Ze zijn het over één ding eens: we moeten weer investeren

Verkiezingsprogramma’s

Terwijl het vier jaar geleden vooral ging over bezuinigen, hebben politieke partijen het nu in hun programma’s juist over investeren. De overheid moet weer geld pompen in de economie, vinden ze.

Illustraties Pepijn Barnard

Het valt direct op als je de verkiezingsprogramma’s leest: de overheid is terug als aanjager van de economie. En dat is een enorm contrast met de verkiezingen van 2012: hoe hard er werd gesneden verschilde, maar alle partijen kozen toen voor een kleinere overheid.

Was 4,5 jaar geleden bezuinigen de rode draad in de partijprogramma’s, nu is dat investeren. Door de overheid wel te verstaan, of door de overheid gefaciliteerd. Want, zo proef je bij diverse partijen, de economie draait op eigen kracht onvoldoende en heeft hulp nodig. Met uitzondering van de PVV wil elke grote partij, ook de VVD, een investeringsbank oprichten. In vorm is die bank zeer verschillend. Bij de VVD staat zij op afstand van de overheid en trekt – net als bij het CDA – geld aan op de kapitaalmarkt. Bij alle andere partijen investeert de bank publiek geld. „Tientallen miljarden” wil bijvoorbeeld de PvdA investeren.

Waarin? Daarin zijn drie smaken. Verreweg het populairst is investeren in het vergroenen van de economie of een duurzame economie. Dat willen PvdA, CDA, D66, GroenLinks, Partij voor de Dieren, DENK en de ChristenUnie. De VVD wil investeren in energie. Niet elke partij is concreet over de groene investeringen. Het CDA wel: de op te richten ‘Ontwikkelingsbank voor technologie, innovatie en duurzaamheid’ moet alle woningen, bedrijven en gebouwen voor 2035 duurzaam isoleren.

D66 heeft een waslijst aan investeringswensen, samengevat als investeringen in „de groene infrastructuur”: van een slim elektriciteitsnetwerk tot windparken op zee. GroenLinks wil met zijn „groene industriepolitiek” beide bereiken: windparken en energiezuinige woningen. De PvdA wil ook windmolenparken op zee aanleggen en alle gebouwen in Nederland isoleren.

Veel partijen willen dat de economie wordt omgevormd tot een ‘circulaire economie’, waarbij grondstoffen zoveel mogelijk worden hergebruikt en afval drastisch wordt beperkt. Daarin moet Nederland, zo is de wens, vooroplopen. Veel partijen willen ook investeren in innovatie (CDA, PvdA, VVD, SGP) en het midden- en kleinbedrijf (SP, PvdA, Partij voor de Dieren, DENK). SP en PvdA willen daarnaast klassieke overheidsinvesteringen in infrastructuur, ICT, woningbouw (PvdA) en onderwijs, zorg en openbaar vervoer (SP).

50Plus rept in zijn programma niet van een investeringsbank, maar de ouderenpartij wil wel een minister van innovatie en duurzaamheid, en een „extra stimulans voor landbouwtechnologie, innovaties en landbouwonderwijs.” Ook moet de overheid meerderheidsbelangen behouden of „wederom verwerven in essentiële activiteiten, zoals openbaar vervoer, communicatie, energie, water en gezondheidszorg.” De PVV, op dit moment de grootste partij in de peilingen, maakt in haar verkiezingsprogramma van één A4’tje geen woord vuil aan de economie.

Investeringsbank bestaat al

Het is niet zo dat vier jaar geleden partijen totaal niet wilden investeren; over de noodzaak daarvan werd in de verkiezingsprogramma’s van 2012 wel degelijk gesproken. Door linkse partijen die vonden dat er niet alleen of niet te veel moest worden bezuinigd. Maar ook door onder meer de VVD. Maar dat investeren moesten de pensioenfondsen doen, niet de overheid zelf. De gedachte was: die pensioenfondsen hebben zoveel geld te beleggen, kan dat niet in de Nederlandse economie worden geïnvesteerd?

Ook toen hadden diverse partijen een plan voor een investeringsbank. Maar die bank was vaak niet van de overheid of gefinancierd door de overheid. De bank moest geld van pensioenfondsen en verzekeraars in Nederland investeren.

