Recensie

Expressieve Baartman maakt genoeglijke grapjes

Nathalie Baartman noemt zichzelf een ‘xenofiel’. Haar zesde programma ‘Voest’ gaat over asielzoekers, maar ze kan behendig van de hak op de tak springen.

Nathalie Baartman Foto Manon Bruininga

Alsof ze anderhalf uur lang aan de telefoon zit met een goede vriendin – zo verloopt Voest, het nieuwe soloprogramma van cabaretière Nathalie Baartman. Ze roept beelden uit haar jeugd op, zegt haar Twentse land veruit te verkiezen boven elk ander deel van Nederland, maakt grapjes, bespreekt enkele relaties uit vervlogen dagen en noemt zichzelf een „xenofiel” die zich onder Syrische asielzoekers mengt en hen betitelt als „mooie mannen met een hulpvraag”.

Voest, haar zesde programma, werkt langzaam toe naar het afsluitende blok over de asielzoekers met wie ze kennis heeft gemaakt – en naar de onontkoombare conclusie dat we hen te hulp moeten schieten. Dat is een alleszins ordentelijke afronding, die ze extra onderstreept met de slotregel van haar gevoelige slotlied: „Ik geloof in Nederland”.

Voordat het zo ver is, demonstreert Nathalie Baartman echter vooral hoe behendig ze van de hak op de tak kan springen. Met genoeglijke grapjes als: „Heb je misschien een euro voor de stichting Een Glimlach Kost Niks?” Ze kan amusant vertellen en is ook volop in staat haar publiek nieuwsgierig te maken naar de volgende wending. Bovendien is ze op en top expressief. Maar ietwat stuurloos is die eerste helft soms wel. En daar komt nog bij dat haar Twentse tongval nu en dan barrières oproept voor niet-Tukkers. Daardoor gaan er grapjes verloren die een beter lot hadden verdiend.