NRC checkt: ‘Er zijn één miljoen Erasmusbaby’s geboren’

Dat schreven Franse kranten over het EU-studentenuitwisselingsprogramma.

Foto IStock

De aanleiding.

De Erasmusbeurs, om in een ander Europees land te studeren of stage te lopen, bestaat dertig jaar. NRC-correspondent Peter Vermaas schreef op 10 januari dat geen Franse krant onvermeld liet dat naar schatting één miljoen ‘Erasmusbaby’s’ zijn geboren.

Waar is het op gebaseerd?

De schatting is gebaseerd op de Erasmus Impact Study uit 2014 onder 79.000 studenten en alumni, met een respons van 56.000. Daarin werd vastgesteld dat 27 procent van de Erasmus-alumni zijn of haar partner tijdens de studie in het buitenland heeft gevonden.

In een persbericht van 22 september 2014 over het onderzoek schat de Europese Commissie (dus niet een van de onderzoekers zelf) dat „sinds 1987 naar schatting 1 miljoen baby’s werden geboren uit Erasmusstellen”. Dat bericht heeft zich snel vermenigvuldigd en wordt vaak herhaald.

En klopt het?

Bij „Erasmusstellen” zou je kunnen denken dat beide partners een beurs hadden, maar het gaat over stellen met verschillende nationaliteiten, waarvan minstens één partner een Erasmusbeurs had.

In 2014 waren er 3 miljoen alumni. Op basis daarvan berekende de Erasmusorganisatie het aantal baby’s. Waar komt dat miljoen dan vandaan?

Zo’n 810.000 alumni (27 procent) zouden tijdens hun studie in het buitenland iemand met een andere nationaliteit hebben ontmoet.

Hoogopgeleide Europese vrouwen krijgen gemiddeld 1,53 kinderen. Dat levert theoretisch – als de helft van de 810.000 alumni vrouw is, en je bijvoorbeeld homoseksuele relaties buiten beschouwing laat) – 620.000 baby’s op. Als steeds één partner Erasmusstudent was, komt dat op het dubbele: 1.240.000 baby’s. Eén miljoen zit daar ergens tussenin.

Maar hoeveel van die ‘Erasmusrelaties’ waren zo bestendig dat er kinderen van kwamen?

Laten we eens kijken naar de alumni die de enquête invulden. Maar liefst 85 procent van hen kreeg een Erasmusbeurs in de vijf jaar voor het invullen. De gemiddelde leeftijd van de Erasmusbursaal is 22,5 jaar. De grote meerderheid van Erasmus-alumni die de enquête invulden, bestond dus uit twintigers. En: hoe lager de leeftijd, des te kleiner de kans dat een relatie er een voor het leven is.

In de Europese Unie krijgen vrouwen volgens Eurostat hun eerste kind gemiddeld pas tegen hun 29ste; voor mannen ligt die leeftijd nog drie jaar hoger. Bovendien krijgen hoogopgeleiden op een bovengemiddelde leeftijd hun eerste kind. Conclusie: de gemiddelde leeftijd voor het eerste kind ligt flink hoger dan de gemiddelde leeftijd van de alumni die de enquête hebben ingevuld.

Alles bij elkaar betekent dit dat de meeste alumni die invulden dat ze een relatie met iemand van een andere nationaliteit hadden, nog niet wisten of ze kinderen zouden krijgen. Laat staan dat ze één of meer kinderen hadden. Ze hadden ook nog alle tijd om de relatie te verbreken. En relaties tussen partners van verschillende nationaliteiten vergen meer aanpassingsvermogen dan relaties tussen landgenoten. Minstens één partner moet dan emigreren.

Conclusie

3 miljoen Erasmusalumni zouden 1 miljoen kinderen hebben gekregen met een partner met aan andere nationaliteit, die ze tijdens hun studie hadden ontmoet. Maar het merendeel van de mensen die de enquête invulden, was nog niet aan kinderen toe. Om te bewijzen dat er 1 miljoen Erasmusbaby’s zijn, zouden veel meer alumni moeten zijn geënquêteerd die al kinderen hebben. De bewering van de Europese Commissie dat er 1 miljoen Erasmusbaby’s zijn geboren, wordt daarom beoordeeld als ongefundeerd.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt