Westerbork werkt tegen kwetsende spreuken

Antisemitisme

Zondag stroomt de Bunnikside weer vol voor de ‘wedstrijd van het jaar’ van FC Utrecht, tegen Ajax. Anderhalf jaar heeft de club gewerkt aan ‘bewustwording’ nadat tientallen supporters een kwetsend lied zongen. „Ik was erbij in Westerbork, dat heb ik wel gevoeld.”

FC Utrecht-supporters in stadion Galgenwaard – zij hebben geen relatie tot het verhaal. Foto Ronald Bonestroo

Praat je over de Bunnikside „dan praat je ook over mij”. Supporterscoördinator Robert Junier van FC Utrecht maakt maar al te vaak mee dat het in gesprek met de gemeente of in de media gaat over ‘de’ Bunnikside. Junier, een stevige blonde veertiger, grijpt naar zijn oorlel met duim en wijsvinger. „Zo krijgen we allemaal een oormerk. Maar wie zijn wij dan? Ik heb 22 jaar mijn land gediend, ben drie keer uitgezonden. We zijn directeur van een basisschool maar ook jongens met gedragsproblemen. Hier loopt van alles wat.”

‘De’ Bunnikside stroomt zondag even voor half één weer vol als FC Utrecht tegen Ajax speelt. „Ik denk dat er heel veel dingen gebeuren zondag die positief zijn”, zegt Junier. „Kijk naar de samenwerking tussen supportersverenigingen van Ajax en FC Utrecht, al járen. Wij gaan die uitdaging nog wel aan dat Ajax-supporters hier kunnen komen. Dat wíllen we ook. Het zou dieptriest zijn als dat niet meer kan. Wij staan op het parkeerdek mekaar een hand te geven. En 98 procent van de supporters begrijpt dat wel.”

Maar het gaat altijd over die twee procent, of hoe groot die groep ook is. Een verloren groep raddraaiers? Juist niet, vindt Junier. Hij, gekend Bunniksider, is sinds vorig jaar fulltime in dienst van FC Utrecht als ‘liaison’ tussen clubleiding en supporters. „Juist voor díe groep zijn we nu met Stichting JOU [Jongerenwerk Utrecht], met de Anne Frank Stichting op zoek naar hoe we jongens kunnen bereiken aan de voorkant. Maar ook aan de achterkant, als het misgegaan is. Want FC Utrecht is Utrecht en omgeving met al zijn maatschappelijke problemen. Maar dan met camera’s erop. Dan is het natuurlijk kaasie als er wat gebeurt hier.”

Als Ajax op bezoek komt is het altijd maar afwachten of alle fanatieke facties binnen de aanhang zich kunnen onthouden van kwetsende leuzen. Het probleem is breder en ligt uiteraard dieper dan FC Utrecht alleen: waar het anti-Ajax-sentiment hevig is wordt de geuzennaam van Ajax-supporters misbruikt voor antisemitische leuzen. Al decennialang.

Afgelopen seizoen bleef de Bunnikside, de oostelijke korte zijde in stadion Galgenwaard, leeg tijdens de ‘wedstrijd van jaar’ tegen Ajax. Direct gevolg van een KNVB-sanctie naar aanleiding van een antisemitisch lied dat had geklonken in de wedstrijd tegen Ajax het seizoen daarvoor. FC Utrecht omzeilde de straf door 3.500 supporters elders in het stadion te plaatsen. Ajax-fans waren daarvan de dupe: die moesten op last van de Utrechtse burgemeester thuis blijven.

‘Moeder bij de SS’

De verwerpelijke tekst was de autoriteiten ontgaan tijdens het duel. Daags na de wedstrijd dook beeldmateriaal op vanuit het vak, waarop tientallen supporters te horen waren. ‘Mijn vader zat bij de commando’s, mijn moeder zat bij de SS. Samen verbrandden zij joden, want joden die branden het best’. Een jonge Bunniksider, die niet met naam in de krant wil, zegt nu: „Die jongen die het filmpje maakte stond er middenin, dus lijkt het massaal. Ik hoorde wel wat, maar voor je er erg in had was het weer voorbij.”

De daders waren volgens de lezing van FC Utrecht niet goed op beeld te zien en ontliepen hun straf. De directie besloot daarop een nieuw camera- en detectiesysteem te installeren. De woede over het smakeloze lied werd breed gevoeld. De club ontving vele mails vol afschuw en afkeer. Junier: „Maar er waren ook mensen die zeiden: ‘Hallo, wij hebben hier ervaring mee. Het is niet alleen een probleem van jullie’. En dat helpt. Het heeft wat dat betreft ook wel een kentering gebracht.”

Eén van die mensen die mailde was Carla. In de zomer van 2015 ging Junier in op de uitnodiging van deze joodse vrouw Westerbork te bezoeken. De Utrechtse, die volgens Junier nog steeds betrokken is bij de club, wil volgens FC Utrecht niet op de voorgrond treden. „Het gaat ook niet om Carla”, zegt Junier. „Maar bij haar is het wel ontstaan.” Ongeveer dertig man ging mee naar het voormalige doorgangskamp in Drenthe. Of daar jongens bijzaten die eerder het kwetsende SS-lied zongen, wil Junier vanwege zijn rol als vertrouwenspersoon niet zeggen.

Dat er in Westerbork excuses zijn gemaakt aan Carla moet volgens de anonieme jonge Bunniksider niet gezien worden als schuldbekentenis. „Ik kreeg gewoon het gevoel dat ik namens ons excuses moest maken. Dus dat heb ik gedaan ja, en nog een aantal anderen ook. Carla vroeg ons hoe verjaardagen vroeger bij ons waren. Dus wij zeiden dingen als: familie komt op bezoek, taart, visite in een kring, Toen zei zij: bij ons kwam geen familie. Allemaal vermoord in de oorlog.”

