Vijf jaar Hollande sloeg diepe wond in links Frankrijk

Voorverkiezingen Ook in Frankrijk verkeert links in een diepe crisis. Zondag houdt de Parti Socialiste de eerste ronde voor verkiezing van een nieuwe leider.

Foto Benoit Tessier/Reuters

Een debat tussen de linkse presidentskandidaten? Zelfs François Hollande blijft er niet voor thuis. Liefst drie keer in één week troffen de zeven kandidaten voor de presidentskandidatuur van de Parti Socialiste elkaar voor televisiedebatten over Hollandes presidentschap, de koers van links en de toekomstige leiding. Maar de kijkcijfers haalden het niet bij die van de avondvullende politieke shows rond de rechtse kandidatuur. Toen de Franse president tijdens het tweede debat deze week onverwachts opdook bij een Parijse theatervoorstelling met de toepasselijke titel Seul avec vous, was dat bijna een provocatie.

Sinds Hollande begin december besloot zelf geen tweede termijn na te streven, is de Franse politiek in een stroomversnelling gekomen. Premier Manuel Valls trad af om in de open primaire van zondag tegenover kritische ex-ministers als Arnaud Montebourg en Benoît Hamon het regeringsbeleid te verdedigen en, zo hoopte hij, de partij ten langen leste alsnog te verenigen. Maar de korte campagne draaide uit op „tous contre Valls”: alle ballen op de autoritaire ex-premier. Geen moment kreeg de linkse voorverkiezing de dynamiek die de verkiezing van François Fillon op rechts had.

Na vijf jaar regeren oogt de Parti Socialiste uitgeblust.De verdeelde partij is zelfs „bezig zich te suïcideren”, meent de meest vooraanstaande kenner van de geschiedenis van Frans links Gérard Grunberg. In 2012 had de PS meer macht dan ooit daarvoor: het presidentschap, meerderheden in het parlement, in de regio’s en de departementen. Nu lijkt de primaire een achterhoedegevecht. De voor linkse en centrum-linkse kiezers belangrijkste kandidaten, de oud-trotskist Jean-Luc Mélenchon en de sociaal-liberale ex-minister Emmanuel Macron, doen niet mee aan de voorverkiezing en zouden volgens peilingen bij de presidentsverkiezingen in april beiden de PS kunnen passeren.

De problemen van Frans links zijn vergelijkbaar met die elders in Europa. In tijden van globalisering, economische crisis en vragen over de nationale identiteit, is de PS zijn klassieke volkse achterban kwijtgeraakt. Maar de wonden die vijf jaar regeren in Frankrijk heeft geslagen, zijn nog iets dieper dan elders, analyseert Grunberg in een kamertje van de Parijse onderzoeksschool SciencesPo. „Het antikapitalisme is door de PS nooit volledig afgezworen en staat voor velen gelijk aan antiliberalisme, aan een dominante rol voor de staat”, zegt hij. „De linkervleugel van de PS droomt over echt links, zoals bij Podemos in Spanje, en de rechtervleugel neigt naar Macron. Er is niemand meer die de partij zelf verdedigt.”

Cadeautjes voor de bazen

Het belangrijkste probleem: Hollande. Die wilde, zoals zijn voormalige adviseur Aquilino Morelle deze maand zei, „geen macht uitoefenen, maar slechts president zijn”. Hollande toonde „geen leiderschap”, vindt ook Grunberg.

„Daarmee moedigde hij anderen in de partij aan om steeds verder te gaan.”

Dat geldt bijvoorbeeld voor Arnaud Montebourg. Hij was minister van herindustrialisatie tot hij in 2014 met onder andere Hamon, toen op Onderwijs, opstapte. Ze konden zich niet meer vinden, zeiden ze, in het strikte bezuinigingsbeleid, de austérité, van de president. Hollande wilde de Franse begroting op orde brengen, maar om de economie aan te zwengelen en de massawerkloosheid te keren moest juist meer geïnvesteerd worden, vonden de opstandelingen. Montebourg, die „economisch patriottisme” en meer protectionisme bepleit, kwam al eerder in aanvaring met Hollande toen hij een met sluiting bedreigde hoogoven van ArcelorMittal wilde nationaliseren.

Als president zou Hollande zich op sleeptouw hebben laten nemen door liberale krachten, te beginnen in Brussel.