De grap is dat zo’n investeringsbank daadwerkelijk is opgericht onder het kabinet Rutte-Asscher. De Nederlandse Investeringsinstelling (NLII) probeert sinds 2014 voor pensioenfondsen en verzekeraars interessante investeringsprojecten te zoeken. Zo is er een zorgvastgoedfonds dat in zorgcentra investeert. Ook leent de NLII aan mkb-bedrijven. Maar het vinden van goede investeringen is lastig, zei bestuursvoorzitter Loek Sibbing afgelopen zomer tegen NRC. „Er wordt veel vergaderd, maar het is moeilijk om met alle marktpartijen en overheden tot één geschikt investeringsproject voor grote beleggers te komen.” De NLII wordt in de programma’s niet genoemd, ook niet door regeringspartijen VVD en PvdA.

Wat is het verschil met de plannen nu? Het gaat veel partijen nu om echte overheidsinvesteringen via de investeringsbank, en dat gaat dus verder dan de bemiddeling die de NLII doet. Of ze willen er een veel grotere bank van maken.

Zo wil de VVD alle bestaande banken, financieringsinstellingen en financieringsregelingen van de overheid samenvoegen in een nieuwe bank. Denk aan de Bank Nederlandse Gemeenten, de Waterschapsbank, FMO en het Nederlandse Investerings Agentschap. Ook zien diverse partijen de investeringsbank als een vervanger van het topsectorenbeleid waarvoor dit jaar bij het ministerie van Economische Zaken 109 miljoen euro beschikbaar was. Het idee: een grote investeringsbank heeft meer macht om te investeren in grote projecten, en kan daardoor ook makkelijker private investeerders aansporen mee te doen. Daar kan ook mooi Europees geld in, schrijft D66, zoals van het Europese Fonds voor Strategische Investeringen.

Op steun van werkgevers kunnen deze plannen alvast rekenen: de lobbyclubs VNO-NCW, MKB Nederland en LTO stelden afgelopen zomer al voor zo’n investeringsbank op te richten, het Next Level Investment Fund.

Brede consensus

Dat is vaker opvallend aan verkiezingen in Nederland: de brede consensus onder partijen. In aanloop naar de verkiezingen wordt in Den Haag en in de polder al zoveel gepraat over wat het land nodig heeft dat er als vanzelf breed gedragen plannen ontstaan. Vier jaar geleden was er dezelfde consensus rond bezuinigen. Het verschil tussen de partijen zat ’m in de snelheid en de omvang van bezuinigingen: GroenLinks wilde het minst bezuinigen, bijna 10 miljard euro, de VVD het meest, ruim 22 miljard euro.

Nu willen bijna alle partijen meer uitgeven aan defensie, politie en justitie en de ouderenzorg. Ook onderwijs is populair.

De linkse partijen willen het bedrijfsleven bovendien bewegen de lonen te verhogen. PvdA, SP en GroenLinks willen een akkoord daarover tussen vakbonden en werkgevers. De PvdA wil zelfs 100.000 nieuwe banen in de publieke sector creëren. Denk aan conciërges op scholen, toezichthouders in bussen en trams en schoonmakers van de openbare ruimte.

Uitzondering: de PVV

Er is één belangrijke uitzondering: de PVV. Die partij wil nog wel fors bezuinigen en heeft, zo lijkt het, weinig met investeringen in windmolens en innovatie. In het zeer korte verkiezingsprogramma staat: „Geen geld meer naar ontwikkelingshulp, windmolens, kunst, innovatie, omroep enz.” De partij verwacht daarnaast 7,2 miljard binnen te halen door het „de-islamiseren” van Nederland. Onduidelijk is hoe zij aan dat bedrag komt. De PVV wil wel meer geld uitgeven aan de thuiszorg, de ouderenzorg, defensie en politie.

Geert Wilders laat het verkiezingsprogramma, net als de Partij voor de Dieren en 50Plus, niet doorrekenen door de economen van het Centraal Planbureau. Het CPB haalt bij zo’n doorrekening de plannen van een partij door zijn economische modellen en schat de effecten op de overheidsbegroting, koopkracht en de economie. Het Planbureau voor de Leefomgeving schat de gevolgen voor het milieu.

Er is veel kritiek op de doorrekeningen. Het positieve effect van bepaalde overheidsinvesteringen, bijvoorbeeld in onderwijs, worden in de modellen onderschat, vinden critici. Toch zullen de doorrekeningen, die het CPB op 16 februari presenteert, veel verduidelijken over de plannen van de partijen. Zo willen veel partijen de inkomstenbelasting verlagen, maar in hun verkiezingsprogramma’s zeggen ze niet altijd met welk percentage. Die duidelijkheid vereist een doorrekening van het CPB wel.

