Recensie

Het handboek van de president

In The Art of the Deal, de bestseller van Trump uit 1987, krijgen we een voorproefje van de geweldige deals die Trump wil maken als president. Het laat een verschrikkelijke wereld zien vol verschrikkelijke mensen.

Toen Donald Trump op 25 juni 2015 bekend maakte dat hij zijn campagne begon om Republikeins presidentskandidaat te worden, zei hij onder meer: ‘Wat dit land nodig heeft is een leider die The Art of the Deal geschreven heeft. Daarmee verwees hij naar het boek dat hijzelf in 1987 publiceerde met behulp van journalist Tony Schwartz, en met wie hij sindsdien een publiek gevecht voert over wie het nu werkelijk geschreven heeft.

Van het boek werden destijds meer dan een miljoen exemplaren verkocht, het vestigde de naam Donald Trump als merk en zette televisieproducers op het spoor om The Apprentice (Trumps Troonopvolger) te maken, het reality-programma uit 2004 waarin Trump op zoek gaat naar potentiële nieuwe Trumps.

The Art of the Deal geeft een fascinerende kijk op het fenomeen Trump vanuit het perspectief van hemzelf. Behalve zijn versie van de American Dream is het een persoonlijke getuigenis van zijn gave om big deals (de beste deals, winnende deals!) te sluiten.

Geld en macht

Het boek begint met een tamelijk droge registratie van een week uit zijn leven, uur na uur. 9:00 AM Ik begin mijn dag mijn telefoontjes. 8:00 PM Ik ga naar huis een pleeg nog meer telefoontjes. Na dit doodsaaie inkijkje komt de theorie, een opsomming van adviezen van de meester zelf: ‘Denk groot!’, ‘maximaliseer je keuzes!’, ‘heb plezier!’, ‘vecht terug’, gevolgd door de beste zakendeals die hij maakte.

Uit die deals blijkt dan weer, vreemd genoeg, dat Trump zich niet veel gelegen laat liggen aan zijn eigen theorie. Want er komt een heel andere strategie uit naar voren. Trump overdondert zijn omgeving met de macht van het geld. Niemand blijkt daar uiteindelijk tegen bestand te zijn. Ook is hij voortdurend bezig zijn eigen reputatie op te pompen. Zolang het geld hem volgt, zit niemand hem dwars.

Zo is Trump groot geworden door in New Yorks vastgoed te investeren in een tijd waarin het ongekend veel waard werd. Zijn eerste project was het Grand Hyatt Hotel, vlakbij het Grand Central Station op Manhattan. Eigenlijk had hij te weinig vermogen en te veel concurrentie om het aan te kunnen kopen. Maar dankzij integrale belastingkorting van lokale politici lukte het toch. Diezelfde politici hadden eerder grote sommen geld gekregen van zijn vader, Fred Trump. Heel normaal in die tijd, volgens Donald. En om de concurrentie aan te pakken die ook jacht maakte op het Grand Hyatt Hotel, verspreidde hij het valse gerucht dat hij inmiddels toestemming had van het gemeentebestuur. ‘Soms moet je slim zijn’, vindt hij.

Het is een potsierlijk egodocument van de Trump die we kennen, maar geschreven in de tijd dat hij blijkbaar nog geen humor had. Het is droog opgeschreven, zonder de absurde hyperbolen die we van hem kennen en die soms nog wel eens leuk zijn. Het boek heeft wel iets weg van de biografie die Walter Isaacson een paar jaar geleden over Steve Jobs schreef. Zowel Trump als Jobs hebben een ‘reality distortion field’. Ze weigeren hun wereldbeeld aan te passen aan de werkelijkheid. De werkelijkheid moet maar inschikken en iedereen die tegenstribbelt krijgt er ongenadig van langs. Het maakt allebei de mannen volstrekt onredelijk, maar waar Jobs er nog wel eens door in de moeilijkheden kwam, komt Trump door zijn rijke afkomst overal mee weg. Op zijn bevoorrechte privé-basisschool slaat hij zijn muziekjuf een blauw oog, omdat hij vindt dat ze geen smaak heeft. ‘Ik was er niet trots op, maar ik liet al vroeg zien precies te weten wat ik wil.’

In welke idiote wereld wordt dit boek een bestseller? Het lijkt erop dat de Amerikanen met hun romantisering van Steve Jobs de kiem hebben gezaaid voor deze duistere variant. Dit soort mannen krijgt vrij baan om alles te doen wat ze willen. In het ene geval levert het iPhones op, in het andere geval een verwende baby als president.

Het boek leest als een karikatuur van de Amerikaanse Droom, het idee dat iedereen door hard te werken succes kan hebben. De sociale mobiliteit is in de Verenigde Staten inmiddels, twintig jaar na het verschijnen van The Art of the Deal, lager dan ooit en het is een zeldzaamheid dat er nog iemand van een dubbeltje een kwartje wordt. Trump doet hier alsof hij ook ooit een dubbeltje was. Hij krijgt het zelfs voor elkaar om andere rijkelui belachelijk te maken als de ‘Lucky Sperm Club’. Over zijn eigen erfenis wil hij alleen zeggen dat het allemaal wel meeviel.

In welke idiote wereld wordt dit boek een bestseller?

Ghostwriter Schwartz liep afgelopen zomerleeg in de *New Yorker* over zijn samenwerking met Trump. Het was rampzalig geweest. ‘Hij is een levend zwart gat’, zei hij over zijn onderwerp. En hij heeft diepe spijt dat hij dit boek ooit geschreven heeft. Maar dat Schwartz jarenlang zijn mond heeft gehouden en die pas weer opentrok toen Trump ogenschijnlijk een definitieve achterstand had opgelopen in de peilingen, zegt ook veel over ‘liberale’ journalisten als Schwarz, die in 1987 gewoon geld wilde. Daarmee was hij een onderdeel van de intens opportunistische wereld waarin Trump leeft en die hij pagina na pagina opvoert. De mensen om Trump heen zijn even verschrikkelijk als Trump zelf. Ze maken er allemaal onderdeel uit van dezelfde verschrikkelijke wereld.

Misschien is dit boek opbeurend voor de mensen die vast willen houden aan de gedachte dat ze ooit net zo rijk kunnen worden als Trump, liefst door ook precies te doen wat ze zelf willen. Of voor de mensen die verlangen naar een simpele wereld. Iedereen met meer scepsis weet: de komende vier jaar mag de hele wereld inschikken aan Trumps wereldbeeld. Anders word je verpletterd. In 1987 deed hij dat met het kapitaal van zijn vader, straks met de grootste legermacht ter wereld.