Recensie

Kruipen door het hoofd van Martin Creed

Martin Creed bedwingt de chaos

De Britse kunstenaar Martin Creed beschrijft zijn hoofd als een ‘soep’ van gedachten en gevoelens. „Werken is een manier waarop ik probeer daarmee om te gaan.”

Martin Creed laat atleten (Work No. 850, 2008) en muzikanten (Work No. 2734, 2016) door het museum lopen Foto’s Luka van der Leer, Antoine van Kaam

Het begon met een piepklein vierkant blokje van zo’n 2,5 centimeter hoog. In 1992 was dat kubusje het eerste kunstwerk dat verzamelaar Joop van Caldenborgh kocht van Martin Creed (1968). De Britse kunstenaar stond aan het begin van zijn carrière, was net afgestudeerd aan de Slade School of Art in Londen en zou pas een decennium later, in 2001, de Turner Prize winnen. Creed, die sinds 1987 al zijn werken consequent nummert, was pas bij nummer 67.

Nu hangt Work No. 67 pontificaal in het midden aan de wand in Van Caldenborghs privémuseum Voorlinden, op de grote soloshow van Martin Creed. Hoe krankzinnig, manisch haast, het sculptuurtje is, dringt pas door wanneer je de omschrijving leest: „As many 1 inch squares as are necessary cut from 1 inch masking tape and piled up, adhesive sides down, to form a 1 inch cubic stack”. Dit is niet zomaar een blokje, hier zitten uren aan energie en frustratie in. Want probeer het maar eens: om van vierkante stukjes afplakband zo’n perfect kubusje te bouwen.

Ordeningen, stapelingen, verzamelingen, nummeringen - ze komen voortdurend terug in het oeuvre van Creed. Hij heeft ze nodig om grip op zijn leven te houden. Alleen zo kan hij de chaos in zijn hoofd bedwingen. „Mijn wereld is een soep van gedachten, gevoelens en dingen die allemaal door elkaar lopen”, aldus de kunstenaar. „Werken is een manier waarop ik probeer daarmee om te gaan.” En dus staat er een familie cactussen strak in het gelid, de kleinste voorop (Work No. 587) en zijn 64 verschillende lichtpeertjes keurig in een raster van 8 x 8 in de wand geschroefd (Work No. 1820).

Vrolijk

Martin Creed spaart zo’n beetje alles. Zijn eigen haar bijvoorbeeld, dat hij steeds precies een jaar lang laat groeien, waarna hij de haardos afknipt en als een sculptuur op een sokkel presenteert (Work No. 2705). Maar ook de auto’s die hij in de loop van zijn leven heeft vergaard en nooit meer heeft weggedaan (Work No. 2693, alleen maar Fiats in primaire kleuren). Hij heeft zelfs een verzameling ‘funny walks’, gefilmd op het zebrapad voor zijn Londense atelier (Work No. 1701). Alles kan kunst zijn, wat Creed betreft. En om dat ‘alles’ te omvatten, probeert hij werk te maken dat haast encyclopedisch volledig is.

Sfeerimpressie van Martin Creed.

Omdat hij zelf nogal last heeft van keuzestress, heeft Creed de inrichting van de tentoonstelling aan de medewerkers van Voorlinden overgelaten. Hij gaf ze omschrijvingen, hij schiep de kaders, maar zij moesten de werken uitvoeren. Zo liet hij ze een action painting maken met alle kleuren uit het assortiment van verfproducent Van Beek (Work No. 2793) en gaf hij ze de opdracht om zoveel mogelijk soorten tape van vijf centimeter breed via webshops aan te schaffen en daarmee een wand te beplakken in verticale banen. Creeds kunst is conceptueel, maar ook een visueel spektakel.

Hoe vrolijk de tentoonstelling op het eerste gezicht ook oogt, met ruimtes vol ballonnen en felgekleurde muurschilderingen, na een tijdje voel je toch de beklemming die de kunstenaar in zijn dagelijks leven ook moet ervaren. Het is alsof we langzaam in het hoofd van Martin Creed kruipen, met al zijn angsten en neuroses. In één zaal staan 39 metronomen langs de plinten (Work No. 112), die allemaal op een ander tempo staan afgesteld en een gekmakende kakofonie veroorzaken. In een volgende ruimte klinkt uit zeven verschillende, ouderwetse luidsprekers – óók weer een verzameling – de stem van de kunstenaar. Zeven Martin Creeds kakelen door elkaar heen. Zou het er in zijn hoofd ook zo aan toe gaan? Zelfs de titel van de tentoonstelling, Say Cheese, is niet zo onbekommerd als hij klinkt. Creed lijdt aan een ernstige kaasfobie en kan niet verkeren in het bijzijn van kaaseters. Dan wordt hij agressief.

Dit is een tentoonstelling die onder je huid kruipt. Gaandeweg krijg je steeds meer sympathie voor die gekke Brit met zijn dwangmatige regeltjes en bizarre gedachtenspinsels. Hoe komt hij erop om atleten door het museum te laten sprinten (Work No. 850) of kleine orkestjes door de zalen te laten trekken (Work No. 2734)? En doet dat ertoe? Het zijn heerlijk ontregelende intermezzo’s die de slenterende museumbezoekers op gezette tijden opschrikken. Als jonge eendjes lopen de muzikanten achter een zanger met een megafoon aan. Automatisch wil je je aansluiten, om mee te wandelen door Creeds magische universum.