Adèle Bloemendaal: De leading lady met de klaterende lach

Cabaretière 1933-2017 Ze was op haar best als ze op het ene moment rebels kon zijn en even later weer ravissant. Baldadig en chic. Literair en liederlijk. Grof en geraffineerd. Stout met stijl.

Adèle Bloemendaal in 2006, bij de uitreiking van de Blijvend Applaus Prijs in Amsterdam. Foto: Evert Elinga/ANP

Haar mooiste zelfportret was een lied dat De zwarte doos heette. Het beschreef de reddingsploeg die bij de resten van een neergestort vliegtuig op zoek is naar de zwarte doos die het antwoord op alle vragen zal geven. En het vertelde vervolgens over de rampen die Adèle Bloemendaal zelf waren overkomen: vaak verdween ze plotseling uit het zicht, soms sloeg ze over de kop, af en toe ontsteeg ze een felle brand en ook zonder aanleiding ging het wel eens mis: „Juist als het goed gaat, word ik tegendraads”. Maar anders dan bij een vliegtuigramp behoefde er in haar geval niet worden gezocht, zong ze:

‘Ik wil niet weten wat mijn vluchtgedrag verklaart / noem mij maar onbetrouwbaar en gewetenloos / mij krijg je niet kapot, dat ligt niet in mijn aard’.

De tekst was geschreven door Jacques Klöters en de muziek door Martin van Dijk. Maar niemand anders dan Adèle Bloemendaal had dit lied kunnen zingen. Het was dan ook voortgekomen uit de vele gesprekken die zij ter voorbereiding van haar grote theatershows voerde met een klein groepje schrijvers die haar opmerkingen en ideeën – en de hunne – konden verwerken tot teksten die ze bij uitstek tot de hare konden maken. Als het hoogstpersoonlijke statement van een vrouw die altijd trots op haar beide benen was blijven staan, ook als ze soms de grond onder haar voeten dreigde te verliezen.

Totdat ze in het voorjaar van 2000 haar tournee met het programma Adèle’s Comeback Nr. 1 moest afbreken omdat ze tijdens de voorstelling onwel was geworden. Sindsdien trad ze niet meer op. Ze bleef thuis, werd getroffen door diverse beroertes, raakte hulpbehoevend en verhuisde ruim een jaar geleden naar een verzorgingshuis in de Amsterdamse binnenstad, waar ze zaterdag – 84 jaar oud – is overleden.

Pronte leading lady

Ze heette Adèle Maria Hameetman, kwam uit de Jordaan en debuteerde als rijzige blikvanger in een amateurcabaretgroepje waaraan ook Leen Jongewaard meewerkte. Samen werden ze in 1953 ontdekt en gecontracteerd door het toenmalige jeugdtheatergezelschap Puck (het latere Centrum). Zij kreeg de artiestennaam Adèle Hamé. Maar langer dan een paar maanden duurde haar engagement niet. Ze liep tegen de avontuurlijke Ben Bloemendaal aan die in Amerika ging werken en kon de verleiding niet weerstaan overhaast met hem te trouwen en mee te gaan – een spannende belevenis in een spannend land dat toen nog heel ver weg was. Ze vertrok zonder iets tegen de Puck-directie te zeggen. In de administratie kwam een kwaaie kanttekening te staan: „Contractbreuk per 15 januari 1954”.

1972-10-12 12:00:00 Adele Bloemendaal./Adele Bloemendaal.
1992-10-01 12:00:00 Adele Bloemendaal neemt een van de hoofdrollen voor haar rekeningen in de komische serei bij Veronica ‘In de Vlaamsche Pot’./Adele Bloemendaal neemt een van de hoofdrollen voor haar rekeningen in de komische serei bij Veronica ‘In de Vlaamsche Pot’.
1986-10-10 12:00:00 Adele Bloemendaal.
Foto’s ANP/Kippa

Enkele jaren later kwam ze toch weer terug naar Nederland. Zonder man, maar met de nieuwe achternaam die ze altijd zou behouden. Ook toen ze in 1961 trouwde met de zanger-danser Donald Jones, van wie ze na de geboorte van hun zoon John weer snel scheidde.