Bas Kortholt van herinneringscentrum Westerbork leidde de groep FC Utrecht-supporters rond – „jonge mannen voornamelijk, die met aandacht en respect hebben geluisterd”. Eerder al waren Feyenoord-aanhangers met oud-verzorger en clubicoon Gerard Meijer op bezoek geweest. Kortholt: „Ik geloof best dat het de grootste groep supporters niet te doen is om antisemitisme of de Tweede Wereldoorlog. Maar of de leuzen antisemitisch zijn of niet is wat irrelevant. Dat ze zo gevoeld worden is veel belangrijker.”

De geschiedenis van wangedrag gaat ver terug. In 2003 stuurde toenmalig burgemeester Job Cohen van Amsterdam een trein vol FC Utrecht-supporters terug die ‘Hamas, Hamas, joden aan het gas!’ riepen voor de wedstrijd tegen Ajax. Berucht is het spandoek begin jaren tachtig: ‘Adolf, hier lopen er nog elf. Als jij ze niet vergast doen we het zelf.’ Het was in die tijd dat een 19-jarige supporter prominent in beeld kwam met een hakenkruis op een doek. Deze man, een dienstplichtige militair, verscheen voor de krijgsraad. Die ging mee in het verweer dat zijn spandoek niet tegen joden maar tegen Ajax was gericht. Een boete van 250 gulden voorwaardelijk was het vonnis.

Een politierechter in Rotterdam legde wel een verband met antisemitisme toen twee FC Utrecht-supporters zich tegen Excelsior bezondigden aan kwetsende leuzen. De ene supporter werd naar het Anne Frank Huis gestuurd, de andere naar Westerbork. Allebei met de opdracht een opstel te schrijven. ‘De autoriteiten zijn tevreden over het resultaat’, schreven Vrij Nederland-journalisten Aukje Holtrop en Ursula den Tex in juni 1984.

‘Sneu voor de club’

Dat het 35 jaar later nog steeds moet gaan over kwetsende leuzen noemt Ad van Liempt, FC Utrecht-supporter en voormalig commissaris, „sneu” voor de club die momenteel in zijn ogen veel goed maatschappelijk werk doet. „Er is een groep die altijd zoekt naar waar het het meeste pijn doet en daar gaat drukken. Ze vinden wel iets. Als FC Twente op bezoek is worden vuurwerkgeluiden gemaakt, want dat raakt mensen.” Vooral tijdens het schrijven van zijn boeken Kopgeld (2002) en Jodenjacht (2011), over de opsporing van joden, was de walging soms zodanig dat Van Liempt het stadion liever verliet bij het horen van „stuitende domheid”. Naar de ‘wedstrijd van het jaar’ tegen Ajax kijkt hij doorgaans met weinig plezier uit. „De sfeer is zo opgefokt. Maar het voetbal trekt me over de streep.”

Junier beseft dat elke misstap het ingezette proces kan verstoren. „Het argument dat het vroeger erger was, doet nu niet terzake. Daar gaat het niet om. Wij gaan nu niet achterover leunen. We zoeken die verdieping, zoeken verbinding. Ook met de media. Tuurlijk is het spannend: wat gaan jullie laten zien zondag? Die tien, vijftien man, die dertig seconden? Of twee keer drie kwartier waarin het goed gaat? Ik kan jullie niet vertellen hoe, maar ik hoop dat jullie ons helpen.”

Al het goede werk leek verloren toen afgelopen zaterdag de NOS na de samenvatting van Sparta-FC Utrecht een fragment uitzond waarin te horen was hoe meegereisde supporters in de 90ste minuut over de schreef gingen: „Joden gaan eraan, olé olé.” De omroep zelf vond achteraf dat de berichtgeving „te zwaar aangezet” en „zonder context”. Maar Junier vindt juist dat „we het nu niet kleiner moeten maken”. „Dat zie je bij supporters die wijzen naar andere clubs waar het ook gebeurt. Dan moeten wij als club het gróter maken. Want: we willen dit niet meer. We moeten ons kwetsbaar opstellen.”

Willem Wagenaar van de Anne Frank Stichting is blij dat FC Utrecht erkent „een structureel probleem” te hebben „dat een structurele oplossing nodig heeft”. Net als eerder Feyenoord gaat ook FC Utrecht schoolklassen uitnodigen om op het stadion in gesprek te gaan over discriminatie, antisemitisme en homofobie. „We richten ons op potentiële jonge supporters, een weg van de lange adem”, zegt Wagenaar. „Kwetsende leuzen krijg je niet voor zondag uitgebannen.”

Of het allemaal helpt, bewustwording? De jonge Bunniksider zag in kamp Westerbork de veewagons waar joden „met honderden tegelijk” in moesten. „Ik denk dat ik nu wel eerder zeg tegen iemand ‘joh, kap even met die onzin’.”

Spraakwaterval Junier weegt zijn woorden. „Ik ben erbij geweest in Westerbork, heb daar ook dingen gevoeld. De een zegt: ik weet nu dat het echt kwetsend is. De ander zegt: ik wil niet dat mijn club in de problemen komt. Weer iemand anders zegt: ik wil niet dat mijn maatje in de problemen komt. Uiteindelijk hebben we één doel voor ogen: een sportieve wedstrijd met goeie rivaliteit en een kolkende sfeer. Niet de focus op: wat gaat ie nou zingen?”

    • Bart Hinke