Wat Montebourg en Hamon met hun ideologische breuk eigenlijk zeiden: het regeringsbeleid was niet links genoeg. Kantelpunt is voor hen Hollandes keus, eind 2013, voor een ondernemersvriendelijk beleid. Om de marges te vergroten, zodat bedrijven weer zouden investeren en mensen zouden aannemen, besloot de president tot 40 miljard euro lastenverlichting. „Cadeautjes voor de bazen”, heette dat bij de linkervleugel. Sindsdien hebben zo’n dertig zogenoemde „frondeurs” (rebellen) Hollande het regeren haast onmogelijk gemaakt. Iedere economische hervorming, iedere liberalisering stuitte op woest verzet van de eigen achterban.

Volgens hen is Hollande schuldig aan kiezersbedrog. Hij zou in 2012 een linksere koers hebben beloofd. Daarvoor verwijzen ze steevast naar een toespraak die Hollande deze zondag precies vijf jaar geleden uitsprak. In de Parijse voorstad Le Bourget hekelde hij voor meer dan 20.000 man de financiële wereld als zijn „werkelijke tegenstander”. Maar als president zou Hollande zich op sleeptouw hebben laten nemen door liberale krachten, te beginnen in Brussel. Tijdens een goedbezochte campagneavond in sporthal Jean Jaurès in Parijs beloofde Montebourg woensdag „het vaandel van Bourget dat op de grond is gevallen in het stof” weer „op te pakken”.

Het redelijke verhaal van Hollande

Maar wie in de tekst van het Discours du Bourget uit 2012 zoekt naar revolutionaire plannen, komt bedrogen uit. Afgezien van de retorische uithalen naar de wereld van het grote geld was Hollande helemaal niet zo radicaal, zegt Gilles Finchelstein, directeur van de Fondation Jean Jaurès, een denktank uit de omgeving van de PS. Finchelstein kan het weten, want hij was destijds een van de auteurs. „Het was een heel redelijk verhaal”, zegt hij in een café bij de Arc de Triomphe. „De beloftes zijn grotendeels gerealiseerd.” Dat komt trouwens ook omdat Hollande volgens Finchelstein domweg niet veel heeft toegezegd. „Eigenlijk heeft een socialistische campagne nog nooit zo weinig beloofd”, lacht hij. „Wat beloofd is, is uitgevoerd. Maar de perceptie is precies het tegenovergestelde.”

Het probleem, zegt Grunberg, is dat de socialisten voorafgaand aan deze regeerperiode nooit scherpe ideologische keuzes hebben durven maken. Dat dateert al van de tijd van oud-president François Mitterrand, die in 1971 de partij revitaliseerde.

„Hij maakte van historisch verdeeld links een machtspartij, een natuurlijke regeringspartij, maar behield de antiliberale, antikapitalistische visie. Daardoor is er altijd discrepantie geweest tussen de doctrine en wat in de regering gebeurde.”

Meestal liep dat met een sisser af, zoals toen Mitterrand in 1983 van socialistische nationalisaties overstapte op meer pragmatische politiek. Nu niet.

„Vroeger”, zegt Grunberg, „kritiseerde de linkervleugel de koers alleen als de partij in de oppositie zat. De afgelopen vijf jaar ging de kritiek gewoon door terwijl de partij aan de macht was.” Dat bleek het pijnlijkst toen bij een voorstel tot bescheiden hervorming van de arbeidsmarkt, de zogenoemde Loi Travail, een patstelling ontstond. De uitgeklede versie van die wet werd door premier Valls na protesten van de linkervleugel van de PS met hulp van een speciaal grondwetsartikel dat stemming overbodig maakt door het parlement gedrukt. De frondeurs kregen daarna op een haar na genoeg handtekeningen bijeen om een motie van wantrouwen tegen het eigen kabinet in te dienen. „De belangrijkste oppositiepartij tegen de regerende PS was de PS zelf geworden.”

