Volkert van der G. is nu eenmaal geen gezellige prater

Rechtszaak

Niet meewerken met de reclassering? Dan terug de cel in, vindt justitie. Volkert van der G. ziet dat anders. „Ik meld me. Doei.”

Illustratie ALOYS OOSTERWIJK / ANP

„Ongemakkelijk.” Zo omschrijft Volkert van der G. (47) zelf de gesprekken die hij al bijna drie jaar voert met de reclassering. Als onderdeel van zijn voorwaardelijke invrijheidstelling in mei 2014 moet de moordenaar van Pim Fortuyn elke drie weken langs bij die organisatie. Hoe stroef dergelijke conversaties verlopen? Soms geeft Van der G. alleen antwoord op vragen van de reclasseringsmedewerker door iets op zijn laptop in te tikken en die tekst dan te tonen.

Het is zijn vorm van protest tegen de reclassering. Van antwoorden via de laptop kan de reclassering geen geluid opnemen. Die dienst en het Openbaar Ministerie zijn er volgens Van der G. alleen maar op uit hem „te laten struikelen”. Vooral na de uitzending van het tv-programma Brandpunt in september 2015 – waarvoor Volkert in het geniep werd gefilmd – zoeken die organisaties „een stok om me te slaan”, zegt hij. Omdat ik „een enkele onhandige opmerking” maakte.

Sinds de uitzending is met Van der G. geen goed gesprek meer mogelijk. „Ik meld me. Doei”, is vaak zijn tekst, zegt officier van justitie Gerard Robben. „Irrelevante vragen” weigert hij sowieso te beantwoorden.

Middelvinger

Volkert van der G. moet opnieuw een jaar de gevangenis in, vindt het Openbaar Ministerie (OM). Volgens Robben werkt Van der G. – die op een geplande zitting vorige week verstek liet gaan wegens storingen in het treinverkeer – niet constructief mee aan het verplichte toezicht van de reclassering. Maandag had die zitting in Amsterdam alsnog plaats.

Lees ook: NRC checkt: ‘Van der G. kon niet op tijd bij rechtbank zijn’

Robben: „Het OM ziet een patroon van het wel geven van een antwoord, maar niet op de gestelde vraag; van het geven van standaardantwoorden en van het ontwijken van vragen.”

De laatste maanden begint Van der G. volgens het OM een gesprek steevast met „een statement” waarin hij zegt gereïntegreerd te zijn.

Toen hij in de zomer van 2016 op vakantie ging, weigerde Van der G. te zeggen waar hij heen ging en met wie. Hij bezocht „zeer veel verschillende plaatsen” en voegde eraan toe „te veel om op te noemen”.

Van der G. steekt volgens het OM steeds zijn middelvinger op naar de toezichthouders. Hij is daarvoor schriftelijk gewaarschuwd. Justitie vindt namelijk dat hij de reclassering belet inzicht te krijgen in zijn persoon. Daarmee ontneemt hij reclassering en OM – en daarmee de maatschappij – de mogelijkheid in te schatten of hij in de toekomst opnieuw in de fout kan gaan. Justitie weet dus niet wat het risico van recidive is en „dat is cruciaal”, aldus officier van justitie Robben. Daarom moet Van der G. weer achter slot en grendel.

Privacy in het geding

Voorzien van een rugzak vol paperassen begon een zelfbewuste en ontspannen Van der G. maandag met vragen om een besloten behandeling van zijn zaak. Zijn privacy en veiligheid zouden in gevaar zijn met een openbare zitting. De rechtbank wees die eis goeddeels af. Alleen gedeeltes waarin letterlijk werd geciteerd uit gespreksverslagen, waren besloten.

Van der G. ontkent niet loyaal mee te werken aan de gesprekken met de reclassering die, zo vertelde hij, per keer gemiddeld 78 vragen tellen. Hij is inderdaad geen gezellige prater maar dat is nu eenmaal zijn karakter, vertelde hij.

Hij ervaart de contacten als „buitengewoon onveilig”. Hij vreest dat de gespreksnotities worden doorgespeeld aan het OM en daardoor uiteindelijk in handen komen van ‘persmuskieten’.

De reclassering wil ook veel te veel weten. „Dat is een bodemloze put’’. De gesprekken zijn volgens hem ‘politieverhoren’ waarbij hij geen zwijgrecht heeft, maar een spreekplicht.

Van der G. klaagde „niks, nada steun” te krijgen van de reclassering. Hij krijgt alleen hulp „van de wal in de sloot”. Tegelijkertijd zegt hij ook geen enkele steun van de reclassering te willen.

Van der G. is naar eigen zeggen bezig om emigratie te plannen

Van der G. is naar eigen zeggen bezig om emigratie te plannen. Hij laat in het midden naar welk land, en of hij met vriendin en dochter wil vertrekken. Volgens zijn advocaat Willem Jebbink gaat het om een land binnen de Europese Unie.

De advocaat acht de gevraagde sanctie disproportioneel. Zijn cliënt had slechts een meldplicht en geen spreekplicht. De rechtbank doet 6 februari uitspraak. Hoger beroep tegen het besluit is niet mogelijk.

    • Marcel Haenen