Column

Grijze haren geven een dirigent kracht

Wat is het magische ingrediënt dat maakt dat eredivisiedirigenten – meer dan professionals in welk ander beroep ook – tot op zó hoge leeftijd actief blijven? Neem alleen al (enkele van) de recent overledenen: Claudio Abbado, Kurt Masur, Colin Davis, Neville Marriner, Georges Pretre, allen 80+, allen doordirigerend tot het niet meer ging.

Het antwoord is simpel. Wie danst, stopt jong. Wie een instrument speelt, moet zijn spieren trainen (zie de in zijn levensavond frequent zwemmende cellist János Starker, of de yoga beoefenende violist Yehudi Menuhin). Maar dirigeren is een metier van hersenkracht, gevoelsrijkdom, overwicht en charisma. Een jong iemand kan er talent voor hebben, sterker nog: er steengoed in zijn. Maar jong zijn heeft geen meerwaarde. Wat helpen kracht en dadendrang als je een podium vol hoogopgeleide en kritische musici moet motiveren mee te gaan in juist jóúw visie? Niets. Het gaat om het op- en onderbouwen van die visie. Om ervaring, kennis, een haarfijne sociale antenne. De klank van het hele Orkest van de Achttiende Eeuw verschoot van kleur als wijlen Frans Brüggen één van zijn machtige wenkbrauwen optrok. Het Rotterdams Philharmonisch Orkest klonk (echt gebeurd) ooit al anders toen Valery Gergiev in de coulissen verscheen, om daar zwijgend toe te zien op het werk van een leerling. Muziek ís magie, deels althans, (zonder technisch meesterschap blijft het konijn in de hoed) en hoe levenservarener de dirigent, hoe krachtiger diens overwicht, overzicht en succes kunnen zijn.

Bernard Haitink wordt in maart 88. Dat is zeer oud. Zijn linkerhand, motor achter de muzikale nuance, heeft in de aard van de beweging soms iets kwetsbaars gekregen. Punt is alleen dat dat niet uitmaakt. Ik ben woensdag op het podium van het Concertgebouw gaan zitten om Haitink aan het werk te zien bij het Chamber Orchestra of Europe (zie bespreking p. 5). Met dat orkest heeft hij een nauwe relatie, en dat merk je. Af en toe een persoonlijke blik, een uitnodigende vingerwending en voilà: je hoort het verschil. Tussen? Nou ja, tussen uitstekend klinkende noten die een verhaal vertellen, en tussen een verhaal dat zodanig boeit, roert en troost dat het je verzoent met alles. Voor even dan.

Vanaf die podiumplaats, met uitzicht op Haitinks mimiek, bedacht ik: als muziek echt boven de noten uitstijgt en zo’n diepe schoonheidssensatie geeft, dan voelt een concert soms als een persoonlijk cadeau.