Voor het eerst ‘Frans’ spelen en dan topschaker verslaan

schaken

Magnus Carlsen toonde zich de beste voetballer onder de grootmeesters. Maar Wesley So gaat aan de leiding in Wijk aan Zee.

De grootmeesters van het Tata Steel-toernooi in Wijk aan Zee verstevigden woensdag en donderdag de banden tussen schaken en voetbal. Woensdag kende het schaaktoernooi een rustdag en het is een traditie dat er dan een voetbalwedstrijd wordt gespeeld tussen Team Carlsen en Team Van Wely.

Magnus Carlsen is niet alleen de beste schaker, maar hij is ook de beste voetballer onder de schakers, toonde hij in Velsen op het veld van Telstar. In Het Parool stond donderdag een foto van ‘de linksbenige’ Carlsen die achter zijn standbeen langs schoot. Zijn actie zag er indrukwekkend professioneel uit. Team Carlsen won met 6-2.

Donderdag verhuisde het toernooi voor een dag naar de Kuip in Rotterdam. Die verhuizing is ook een traditie geworden. De afgelopen jaren zijn de schakers onder meer bij de beeldende kunst, de wetenschap en het Spoorwegmuseum op bezoek geweest en volgende week woensdag gaan ze naar het concertgebouw De Philharmonie in Haarlem.

De ranglijst werd opgeschud doordat de leider Pavel Eljanov verloor van Levon Aronian. Wesley So won een keurige partij van Pentala Harikrishna en kwam daardoor bovenaan met een half punt voorsprong op Eljanov en Carlsen.

De man met de laagste rating

De vreemdste partij was die tussen Sergej Karjakin en de Indiër Baskaran Adhiban. De recente uitdager van de wereldkampioen tegen de man met de laagste rating van alle deelnemers. Adhiban (24) heeft een lange mars door de neventoernooien in Wijk aan Zee afgelegd voordat hij zich plaatste voor het walhalla van de hoofdgroep. In 2011 won hij het Cultural Village toernooi, waardoor hij in 2012 mee mocht doen aan de grootmeestergroep C, waar hij geen hoge ogen gooide. Ondertussen grootmeester geworden, speelde hij vorig jaar bij de Challengers en plaatste hij zich voor de Masters (de hoofdgroep) van dit jaar.

Een paar dagen geleden werd aan verschillende deelnemers gevraagd of er een speler was van wiens stijl ze niets begrepen. Zowel Anish Giri als Erwin l’Ami noemde toen Adhiban.

Adhiban verdedigde zich met het Frans. Op zichzelf niets bijzonders, maar Karjakin moet er toch vreemd van hebben opgekeken, want achteraf vertelde Adhiban dat hij een dag eerder had besloten om voor het eerst van zijn leven Frans te spelen. Iemand anders zou het eerst eens tegen een vertrouwd familielid proberen als hij zich na lang beraad aan een nieuwe opening waagde.

De anders zo nuchtere Karjakin leek in feeststemming. Hij offerde eerst een pion, wat nog wel ging, en vervolgens als een dolle stier nog een pion, wat nergens op sloeg. Het droevig werk werd afgemaakt met een blunder die een toren kostte. Zelden of nooit hebben we hem zo slecht zien spelen. Adhiban zei dat hij nog nooit van zo’n sterke speler had gewonnen.