Ook is bij veel van de plannen de vraag: wie betaalt dat? Zo kost het verlagen van de pensioenleeftijd naar 65 jaar, zoals PVV en 50Plus willen, de overheid veel geld aan niet ontvangen belastingen en wel uitbetaalde AOW-uitkeringen. Betekent dat een gat in de begroting? Of hogere belastingen voor bepaalde burgers of bedrijven? Tenzij de partijen daarover nog voor de verkiezingen duidelijkheid scheppen, zullen we het niet weten.

Voor dit verhaal werden de verkiezingsprogramma’s geraadpleegd van de 13 partijen die voorkomen in de Peilingwijzer van Tom Louwerse van de Universiteit Leiden.

Overeenkomsten tussen de partijen

De meeste kans op cadeaus maken ouderen, kleine ondernemers, kleine spaarders en werkende mensen. Sinterklaas bestaat en hij wil dat u 15 maart op hem stemt. Er is geen partij die geen cadeaus uitdeelt in zijn verkiezingsprogramma. Het liefst aan zoveel mogelijk soorten stemmers, maar de traditionele achterban wordt zeker niet vergeten. De christelijke partijen geven in elk geval voordelen aan gezinnen, de linkse partijen aan lagere inkomens, de rechtse partijen aan ondernemers en werkende Nederlanders, DENK aan “mensen met een migrantenachtergrond” en 50plus aan ouderen.

Elke partij lokt stemmers door voordeeltjes te geven aan de eigen achterban. Dat zijn zeer vaak belastingvoordelen, maar ook concrete voordelen. Zo wil 50plus speciale zitplaatsen voor ouderen op alle perrons, bus- en tramhaltes. En DENK wil de halalhypotheek aftrekbaar maken, dat is een hypotheek zonder rente. Ook wil de partij een diversiteitsquotum van 10 procent voor “mensen met een migrantenachtergrond” in de top van grote ondernemingen in Nederland.

Van cadeaus voor de eigen achterban is maar de vraag wat er van terechtkomt: die moeten in een formatie worden afgewogen tegen de achterban van de andere partijen. Maar bepaalde groepen Nederlanders zijn bijna bij alle partijen in trek en maken dus grote kans op een cadeau. In de verkiezingsprogramma’s zijn dat dit keer: ouderen, werkende Nederlanders, kleine bedrijven en bescheiden spaarders. Vrijwel elke partij wil dat de ouderen er de komende regeerperiode op vooruit gaan. Elke partij wil de werknemers minder belasting betalen. En vrijwel elke partij (PVV zegt er niks voer) wil dat spaarders geen belasting meer betalen over een fictief rendement van 4 procent, maar over het daadwerkelijk behaalde rendement op spaargeld en beleggingen. Vooral voor kleine spaarders die veel minder rente ontvangen dan 4 procent betekent dit een verlichting.

Kleine bedrijven zijn een politieke lieveling van veel partijen (“de ruggengraat van de economie”). Voor hen is het nog altijd riskant en duur om mensen in vaste dienst te nemen, is de analyse van veel partijen. Daarom zouden kleine bedrijven voor een zieke werknemer niet meer verplicht moeten worden om gedurende de eerste twee jaar ziekte het loon door te betalen. Dat moet omlaag naar één jaar. Het tweede jaar betaalt de overheid, zo is bij veel partijen te lezen. Volgens veel ondernemers zijn ze door die twee jaar doorbetaling bij ziekte huiverig om personeel aan te nemen.

Wat zijn de twistpunten?

Twistpunt 1: Zeker werk

Twistpunt 2: Pensioen

Twistpunt 3: Zorg

Twistpunt 4: Belastingen

Twistpunt 5: Europa

Twistpunt 1: Zeker werk

Alle partijen willen meer zekerheid voor wie werkt, de meningsverschillen gaan over hoe je dat het beste doet.

Illustratie Pepijn Barnard

Eigenlijk lijken de analyses van de partijen over de problemen op de arbeidsmarkt sprekend op die van vier jaar geleden. Het probleem is dat te weinig mensen vaste banen krijgen. Dat vinden ook regeringspartijen VVD en PvdA. Het aantal flexwerkers groeit te snel, schrijft de PvdA. Werk biedt te weinig zekerheid en „dat vreet aan mensen.” Die analyse is opmerkelijk, want PvdA-leider Lodewijk Asscher voerde als minister van sociale zaken de Wet Werk en Zekerheid in, een grote hervorming van de regels rond ontslag en flexwerk. Het doel van die wet was: meer zekerheid bieden aan werknemers. Dat is niet gelukt, kan je uit het PvdA-programma concluderen.

