Recensie

Voortkabbelende bewegingsstroom in ‘Figure a Sea’

Figure a Sea is anders dan andere voorstelling van Deborah Hay: ze werkt samen met uitstekend geschoolde dansers en met componiste Laurie Anderson.

‘Figure a sea’ Foto: Urban Jörén

Voor veel mensen is hedendaagse dans zoals die te zien is in Figure a Sea een raadsel. Want waar gaat het in godesnaam over? Over beweging? Maar wat betekent die beweging dan? Niets?

Wat dat betreft is er in bijna zestig jaar niet eens zo veel veranderd. Toen Deborah Hay, de choreografe van Figure a Sea, in de jaren zestig haar eerste experimentele creaties presenteerde, liet ze het publiek ook in diepe verwarring achter. Hay maakte deel uit van de eerste generatie pioniers die met hun Dance Concerts in de Judson Church van New York de danswereld op zijn kop zette. Geïnspireerd door Merce Cunningham, volgens wie elke beweging een dansbeweging kan zijn, traden zij alle geldende ge- en verboden met voeten.

Hay specialiseerde zich gedurende de decennia daarna in choreografieën met ongestileerde, alledaagse bewegingen en werkte veel met ongetrainde performers, niet zelden zonder muziek.

Figure a Sea is anders. Hay maakte het met de uitstekend geschoolde dansers van het Cullberg Ballet uit Stockholm, en werkte samen met componiste Laurie Anderson. De laatste is in Europa vooral bekend geworden met haar hitje O Superman en als eega van Lou Reed, maar binnen de experimentele elektronische muziek geldt zij, net als Hay binnen de dans, als belangrijke vernieuwer.

Het is daarom in zekere zin verrassend – of teleurstellend – dat Figure a Sea een ietwat belegen indruk maakt, met een bijna onafgebroken voortkabbelende bewegingsstroom die laveert tussen uitgesproken klassieke poses en een moderne, puur abstracte danstaal.

Opmerkelijk is wel hoe Hay daarmee een beeld van ongedwongenheid en spontaniteit weet te creëren.

Alleen op de momenten dat de zeventien dansers, die in drie verschillend gekostumeerde groepen zijn verdeeld, plots in duidelijk gestructureerde opstellingen uitkomen, realiseert de toeschouwer zich dat er wel degelijk sprake is van een uitgewerkte choreografie.

Toch is het raadzaam om de logica daarvan te laten voor wat die is en elke verwachting los te laten. Dan wordt hoorbaar hoe goed de ruimtelijke, niet-dwingende klanken van Anderson samengaan met Hays ongedwongen bewegingstaal, en begint het totaal van dans, muziek en toneelbeeld – een soort abstract zeegezicht in grijs en wit – zijn werk te doen.

Zodanig, dat de ogen met moeite open zijn te houden.