De ‘confidence man’

Flessenpost

Schrijfster Pia de Jong is met haar gezin verhuisd naar Princeton, in de VS. Ze bericht wekelijks over wat haar opvalt.

Illustratie Eliane Gerrits

‘Heb je genoeg vertrouwen in me om je horloge bij mij in bewaring te geven tot morgenochtend?” Die vraag stelde William Thompson aan zijn bemiddelde slachtoffers, tegenover wie hij zich voordeed als een oude bekende. Hun horloge, of geld, zagen ze nooit meer terug. Na zijn arrestatie in 1849 typeerde een journalist een dergelijke zwendelaar als de „confidence man”.

Amerika is altijd gefascineerd geweest door de con man, de bedrieger met een enorme overtuigingskracht. Goedgebekt en boerenslim gaat hij op zijn doel af en verovert het vertrouwen van zijn slachtoffer voordat hij er met de buit vandoor gaat. Het Engels kent een hele reeks woorden voor zo’n truc: con, grift, hustle, swindle, bamboozle, finagle, diddle, shaft, hose, fleece etc. Er wordt wel beweerd dat dit land zijn bestaan dankt aan zwendelaars die de regels aan hun laars lappen.

Bedriegers komen onthutsend ver. Nog vers in het geheugen zit Bernie Madoff die met valse beloftes zijn slachtoffers 65 miljard wist te ontfutselen. Er zijn zwendelaars geweest die de Eiffeltoren verkochten, twee keer, en de Brooklyn Bridge, ook twee keer, zelfs een heel verzonnen land, Poyais in Zuid-Amerika.

De zwendelaar is ook een terugkerend figuur in de Amerikaanse literatuur. Tien jaar na de arrestatie van William Thompson schetst Herman Melville in zijn maatschappijkritische satire The Confidence-Man: His Masquerade een serie meesterzwendelaars en hun al even onbetrouwbare publiek. Zo is er de man met de gouden manchetknopen die aandelen verkoopt van een failliet bedrijf, de dame die aan liefdadigheid doet voor eigen gewin, en de kwakzalver die beweert met kruiden alles te genezen.

Mark Twain schrijft in Huckleberry Finn over twee bedriegers die zichzelf Duke en Dauphin noemen en beweren de Engelse Hertog van Bridgewater en Lodewijk XVII te zijn. Alles wat je nodig hebt is onwetendheid en vertrouwen, en succes is gegarandeerd, beweert Twain.

We zien dit mooi geïllustreerd in Being There waar de simpele tuinman Chance, in de verfilmde versie briljant vertolkt door Peter Sellers, het brengt tot presidentskandidaat. Hij kent de wereld alleen maar van de televisie, maar aan zijn simpele woorden over het weer en de tuin worden diepe filosofische inzichten toegedicht.

Ook de onvergetelijke Jay Gatsby, de romanfiguur die Fitzgerald schiep, is een geliefde con man. Niemand weet iets over deze puissant rijke man, maar zijn gasten laten zich zijn champagne graag smaken.

Op de top van de Olympus van alle zwendelaars huist the Wizard of Oz, oorspronkelijk een figuur in een kinderboek, maar beroemd geworden door de film uit 1939. Oz de Grote en Verschrikkelijke regeert met strakke hand en luide stem over het Land van Oz waar hij wordt vereerd als een geweldige tovenaar, omdat hij, eh, zulke geweldige dingen doet.

Maar er is hoop. Vaak valt de bedrieger door de mand. William Thompson is vereeuwigd als de archetypische con man. Madoff kreeg 150 jaar gevangenisstraf. Gatsby eindigt dood in zijn eigen zwembad. En de tovenaar van Oz? Hij blijkt een oude man met vlassig haar en een grote luidspreker te zijn die zich van trucs en illusies bedient. Hij wordt ontmaskerd door het hondje Toto die het gordijn wegtrekt waarachter hij zich verstopt, waarop de Grote en Verschrikkelijke Oz uitroept: „Besteed geen aandacht aan die man achter het gordijn.” Toto, waar ben je?

Reacties naar: pdejong@ias.edu