Opinie

    • Jan Kuitenbrouwer

Dank je wel Trump, voor het verhelderen van de taak van een journalist

Jan Kuitenbrouwer bedankt Donald Trump en zijn perschef. Nu is weer echt duidelijk wat de journalistiek moet doen: niet opschrijven wat politici zeggen, maar onderzoeken wat ze doen.

Amerikaanse toeristen met Donald Trump-petten worden geïnterviewd door journalisten bij het Capitool van de Verenigde Staten. Foto Alexander Schippers/ANP

In 2013 deed ik in NRC een voorstel voor een experiment: laten we een doek over de vogelkooi van Den Haag leggen. Niet meer schrijven over wat politici zeggen, alleen nog over wat zij doen. Politieke journalistiek bestaat vrijwel uitsluitend nog uit praatjes. Uit spin. Politiek ís een verbaal bedrijf, zeker, maar die woordenstrijd dient een doel: het beleid. En hoe beoordeel je de kwaliteit van beleid? Niet door te luisteren naar wat de voorstanders erover zeggen, en van het luisteren naar de tegenstanders word je meestal ook niet veel wijzer. De ware lakmoestest is wat het beleid in de praktijk teweegbrengt. In de VS hebben we nu kunnen zien wat er kan gebeuren als de journalistiek die taak verzuimt. Tussen de twee welvarende Amerikaanse kusten, diep in de binnenlanden, heeft zich een economisch drama afgespeeld waar de politiek noch de pers oog voor hadden, druk als zij waren met woordenstrijd en beeldvorming.

Het doet erg denken aan Nederland in 2002, toen Fortuyn een ‘drama’ blootlegde dat Den Haag en de media over het hoofd hadden gezien, druk als zij waren met de preoccupaties van ‘Paars’. Men beloofde beterschap, maar de aanpassing was er een van uiterlijkheden en presentatie, de echte omslag, van beeldvorming naar concrete problemen en oplossingen, bleef uit.

Niet de politiek moet de agenda van de journalistiek bepalen, de journalistiek moet de agenda van de politiek bepalen.

Een politiek waarin falen of succes wordt bepaald door ‘hoe je het doet in de media’, rekruteert op dat soort vaardigden en zo versterkt het proces zichzelf: steeds meer mediagenieke mooipraters, steeds meer spin, steeds minder substantie. Vroeger was het donker waar dingen verstopt werden, tegenwoordig staat juist het licht erop. Waartoe dient de journalistiek, om te helpen plannetjes te verkopen of om te controleren of ze werken? Hoe kunnen wij überhaupt beoordelen wat Edith Schippers over de zorg beweert, of Lodewijk Asscher over de arbeidsmarkt, als wij niet weten hoe het in de zorg en op de arbeidsmarkt gesteld is?

Niet de politiek moet de agenda van de journalistiek bepalen, zoals nu maar al te vaak het geval is, de journalistiek moet de agenda van de politiek bepalen.

Dat bizarre optreden van Sean Spicer was een brute maar nuttige duw in de rug van de pers om zich weer toe te leggen op haar eigenlijke taak.

Inmiddels, vier jaar na mijn voorstel, lijkt de wal het schip te keren. Door de enorme vlucht van de sociale media heeft de politiek de oude media al bijna niet meer nodig voor het uitdragen van haar boodschap. Het sterkste voorbeeld is Donald Trump, met zijn 20 miljoen Twitter-volgers en een nog groter bereik via Facebook, direct en indirect. Dus wat doet hij? Op zijn eerste dag als president laat hij zijn perschef Sean Spicer het Witte Huis-journaille eens flink op hun kop schijten. Als ik hoofdredacteur van een Amerikaanse krant was zou ik mijn Witte Huis-correspondent per direct terugtrekken en mijn collega’s bellen met het advies hetzelfde te doen. Onmiddellijk een pool vormen die voortaan één collega afvaardigt om, just for the record, de nonsens te noteren. Je wordt als journalist niet zomaar Witte Huis-correspondent, dat zijn doorgaans hooggekwalificeerde krachten. Zelfs bij een conventionele presidentiële equipe, zoals onder Obama, is zo iemand weinig meer dan het doorgeefluik voor spin en propaganda, en als dat dieet door team Trump nog verder wordt gedegradeerd, tot humbug en haatretoriek, kan een redactie talent wel beter benutten. Hasta la vista, baby, wij lezen het wel op Twitter.

In die zin heeft Trump de journalistiek afgelopen zaterdag juist een grote dienst bewezen: dat bizarre optreden van Sean Spicer was een brute maar nuttige duw in de rug van de pers om zich weer toe te leggen op haar eigenlijke taak: niet opschrijven wat politici zeggen, maar onderzoeken wat zij dóén. Gooi een doek over die kooi – meestal houdt het gekrijs dan vanzelf op.

Lees ook het artikel van correspondent Guus Valk over alternatieve feiten: Trump in het Witte Huis: leugens, conflicten en protest
    • Jan Kuitenbrouwer