‘Je kunt de verkiezingen niet winnen met een CPB-doorrekening. Wel verliezen’

Wimar Bolhuis over doorberekeningen CPB

Doorrekening van de verkiezingsprogramma’s zijn relevant voor de geloofwaardigheid van partijen, zegt de econoom.

Wimar Bolhuis als politiek assistent van staatssecretaris Jetta Klijnsma op weg naar een Kamerdebat. „Het is goed dat er discussie over het CPB is.” Foto Bart Maat / ANP

De leukste en meest veelzeggende tabel staat al in het begin van het boek, op pagina 17. Die geeft een overzicht van alle doorrekeningen van partijprogramma’s die het Centraal Planbureau (CPB) sinds de jaren tachtig uitvoerde aan de vooravond van de Tweede Kamerverkiezingen. En illustreert een van de conclusies van het boek De rekenmeesters van de politiek van Wimar Bolhuis: het enorm toegenomen belang – of in elk geval gewicht – dat het CPB in verkiezingstijd heeft gekregen.

Sinds 1986 zijn er acht doorrekenstudies verschenen. Die werden steeds lijviger: van de zestien A4’tjes in 1986 met maar drie onderzochte programma’s (PvdA, CDA en VVD) tot een boekwerk van 454 pagina’s over de programma’s van tien politieke partijen. Bolhuis, geboren in het jaar van de eerste doorrekening, kent ze vrijwel uit z’n hoofd. In zijn dinsdag te verschijnen boek geeft de jonge econoom een analyse van al die doorrekeningen door de jaren heen. Over drie weken publiceert het CPB de nieuwe editie van het onderzoek dat Keuzes in Kaart (KiK) is gaan heten.

Wat is u het meest opgevallen in al die doorrekeningen?

„In macro-economische zin zijn er eigenlijk maar weinig verschillen tussen links en rechts. Natuurlijk willen rechtse partijen altijd wat meer investeren in defensie of justitie, en linkse partijen in sociale zekerheid of onderwijs. Maar per saldo zit in de totale verschuivingen van lasten en uitgaven hooguit 1 tot 2 procentpunt verschil. Er is geen partij die de rijksbegroting in één klap wil verdubbelen of halveren.”

Hoe komt dat?

„Ik denk door de toenemend invloed van de ambtenarij. Vóór Keuzes in Kaart verschijnen nog verschillende ambtelijke studies met allerlei beleidsopties en over de financiële kaders in de komende kabinetsperiode – onder meer van de Studiegroep Begrotingsruimte. Alle partijen nemen dit ambtelijk speelveld als richtsnoer voor hun programma’s. Vanuit hun politieke voorkeuren buigen ze een beetje naar links of naar rechts, maar de financiële marges en dus de politieke verschillen op financieel-economisch gebied zijn relatief klein.”

Zijn de doorrekeningen belangrijk voor het verloop van verkiezingen?

„Er is geen enkele relatie tussen hoe politieke partijen in de Keuzes in Kaart scoren en de uiteindelijke verkiezingsuitslag. Kiezers kijken er niet naar. In 2012 scoorde de PVV goed op werkgelegenheid, maar verloor zij de verkiezingen. Bij de PvdA was het andersom. Wel zijn de doorrekeningen relevant voor de geloofwaardigheid van partijen. Wil je als serieuze regeringspartner gezien worden, dan moet je eraan meedoen. Je wil consistent zijn en financieel niet door de mand vallen. Zo bleek de SP in 2012 niet erg consistent rond de AOW-leeftijd. Die moest eerst voor iedereen op 65 jaar blijven. In de doorrekening bleek dat die pensioenleeftijd ineens inkomensafhankelijk werd. Het lijkt erop dat de SP de maatregel heeft aangepast omdat die onbetaalbaar of niet gedekt was. Verkiezingen kun je niet winnen met een doorrekening maar je kunt ze er wel mee verliezen.”

Veel partijen, zoals het CDA en de SP, aarzelden of zij dit keer wel moesten meedoen aan de doorrekeningen. Er is toenemende kritiek op de ‘modelwerkelijkheid’ van het CPB. Het planbureau zou te rigide zijn, louter oog hebben voor economische parameters en te weinig voor andere aspecten van de kwaliteit van de samenleving.

Deelt u die kritiek?

„Het is goed dat er discussie is: dat houdt het planbureau scherp. Ik vind dat het planbureau responsief is op alle kritiek. Met evaluaties en gesprekken met politieke partijen en de media probeert het zich elke keer te verbeteren. Verder ga ik ervan uit dat het CPB steeds de laatste stand van de wetenschap gebruikt. Ik heb alleen de uitkomsten onderzocht, niet de modellen, dus die staan voor mij niet ter discussie.”

Waar moeten we op letten bij de volgende Keuzes in Kaart?

„Voor het eerst zal het CPB kijken hoe de de inkomensverdeling zich op de lange termijn ontwikkelt, met de zogeheten ginicoëfficiënt. Dat is van belang in de discussie over sociale ongelijkheid tussen bepaalde inkomensgroepen. De twee grootste issues zijn het eigen risico in de zorg en de AOW-leeftijd. Afschaffen en terugdraaien hiervan zijn twee ingrijpende maatregelen die miljarden kosten. Ik ben benieuwd hoe men dit wil betalen. Probleem is dat twee partijen die de AOW-leeftijd terug willen brengen naar 65 jaar – kosten 12 miljard – niet meedoen met de doorrekening: de PVV en 50Plus.”