Alle grotere partijen – behalve de PVV en 50plus die er niks of weinig over zeggen – vinden dat er opnieuw veel moet veranderen aan de regels rond ontslag, tijdelijke en vaste contracten en zelfstandigen zonder personeel(zzp’ers). Werknemers in loondienst met vaste contracten moeten meer gaan lijken op flexwerkers en zzp’ers.

De oplossingen zijn net als vier jaar geleden zeer verschillend. Want moet de werknemer met een vast contract minder beschermd worden om dit te bereiken? Of de flexwerker juist meer? Grof samengevat vinden rechtse partijen als de VVD dat vaste werknemers minder beschermd moeten worden. Bijvoorbeeld door ontslag goedkoper en soepeler te maken. Linkse partijen vinden juist dat flexwerkers meer beschermd moeten worden. Bijvoorbeeld door minimumtarieven voor zzp’ers te verplichten, door flexwerkers vanaf dag 1 recht te geven op een ontslagvergoeding, door werkgevers hogere werkloosheidspremies te laten betalen voor flexwerkers of door meer collectieve verzekeringen voor zzp’ers (arbeidsongeschiktheid en pensioen). D66 valt op met een verregaand plan: als de partij het voor het zeggen had, zouden tijdelijke contracten geheel verdwijnen.

Er bestaan dan alleen nog maar contracten voor onbepaalde tijd. Werkgevers kunnen die mensen in vaste dienst dan wel sneller en goedkoper ontslaan.

Twistpunt 2: Pensioen

Verrassend terug als campagnethema: eerder met pensioen.

Eigenlijk was de grote verrassing van de vorige verkiezingen dat de plotse verhoging van de pensioenleeftijd géén verkiezingsthema werd. Die verhoging naar 67 in 2023 was door VVD, CDA, GroenLinks, D66 en ChristenUnie afgesproken in het Lenteakkoord dat haastig in elkaar werd geknutseld na de val van het kabinet Rutte I. PvdA, SP en PVV hadden daar veel kritiek op, zeker ook omdat al direct in 2013 de pensioenleeftijd elk jaar met stapjes omhoog ging. Hier hadden ouderen zich toch niet op kunnen voorbereiden.

Maar het terugdraaien van die verhoging kostte de kritische partijen simpelweg te veel geld in de doorrekening door het Centraal Planbureau. De overheidsbegroting kende al een groot tekort.

De partijen die nu de pensioenleeftijd willen verlagen naar 65, PVV en SP, hielden het in 2012 dus op een bescheiden verlaging naar 66 (PVV) en een langzamere verhoging van de pensioenleeftijd plus een inkomensafhankelijke AOW (SP). In de verkiezingsdebatten werd er nauwelijks over gesproken.

Nu is de pensioenleeftijd toch terug als verkiezingsthema. PVV en 50Plus willen de pensioenleeftijd weer op 65 jaar zetten. VNL, de partij van Jan Roos, wil niet hoger dan 67. Nu stijgt de pensioenleeftijd mee met de gemiddelde levensverwachting.

Bij de PvdA, SP, Partij voor de Dieren en D66 mag je vanaf 65 jaar met pensioen. Dat merk je dan wel in de vorm van een lager pensioen, behalve bij de SP. Die verhoogt de AOW met 10 procent.

VVD, D66, ChristenUnie en SGP willen de pensioenfondsen hervormen: werknemers krijgen meer keuzevrijheid en een persoonlijk pensioenpotje.

Twistpunt 3: Zorg

Alleen de VVD, SGP en D66 kunnen in grote lijnen leven met de gezondheidszorg zoals die is. Natuurlijk zien zij ook verbeterpunten: zo moeten patiënten informatie krijgen over de kwaliteit van de zorg die ze kiezen. Maar ingrijpende wijzigingen willen ze niet. Rust, schrijft D66.

Alle andere partijen willen de gezondheidszorg (drastisch) anders organiseren. Allereerst moet het eigen risico omlaag (VNL, CDA, SGP, ChristenUnie) of worden afgeschaft (PvdA, PVV, SP, GroenLinks, Partij voor de Dieren, 50plus, DENK).

