark: ‘Homelands’ met Ntjam Rosie, tournee: 11/2 t/m 28/4. Zie: artvarksq.com
Aurelia: 12/2 Hengelo. Inl: aureliasaxofoonkwartet.nl
Berlage: 12/2 Delft. Zie: berlagesaxophonequartet.com
Ebonit: kindervoorstelling ‘Het strijkkwartet van Meneer Sax’, tournee: 12/2 t/m 14/5. Zie: ebonitquartet.com