Recensie

Het oerverlangen van Conny Janssen

Met Home viert Conny Janssen het 25-jarig bestaan van haar dansgezelschap. Het zachtmoedige thema, verbinding, is typerend.

Scène uit de voorstelling Home van Conny Janssen Danst Foto Leo van Velzen

Uitnodigend staan dertien dansers op een rij, over de breedte van het toneel. Ze gebaren: kom!, leggen de handen tegen het hart, prevelen, wenken naar het anonieme publiek in de donkere zaal.

Verbinding zoeken ze, verbinding met de ander als eerste levensbehoefte van de mens.

Home is de nieuwe voorstelling van Conny Janssen, die het 25-jarig bestaan van haar gezelschap Conny Janssen Danst viert. Het hele jaar zal in het teken staan van dat jubileum. In de zomer gaat een succesvolle locatievoorstelling in reprise: Mirror Mirror, in de Onderzeebootloods van de RDM in de Rotterdamse haven.

Verbinding is geen nieuw thema voor de Rotterdamse. Integendeel; het is de rode draad van haar oeuvre. Uit al haar choreografieën spreekt mededogen voor de kwetsbare mens die in de chaos van het leven zoekt naar ankers, naar een plaats om veilig zichzelf te kunnen zijn, mét anderen. Of het nu gaat om een stuk als Home, waarin verbinding wordt gethematiseerd, of eerdere voorstellingen, waarin Janssen de waanzin van patriottisme schetste of de sleur van fabriekswerk – altijd keert Janssen terug bij dat oerverlangen.

Kwetsbaar

De openingsscène van Home symboliseert treffend de kilheid van het leven zónder verbinding. In een kale ruimte met hoge, grijze muren ligt op een ijzeren bedje een ontworteld boompje. Een te klein dekentje bedekt maar een deel van de stam. De vrouw die op de rand van het bed zit, heeft alleen de muur om mee te communiceren: ze krabbelt er hele verhalen op.

Eenzaam en kwetsbaar zijn ook de eenlingen die de ruimte binnendruppelen, aarzelend, terugdeinzend of langs de muren sluipend. Soms verenigen zij zich in ensembledansen vol synchrone bewegingen.

In de beginjaren goot de Janssen zoiets vaak in anekdotes. Gaandeweg is ze associatiever gaan werken, maar nooit afstandelijk of abstract. ‘Humaan’ is een woord dat vaak is gebruikt om haar stijl te typeren, net als ‘zachtmoedig’ – woorden die ook goed over Janssen zelf gezegd kunnen worden.

Die zachte kracht is soms ook haar zwakte: Janssens voorstellingen zijn hartverwarmend, maar doordat hardheid, verdriet en venijn worden geneutraliseerd door een harmonieuze tegenkleur, kunnen ze zichzelf ‘onschadelijk’ maken. Het hindert het publiek niet: in de loop der jaren heeft zij een trouwe schare fans opgebouwd. Ook onder theaterdirecties: Home wordt de komende maanden zo’n vijftig keer gespeeld, voor hedendaagse dans uitzonderlijk vaak.

Onderzeeloods

De korte duetten in Home staan in het teken van het verlangen naar overeenkomsten en herkenning. Zo passen de precieze bewegingen van Tu Ngoc Huang uitstekend bij de ritmisch exacte stijl van Mariko Shimoda, en lijken Martijn Kappers en Youp Scheffer in hun vloeiende dans bijna een tweeling. Langzaam begint de betonnen ruimte op te warmen.

In deze voorstelling is dat beton (de vormgeving is van Janssens vaste decorontwerper Thomas Rupert) een geschilderde decorwand: Home staat in ‘gewone’ theaters en schouwburgen en dus niet op een van de industriële locaties die Janssen al twintig jaar regelmatig opzoekt: een onderzeebootloods waar dansers een hele voorstelling lang door het water waden, een oude tramremise, een ronde gashouder, de immense inrijhal van een vuilniscentrale of het dak van een verlaten Rotterdams NS-station.

Met haar locatievoorstellingen aan de rafelranden van de stad heeft Janssen een reputatie opgebouwd. Als weinig anderen weet zij gebruik te maken van de specifieke architectuur van de gebouwen. En juist uit die combinatie van een rauw, ongepolijst kader en haar grillige, organische danstaal ontstaan prachtige beelden.

Dribbelpasjes

Live-muziek is nu ook een verbindende kracht in de choreografie van Janssen, waar zij vroeger vaak collages van zeer uiteenlopende composities gebruikte. In Home stromen de filmische soundscapes en celloklanken van Michel Banabila en Maarten Vos vanuit een nis hoog in de wand de zaal in. De laatste jaren werkte de choreografe vaker met Nederlandse muzikanten, zoals multi-instrumentaliste en zangeres Maartje Teussink, Sinfonia Rotterdam, Alamo Race Track en Anne Soldaat.

De composities van Banabila en Vos leggen met haast romantische lange lijnen, ritmische intermezzo’s en elektronische klanken een de bodem onder bewegingen die inmiddels wel als ‘typisch Conny Janssen’ bestempeld kunnen worden. Koddige dribbelpasjes of diep doorgebogen, geaarde houdingen. Soepele, inventieve duetten waarin de ene beweging de andere uitlokt. Koortsachtige mimische gebaren. Uit alle macht opgezogen en vastgehouden teugen adem.

Veel meer dan in haar andere choreografieën ligt de nadruk hier op overeenstemming. Langzaam transformeert de stemming van verloren en verlangend naar zelfbewuster en steviger en zelfs feestelijk. Conflict en frictie zijn ver weg. Daardoor is dit misschien niet Janssens beste voorstelling, maar representeert Home wel het best het thema waar Janssen al vijfentwintig jaar mee bezig is.

    • Francine van der Wiel