Het is als met een autoruit, zegt Finchelstein. „Komt daar een klein putje in, dan kun je dat laten repareren. Doe je dat niet, dan komen er barsten en uiteindelijk knapt de ruit.” Dat is wat nu gebeurt. „Er is vóór 2012 te weinig werk verricht en Hollande heeft als president de breuk niet kunnen afwenden.” Hollande, die als partijleider altijd op zoek was naar synthese tussen de verschillende smaken links, legde slecht uit wat hij deed en van die „vaagheid” hebben de verschillende partijstromingen, de courants, handig gebruikgemaakt. Terwijl uit Finchelsteins opinieonderzoeken bleek dat Hollandes beleid op steun van de bevolking kon rekenen, lag de partij dwars. „De vraag of je bedrijven moet helpen concurrerender te worden heeft socialistische politici meer verdeeld dan kiezers”, zegt Finchelstein. „Die kiezers werken tenslotte vaak voor die bedrijven.”

Verdeeldheid sinds referendum 2005

Wanneer is het putje in de ruit eigenlijk ontstaan? Finchelstein oppert 2005, toen de ene helft van de PS bij het Franse referendum over de Europese ‘grondwet’ campagnevoerde voor ‘ja’ en de andere helft voor ‘nee’. „Dat was tamelijk destructief.” Maar, haast hij zich te zeggen, de geschiedenis van het socialisme in Frankrijk „is er een van verdeeldheid, meer dan in enig ander West-Europees land” en Fransen hebben door de revolutiegeschiedenis nu eenmaal „een voorliefde voor politieke symboliek en ideologische strijd”.

Vanwege die permanente verdeeldheid op links was het onmogelijk om vóór 2012 tot een eensluidende koers te komen denkt Thierry Pech, directeur van de eveneens nauw aan de PS verbonden denktank Terra Nova. „Als Hollande al in de campagnes voor een sociaal-democratischere lijn had gekozen, dan had hij verloren.” Hollande, zegt Grunberg, heeft geprobeerd al regerend de partij op een andere koers te brengen. „Maar geschrokken door de reacties en door zijn gebrek aan leiderschapskwaliteiten zette hij niet door. Daardoor werden steeds meer mensen ontevreden.”

Behalve Manuel Valls verdedigt eigenlijk alleen de partijloze Emmanuel Macron het beleid van de vertrekkende president.

Terra Nova, in 2008 opgericht om links na een reeks verloren verkiezingen weer aan de macht te krijgen, was een van de initiatiefnemers van de arbeidsmarktliberalisering die de partij deed kraken. „Het is waar”, erkent Pech, „daar had Hollande geen echt mandaat voor. Ik begrijp dat mensen verrast waren.” Maar Hollande had bovendien „geen verhaal”, zegt hij. „Zijn gedachte was: we hervormen zonder iemand iets te zeggen omdat we het anders niet voor elkaar krijgen. Maar dat werkt dus niet.”

Is het linkse regeerproject nu domweg mislukt? Behalve Manuel Valls verdedigt eigenlijk alleen de partijloze Emmanuel Macron het beleid van de vertrekkende president. „Ik denk niet dat er veel hervormingen zijn die rechts zou terugdraaien”, zegt Pech zuinig. Hij noemt sociale hervormingen als de openstelling van het huwelijk voor homokoppels, maar ook economische, zoals die op de arbeidsmarkt en rond het verminderen van regeldruk en belastingen voor bedrijven. Niet onder de rechtse liberaal Nicolas Sarkozy, maar onder de socialist Hollande is de prijs van arbeid in Frankrijk onder die van Duitsland terechtgekomen, benadrukt Finchelstein. Voor het eerst in tien jaar komt de Franse begroting dit jaar binnen de normen van de eurozone. Misschien, mompelt Finchelstein, wordt Hollande in de geschiedenisboekjes ooit vergeleken met de Duitse hervormer Gerhard Schröder. „Ik hoop het.”

Uiteindelijk, zegt Pech, zijn de problemen van Frankrijk breder dan die van links. „Onze grondwet maakt leiders niet beter, maar slechter.” Het kiesstelsel met twee rondes noopt tot het sluiten van stembusakkoorden. „Het is samenwerken of ten onder gaan. Om macht te krijgen moet je vooraf kromme compromissen sluiten. Eenmaal aan de macht stel je altijd teleur.” Geen primaire brengt daar verandering in. „De Fransen kijken al twintig jaar naar seizoen 1 van dezelfde serie. Steeds weer kiezen ze een president van wie ze veel verwachten en steeds valt hij tegen. Het is vreselijk.”