Orbán valt progressieve waakhond aan

Nationaal-populisme De Amerikaans-Hongaarse miljardair George Soros steunt pluralisme en democratie. De nationaal-populistische premier Viktor Orbán begint een campagne tegen hem.

Foto Jason Alden/Bloomberg

‘Ik ben Viktor Orbán”, zegt de toekomstige premier van Hongarije in een filmpje dat een kwart eeuw geleden werd opgenomen.

„Ik ben student met een beurs van de Soros-stichting.”

Als jong politicus trok de toen nog liberaal geachte Orbán in 1989 naar de universiteit van Oxford op kosten van de Hongaars-Amerikaanse miljardair George Soros (86). Maar nu heeft de nationaal-populist Orbán de aanval ingezet op de progressieve Soros en zijn Open Society Foundations (OSF).

OSF is een mondiaal netwerk van ngo’s met als missie het bevorderen van pluralistische en democratische ‘open samenlevingen’. Daarvoor had het de afgelopen drie decennia meer dan elf miljard dollar (10,3 miljard euro) over.

„Het aanstaande jaar zal gaan over het uitdrijven van Soros en de krachten die hem symboliseren”, verklaarde premier Orbán in een recent interview met de regeringsgezinde nieuwswebsite 888.hu. Zijn Fidesz-partij plaatste een wetsvoorstel over de „transparantie” van ngo-financiering op de parlementaire agenda omstreeks april. Details zijn nog onduidelijk, maar ngo’s vrezen voor een offensief tegen middenveldorganisaties die tegengas geven aan de regering.

Mensenrechten

OSF financiert volgens een eigen telling meer dan 60 Hongaarse ngo’s. Daaronder bevinden zich corruptiewaakhonden zoals Transparency International Hongarije, onderzoeksjournalisten en mensenrechtenorganisaties zoals de lokale afdeling van het internationale Helsinki-comité. Sommigen van hen leveren regelmatig kritiek op het kabinetsbeleid. Zonder de steun van kapitaalkrachtige buitenlandse geldschieters die niet afhankelijk zijn van de regering is het „onmogelijk mensenrechten te promoten in Hongarije”, verklaarde Marta Pardavi, co-directeur van het Helsinki-comité, aan persbureau AFP.

De Hongaarse overheid hield in 2014 al een onderzoek naar de boekhouding van tientallen ngo’s die steun ontvingen van de Noorse regering. De politie viel de kantoren binnen van de organisaties die de subsidies verdeelden. Uiteindelijk werden geen financiële overtredingen vastgesteld, maar critici, onder wie de Amerikaanse oud-president Barack Obama, beschuldigden Boedapest van „openlijke intimidatie”.

Met Donald Trump als nieuwe president zien Hongaarse politici kansen. „Ik vind dat ze eruit gegooid moeten worden”, verklaarde Fidesz-vicevoorzitter Szilard Nemeth over de door de OSF gesteunde ngo’s.

„Ik denk dat de internationale voorwaarden hiervoor gunstig zijn met de verkiezing van de nieuwe president [in de VS].”

Regeringswoordvoerder Zoltán Kovács verzekerde AFP dat onder het nieuwe wetsvoorstel niemand het land wordt uitgegooid. En, zei hij: „Elke nieuwe regel zal voor iedereen gelden en in overeenstemming zijn met EU-wetgeving en internationale wetgeving.” Volgens OSF-directeur Christopher Stone heeft zijn organisatie zelf evenmin de intentie Hongarije te verlaten: „Wij zijn niet de oppositie, noch in Hongarije, noch elders. We zijn voorvechters van open debat.”

Gehaat in Oost-Europa

Als prominent geldschieter van kritische ngo’s wereldwijd, van de Amerikaanse Democratische partij en als pleitbezorger van grootschalige opvang van vluchtelingen in Europa, wordt filantroop Soros gehaat door autoritair getinte en nationalistische regeringen in de regio.

In Rusland plaatste het Openbaar Ministerie de nationale OSF-afdeling eind 2015 op een lijst van ‘ongewenste organisaties’. In Macedonië praat de heersende partij openlijk over ‘de-Sorosisering’. Ook in Hongarije is de campagne tegen Soros al geruime tijd aan de gang.

„Soros-ngo’s infecteren als Trojaanse virussen”, plaatste de krant Magyar Idök boven een karakteristiek stuk over hoe ngo’s, gefinancierd door de filantroop, gebruikt zouden zijn als vehikels om Amerikaanse invloed te verspreiden tijdens de Arabische Lente in het Midden-Oosten. Als bron haalt de krant een propagandawebsite aan, geregistreerd in Rusland.

Critici zien in de oorlogsverklaring aan Soros ook een poging een gemeenschappelijke vijand te creëren, in navolging van de anti-immigratiecampagne die de Hongaarse regering de afgelopen jaren voerde. Volgens tegenstanders wil ze via propaganda de eigen populariteit opvijzelen en de aandacht afleiden van een reeks corruptieschandalen.