Verzetsheld die na de oorlog generaal werd

foto anp

De ‘vader van de veteranen’, zo werd de op 24 december overleden luitenant-generaal Ted Meines genoemd. Meines was oprichter en voorzitter van diverse veteranenorganisaties. Ook nadat hij deze functies had neergelegd, bleef hij een belangrijke figuur binnen de gemeenschap. Een bijeenkomst van veteranen was pas écht voorbij als Meines had gesproken.

Commandant der Strijdkrachten Tom Middendorp riep tijdens de herdenkingsdienst voor Meines dit traditionele ‘laatste woord van Ted’ in herinnering. „Als je zijn persoonlijkheid zou moeten vatten in één woord, dan zou dat het woord ‘vertrouwen’ zijn. Of zoals hij het zelf omschreef: ‘Mijn leven is gebaseerd op drie pijlers: zelfvertrouwen, vertrouwen op de medemens en vertrouwen op God.’ Daarover sprak hij dan.”

Meines werd in 1921 geboren in het Friese Huizum. Hij dook tijdens de Duitse bezetting onder en raakte betrokken bij het verzet. Hij was lid van de Binnenlandse Strijdkrachten en hielp onder meer bij het onderbrengen van honderden joodse kinderen. In 1992 ontving hij hiervoor een Yad Vashem-onderscheiding.

In 1948 vertrok Meines als oorlogsvrijwilliger naar Nederlands-Indië, waar hij diende bij de artillerie. In 1950 werd hij beroepsmilitair en doorliep alle rangen, tot hij in 1974 werd benoemd tot generaal. Twee jaar later ging hij met functioneel leeftijdsontslag, waarna hij onder meer directeur van de Nederlandse Hartstichting was.

Op verzoek van prins Bernhard nam hij in deze tijd ook het veteranenbeleid ter hand. Naast oprichter van het Veteranen Legioen Nederland was hij de motor achter het bevrijdingsdefilé in Wageningen. Hij bleef zich tot op het laatst inzetten voor de veteranengemeenschap. Zo pleitte hij afgelopen april in de Tweede Kamer nog voor de komst van een veteranencentrum in paleis Soestdijk.

Meines werd talrijke keren onderscheiden. Hij was onder meer Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw en Officier in de orde van Oranje-Nassau met de zwaarden. Toen de koning hem eens vroeg hoe hij op hoge leeftijd nog zo vitaal en gedreven kon zijn, antwoordde hij: „Majesteit, ik zou het niet weten. Maar één ding weet ik wel: Doe wat je hart je ingeeft. En wat andere mensen daarover denken, leg dat naast je neer. Als je dat kunt en daarvoor de kracht krijgt, kun je heel lang meegaan.”