Weten

In de marge van het wereldnieuws proberen gewone mensen, X&Y, indruk op elkaar te maken, iets netjes op te lossen of wanhopig hun hachje te redden.

Gabriëlle volgt een opleiding in Amsterdam, maar tegenwoordig brengt ze meer tijd door in de coffeeshop dan in een lokaal. Haar vriend, Erwin, die haar onderhoudt en ook haar opleiding betaalt, mag dat niet weten. Dus heeft ze geregeld dat ze na zo’n ‘schooldag’ bij een vriendin kan douchen en omkleden. Daarna pakt ze de trein terug, en eenmaal thuis is ze dan weer nuchter en fris genoeg. Soms blijft ze nog een tijdje bij die vriendin hangen, dan nemen ze nog een pilletje. Gisteren heeft ze dat ook gedaan.

Ze was het alleen niet van tevoren al van plan geweest. Vanwege een belangrijke bijeenkomst, had ze dit keer echt naar school willen gaan, dus had ze geen extra kleren in haar tas gestopt. Volgens haar vriendin was de wiet niet aan haar trui te ruiken. En zelf rook Gabriëlle ook niks, want ze was verkouden. Maar in de trein had ze zich toch zorgen gemaakt, Erwin heeft een goede neus.

Erwin vraagt zich inderdaad af wat Gabriëlle eigenlijk allemaal doet in Amsterdam. Hij vindt dat hij recht heeft op een beetje informatie, aangezien ze gratis in zijn huis woont. Bovendien gaat alles wat Gabriëlle koopt, zoals onlangs een abonnement met de nieuwste iPhone, hup, van zijn rekening af. Hij is smoorverliefd op haar, maar hij wil niet de sukkel zijn die haar berichtjes naar andere mannen betaalt.

Dus toen Gabriëlle, die digibeet is, Erwin had gevraagd haar een beetje met haar nieuwe telefoon op weg te helpen, had hij de optie ‘Find my iPhone’ aangevinkt en haar wachtwoord onthouden. Nu kan hij op zijn eigen computer altijd zien waar Gabriëlle is, zonder dat zij weet dat hij haar traceert.

Gisteravond was ze weer eens blijven hangen, zogenaamd bij een vriendin, en om één uur ’s nachts was ze daar nog steeds. ‘Liefje’, had Erwin haar geappt, ‘wanneer denk je dat je ongeveer thuis bent?’ Haar antwoord kwam meteen: ‘Ik zit in de trein, schatje, ik kruip zo tegen je aan.’ Maar hij zag het groene bolletje nog steeds in de Konijnenstraat in de Jordaan.

Iets na vier uur was Gabriëlle thuis. De trein stond stil, is haar smoes. Het brandalarm ging weer eens af in de Schipholtunnel. Ze is opgelucht, want Erwin besnuffelt haar niet.

Erwin zou wel willen zeggen dat het groene bolletje pas om kwart over twee langzaam richting het station begon te bewegen, maar hij weet dat het dan uit is. Ik vind het geen prettig idee, zegt hij tenslotte. Jij, die ’s nachts door Amsterdam loopt, helemaal in je eentje, zonder dat iemand weet waar je bent.