Haar carrière was even afwisselend als haar liefdesleven. In de loop van de jaren zestig werkte ze mee aan diverse cabaretgroepjes, acteerde enkele seizoenen bij toneelgroep Ensemble, speelde en zong in tv-shows, was de pronte leading lady in het succesprogramma Met blijdschap geven wij kennis met Gerard Cox en Frans Halsema en werd geprezen om haar fijnproevers-elpee Aaahdèle met literair getint kleinkunstrepertoire. Haar veelzijdigheid maakte haar veelgevraagd. Maar zelf keek ze later met weinig heimwee op die tijd terug – er moest geld worden verdiend, en een alleenstaande moeder kon nu eenmaal niet te kieskeurig zijn. Wel wist ze zich af en toe met kleurrijke excuses aan een verplichting te ontworstelen. „Als ik in het verleden ergens onderuit wilde”, zei ze jaren later in Opzij, „greep ik alles schaamteloos aan. Ziekte, of de dood van een geliefd iemand. Ik heb ook veel gelogen”.

’t Schaep met de 5 pooten

Haar grootste publiekssucces volgde in 1969, toen Adèle Bloemendaal en haar ex-Puck-collega’s Piet Römer en Leen Jongewaard de drie hoofdrollen speelden in de comedyserie ’t Schaep met de 5 pooten van schrijver Eli Asser. Zelden straalden drie acteurs zo veel saamhorigheid uit. Zij was Doortje, met authentiek-Jordanese tongval, een steevast in bloemetjesjurken gehulde gestalte en een torenhoog suikerspinkapsel op een gul geinhoofd. Als om te bewijzen dat ze desgewenst ook zonder sexy schijnsel een grande dame kon zijn.

Begin jaren zeventig zong ze bovendien, in het volkse voetspoor van ’t Schaep, een paar carnavalsnummers die haar zelfs tot in Toppop brachten. Het eerste, het door Drs. P geschreven Wat heb je gedaan, Daan? was een uitgelaten persiflage op het genre („in de hele met z’n allen van die dingen niks meer aan”), maar allengs vervaagde het verschil tussen parodie en carnavalsrealiteit – al was het maar omdat ze zich, om den brode, steeds vaker schnabbelend manifesteerde in het feestcircuit. Maar na een paar jaar kwam ze ook zelf tot de conclusie dat daar haar toekomst niet lag.

De grootste wending in haar loopbaan vond plaats in 1982, toen Adèle Bloemendaal – op haar vijftigste – voor het eerst besloot haar werkgelegenheid in eigen hand te nemen. Ze poseerde voor Playboy en stelde onder de veelzeggende titel Adèle’s keus een theaterprogrammaatje samen met bestaand repertoire naar eigen smaak, van Brecht tot Dorrestijn. Ze schopte haar pumps uit en gaf elk nummer alle lading die erbij paste. Op energiek gespierde muziek die haar voordracht des te expressiever maakte. Het programma viel aanvankelijk niet eens op, een première was er niet en er verschenen nauwelijks recensies. Maar toch groeide het uit tot de grootste cabaretverrassing van het seizoen.

Al haar talenten vielen samen in de vier grote theatershows die ze daarna maakte. Ze kon op het ene moment rebels zijn en even later weer ravissant. Baldadig en chic. Literair en liederlijk. Grof en geraffineerd. Stout met stijl. Adèle Bloemendaal op haar best.

Twee seizoenen geleden speelden Sanne Wallis de Vries en Paul Groot het theaterprogramma Adèle, over haar levendige leven en haar eminente werken. Ze kwam zelf naar de première en lachte toen voor de laatste keer in het openbaar de lach die alleen de hare kon zijn: die klaterende lach, die uit de diepste diepten naar boven kwam. Ook daarin was ze uniek.

Van links naar rechts: Piet Romer, Adele Bloemendaal, Leen JongewaardFoto: Kippa