Commentaar

Populistische fata morgana op een podium in Koblenz

In Koblenz vergaderden zaterdag de toekomstige Europese leiders: de Franse president Marine Le Pen, de Duitse Bondskanselier Frauke Petry, de Italiaanse premier Matteo Salvini en de Nederlandse minister-president Geert Wilders. Dat was althans de fata morgana dat opsteeg boven de redevoeringen van de nationaal-populistische kopstukken die daags na de inauguratie van de Amerikaanse president Donald Trump waren opgetrommeld door de Alternative für Deutschland (AfD). Ook uit Oostenrijk en België waren populistische afgevaardigden aanwezig.

Het was de eerste keer dat Petry op één podium stond met haar Franse collega Le Pen. Deze verkondigde de duizend toehoorders „het einde van een wereld en de geboorte van een nieuwe wereld”. Wilders, die inmiddels een vaste gast is bij de Duitse partij, sprak van een ontwaken, over het nieuwe totalitarisme dat dreigt, en net als vorig jaar voorspelde hij een „patriottische lente” en een geweldloze revolutie.

De enscenering van deze populistische internationale was er een van saamhorigheid, eendracht en victorie. Terwijl de verschillende politieke leiders eigenlijk alleen wilden meeliften op de electorale thermiek van het succes van Trump. De onderlinge saamhorigheid van de verschillende aanwezigen is immers een fictie: de focus op eigen volk en vaderland is tegengesteld aan internationalisme. Donald Trump was daarover in zijn inaugurele speech vrijdag ondubbelzinnig. America first en weg met die andere landen die de VS leegplunderen.

De paradox wordt nog duidelijker in het licht van de grote onderlinge verschillen tussen de Europese geestverwanten van Trump: zo zijn de economische programma’s van Le Pen en Wilders veel linkser dan de ideeën van de AfD. Overigens bewaarde de eerdere AfD-leider Bernd Lucke nog een „sanitaire” afstand tegenover het Front National, vanwege de antisemitische uitlatingen van vader Le Pen. Frauke Petry kampt met antisemitisme in de eigen rangen en dus met interne verdeeldheid. Vandaag zou de partijleiding zich ontdoen van Björn Höcke, voorzitter in Thüringen, die het Holocaustmonument in Berlijn een nationale schande vindt.

Het wekt dan ook geen verbazing dat de verschillende partijen bijeen in Koblenz niet kwamen tot een formele verbintenis. Er was zelfs geen wat meer vrijblijvende gemeenschappelijke verklaring. Iets wat bij internationale congressen vrij gebruikelijk is. Koblenz bleef een dag vol redevoeringen en de mogelijkheid om foto’s te maken. Beelden van een internationale patriottische beweging die zelfs op papier niet bestaat.