Advocaat van Turkse jongens wil alsnog rechtszaak Demmink

Seksueel misbruik

Geen bewijs voor verkrachting, zoals justitie stelt? Advocaat Adèle van der Plas bestrijdt dat. „Het OM heeft zich met een kluitje in het riet laten sturen.”

Protest bij de rechtbank in juni 2016. Foto: ANP

Het Openbaar Ministerie zou de voormalige justitiële topambtenaar Joris Demmink alsnog moeten dagvaarden om in een openbare terechtzitting de beschuldigingen te behandelen over verkrachting van twee minderjarige Turkse jongens.

Dat stelt advocaat Adèle van der Plas in een brief aan het gerechtshof in Arnhem. Zij is de advocaat van twee Turken die aangifte tegen Demmink hebben gedaan omdat ze zeggen ruim twintig jaar geleden als minderjarige jongens door hem in Turkije te zijn verkracht.

Het hof oordeelde in januari 2014 dat het OM „met voortvarendheid” een strafrechtelijk onderzoek moest doen naar de geruchten over Demmink. Het hof oordeelde dat uit eerdere onderzoeken „voldoende feiten en omstandigheden” kwamen voor zo’n onderzoek. Na tweeënhalf jaar onderzoek naar de verdenkingen concludeerde het OM vorig jaar juni dat er „geen enkel belastend materiaal” is om Demmink te vervolgen.

Van der Plas komt na bestudering van hetzelfde onderzoeksdossier tot een andere slotsom. De raadsvrouw schrijft het hof dat in het nieuwe dossier (codenaam Tamarix) „ruimschoots voldoende bewijs” is te vinden dat berechting van Demmink mogelijk maakt. Het onderzoek naar de man die in 2012 met pensioen ging als secretaris-generaal van het ministerie van Veiligheid en Justitie heeft volgens haar „ondanks de tegenwerking vanuit Turkije slechts nieuwe feiten opgeleverd die het eerder aanwezige bewijs ondersteunen”.

Privacy

Het OM wilde niet dat Van der Plas het Tamarix-dossier kreeg wegens een gevaar van privacyschending. Het hof oordeelde dat ze namens de aangevers wel recht had op de resultaten. Uit het dossier blijkt dat het OM onderzoek heeft laten doen naar de betrouwbaarheid en „mogelijke criminele antecedenten” van de twee mannen die zeggen te zijn verkracht. „Dergelijke aanwijzingen” zijn niet gevonden, concludeert Van der Plas.

Het OM onderzocht ook de betrouwbaarheid van een belangrijke getuige: een Turkse politieman die heeft verklaard destijds jongens aan Demmink te hebben geleverd in Istanbul. Deze man bleek volgens het Turkse OM inderdaad in die tijd werkzaam te zijn geweest bij de politie in Istanbul bij de afdeling beveiliging.

Van der Plas hekelt het feit dat Turkije tot drie keer toe geweigerd heeft de Haagse onderzoeksrechter te helpen. Dat gebeurde omdat de zaak volgens de Turken verjaard is. „Het is volstrekt duidelijk dat de Nederlandse delegatie in deze zaak door de Turken tegen alle verdragsrechtelijke regels in met een kluitje in het riet is gestuurd.”

Het OM wil de wens tot een sepot toelichten in een openbare zitting. Volgens het hof kan dit niet. Van der Plas stelt voor dat Demmink gewoon wordt gedagvaard zodat het OM in een openbare rechtszaak eventueel vrijspraak kan vragen voor de verdachte. Dit gebeurde ook in het eerste proces tegen Geert Wilders toen het OM op last van het hof tot vervolging (wegens discriminatie) moest overgaan. Het hof beraadt zich op een standpunt.