Recensie

De vrouw als speelbal

Bijna alles aan de voorstelling ‘Emilia Galotti’ in de regie van het grote talent Maren E. Bjørseth is goed gedaan. Alleen de plot uit 1772 is nogal achterhaald.

Scène uit 'Emilia Galotti', met Jip van den Dool als prins, Diewertje Dir als Emilia, Vanja Rukavina als markies. Foto Sanne Peper

Bijna alles aan de voorstelling ‘Emilia Galotti’ in de regie van het grote talent Maren E. Bjørseth is goed gedaan. Een groep jonge acteurs laten de vonken eraf vliegen en voeren hun opdracht om maniëristisch en grotesk te spelen tot in de puntjes uit. Met het drietal in temperamentvolle rollen als meest in het oog springend: Jip van den Dool als prins, Hannah van Lunteren als de moeder van het meisje Emilia en Keja Klaasje Kwestro als de geliefde van de prins. Het retro-futuristische seventiesdecor, de aankleding en een sterk eigentijds geluidsontwerp (Wessel Schrik) dragen bij aan het voorbeeldig afstoffen van een toneelklassieker.

Het enige probleem is de onbenullige plot van deze tekst uit 1772, waarin een boze prins voorkomt dat het brave burgermeisje Emilia Galotti met een ander trouwt. Waardoor je na dat goede werk, en ondanks de mooie zinnen die auteur Lessing soms neerpende, niet meer dan schuimtaart overhoudt.

In haar precieze en heldere regie maakt Bjørseth op beeldende wijze haar punt dat de vrouw speelbal is van de mannelijke dominantie. Tot twee keer toe duwt men de knieën van de fladderige Emilia weer bij elkaar. En voortdurend hebben we zicht op het broekje onder Emilia’s mini-jurkje. Als drie mannen over haar lot soebatten terwijl zij treurt om haar dode geliefde, kijken we langdurig in haar kruis: dat is waar mannen over willen beschikken, dat is waar ze bang voor zijn.

    • Ron Rijghard