Daar houdt het niet op. Veel partijen willen de macht van de zorgverzekeraars beperken (50plus, GroenLinks, VNL). Bijvoorbeeld door het aantal polissen drastisch in te perken (ChristenUnie). Of door een standaardpolis voor het basispakket in te voeren en zorgverzekeraars alleen nog te laten concurreren op aanvullende verzekeringen (PvdA, CDA, GroenLinks, 50plus).

De SP en de Partij voor de Dieren willen een nationaal zorgfonds dat de rol van zorgverzekeraars overneemt.

Veel partijen willen meer geld uitgeven aan de ouderenzorg en de thuiszorg. Bij de doorrekeningen van het CPB moet blijken hoeveel.

Twistpunt 4: Belastingen

In de belastingplannen zitten drie grote twistpunten. Eén: moet de winstbelasting voor bedrijven omhoog of omlaag? Omlaag vinden VNL en VVD. Dat is goed voor het vestigingsklimaat in Nederland en anders verliezen we de concurrentie met andere landen.

Omhoog, vindt de PvdA. SP en GroenLinks schrijven: multinationals gaan gewoon belasting betalen. De belastingdruk op bedrijven is te laag en die op burgers is te hoog in hun analyse. Vooral multinationals moeten meer belasting betalen.

Om belastingontwijking tegen te gaan moet er een minimumtarief voor de vennootschapsbelasting komen in Europa, vinden D66, PvdA, GroenLinks en ChristenUnie. De VVD is daar tegen.

Een ander twistpunt is de belastingdruk op tweeverdieners versus kostwinners. De christelijke partijen, CDA, SGP en ChristenUnie, vinden het onrechtvaardig dat de belastingdruk op kostwinners zoveel hoger is dan die op tweeverdieners. Zij willen dat meer gelijk trekken. De VVD, PvdA en GroenLinks willen tweeverdieners juist nog meer belastingvoordelen geven.

Twistpunt 5: Europa

Behalve GroenLinks en D66 bepleit geen partij van harte meer Europa: het uitbreiden van de bevoegdheden van de Europese Unie is impopulair. PvdA en CDA vinden wel dat Europa zich sterker moet maken, maar op haar kerntaken. Van de PvdA moet de EU werkgelegenheid en „goed werk” bevorderen, het vluchtelingenvraagstuk en migratie beheersbaar maken en belastingontwijking aanpakken. Maar: „dit is geen tijd voor grote federalistische stappen”. Volgens het CDA is er dringend een gezamenlijke aanpak nodig als het gaat om veiligheid en economische stabiliteit. Maar daar houdt het dan wel op.

Diverse programma’s sommen op waar Europa zich vooral niet mee mag bemoeien. Bij de VVD is dat een hele lijst: geen Europese vennootschapsbelasting, geen Europese financiële transactiebelasting, geen Europese belastingen. Niet bemoeien met pensioenen, zorg, wonen, ruimtelijke ordening, belastingen en uitkeringen. Waar dan wel mee? Het versterken van de interne markt en het klimaatbeleid, energie en migratie. De Partij voor de Dieren heeft ook een lijst met verboden.

ChristenUnie, SGP en DENK leggen duidelijk beperkingen op aan de „uitdijende” EU. De ChristenUnie is bereid de euro op te geven als dat nodig is om de EU te redden. 50plus is tegen uittreden uit de EU maar voor een „sterke stabiele euro, desnoods met minder landen.” De SP wil een afgeslankte EU, een nieuw Europees verdrag en een referendum daarover. Ook wil de SP dat we ons voorbereiden op een ontvlechting van de euro.

Alleen GroenLinks en D66 gaan vol voor meer Europa. GroenLinks wil dat de EU groener, socialer en democratischer wordt, dat er euro-obligaties komen en gezamenlijk belastingbeleid. Dat moet worden vastgelegd in een nieuw Europees verdrag dat in een referendum wordt voorgelegd aan alle burgers van de Unie. VNL wil een Nexit-referendum. VNL wil de EU terugbrengen tot economische samenwerking. De partij streeft op termijn naar een Noord-Europese eenheidsmunt. De PVV wil uit de EU.

Opvallend aan de paragrafen over de EU is dat diverse partijen hun ongenoegen uiten over het opkoopbeleid van de Europese Centrale Bank, te weten de SP, CDA, PvdD, SGP.