Indische vulkaan hulde Europa in kou

Klimaat

Toen de Samalas-vulkaan in Indonesië in 1257 uitbarstte, daalde de temperatuur in West-Europa sterk. Maar hongersnood was er toch al.

Foto Midori

De enorme uitbarsting van de Samalas-vulkaan op het Indonesische eiland Lombok, in het jaar 1257, leidde in grote delen van het noordelijk halfrond tot een tijdelijke afkoeling van het klimaat. Maar dat gebeurde lang niet overal. En de uitbarsting speelde weliswaar een rol in het mislukken van oogsten en daaropvolgende hongersnoden, maar ze was er niet de enige oorzaak van.

Met een publicatie maandag in het tijdschrift Nature Geoscience brengt een internationale groep aardwetenschappers meer nuance aan in het onderzoek naar de gevolgen van grote vulkaan-uitbarstingen in het verleden.

Zo concludeerde een andere groep aardwetenschappers twee jaar geleden dat vulkaan-uitbarstingen in tropische gebieden in het verleden steeds tot sterke afkoeling van het klimaat op het noordelijk halfrond hebben geleid. De invloed zou vele jaren, tot wel tien jaar, aanhouden. Verder was er een verband tussen de hoeveelheid sulfaat die bij de uitbarsting de atmosfeer in wordt geslingerd, en de mate van afkoeling.

Op basis van databanken met ijskernen en met chronologieën van boomjaarringen hadden ze de grote vulkaan-uitbarstingen van de afgelopen 2.500 jaar in kaart gebracht. Uit ijskernen zijn temperatuur en sulfaatuitstoot in opeenvolgende periodes af te lezen. De dikte van jaarringen zegt iets over groeiomstandigheden in lente en zomer. In hun onderzoek, dat in Nature werd gepubliceerd (30 juli, 2015) onderscheidden ze 283 individuele uitbarstingen, waarvan er 81 in tropische gebieden plaatsvonden.

Uit het nu gepubliceerde onderzoek blijkt dat de uitbarsting van de Samalas-vulkaan, die in de tropische regio ligt, tot sterke afkoeling leidde (gemiddeld 1,4 tot 2 graden Celsius) in Centraal-Azië, Siberië, West-Europa en het Canadese deel van de Rocky Mountains.

Maar in Groenland en Scandinavië viel de afkoeling mee. In Alaska was er in het jaar 1258-59 zelfs sprake van een zwakke opwarming, die volgens de onderzoekers werd veroorzaakt door El Niño, een grillig klimaatfenomeen dat in de Grote Oceaan warmte aan het zee-oppervlak brengt.

Ook trekken de aardwetenschappers het verband in twijfel tussen de sulfaatuitstoot van een eruptie en afkoeling. Bij de Samalas-uitbarsting in 1257 kwam beduidend meer sulfaat in de atmosfeer dan bij de erupties van 1453 (de vulkaan Kuwae bij Vanuatu), 1600 (Huaynaputina, Peru) en 1815 (Tambora, Indonesië), maar de afkoeling was vergelijkbaar.

Wat betreft tegenvallende oogsten en hongersnoden, schrijven de onderzoekers dat die in West-Europa en Japan al ongeveer een jaar aan de gang waren vóórdat Samalas uitbarstte. Ze beroepen zich hierbij op talloze middeleeuwse teksten, en eerder historisch onderzoek naar bijvoorbeeld begrafenissen in Londen in die tijd. In Engeland waren al in 1256 en ’57 slechte oogsten, en in Japan begon in 1257 een hongersnood. De uitbarsting heeft de crisis wellicht verergerd, maar dus niet veroorzaakt.

Verder hielden de klimaatgevolgen na de Samalas-uitbarsting geen tien jaar aan, maar waren ze na 3 à 4 jaar voorbij.