Commentaar

Toekomst gaat schuil in de nevelen van een strijdlustige Trump

Aan de Pruisische generaal Von Clausewitz dankt de wereld de idee dat in een oorlog bevelhebbers niet tijdig beschikken over essentiële informatie – een fenomeen bekend geworden onder het Engelse begrip fog of war.

Europa kampt dezer dagen niet met fog of war, maar met fog of Trump. En eigenlijk is dat nog erger: want Europa weet niet eens zeker of Trump wel een vijand ís.

Wat wil de man die vrijdagavond in Washington werd beëdigd tot 45ste president van de Verenigde Staten precies? Niemand die het zeker weet.

Op de trappen van het Capitool was hij in stijl én inhoud de ongepolijste Trump van de verkiezingscampagne. Hij haalde uit naar het establishment van de VS, dat vlak achter hem zat, naar de elite die had geprofiteerd en de gewone Amerikaan was vergeten. In Washington werd de macht vreedzaam overgedragen, maar het oude regime niet gespaard.

Voor het buitenland herhaalde Trump met kracht zijn algemene boodschap: er is vanaf vandaag nog maar één uitgangspunt in Washington, er geldt nog maar één decreet: America First. De VS zullen geen buitenlandse legers meer subsidiëren, andermans grenzen niet meer bewaken. De VS zullen de eigen grenzen bewaken en, vóór alles, het eigenbelang nastreven.

Sinds november hangt de wereld, meer of minder gefrustreerd, aan Trumps lippen om in te schatten wat America First in de praktijk betekent.

Trumps eerdere uitlatingen kunnen gemakkelijk opgevat worden als een frontale aanval op vriendschappelijke Atlantische verhoudingen, hoeksteen van de naoorlogse wereld. De VS stimuleerden altijd Europese samenwerking. Trump is een fan van Brexit en het doet er voor hem niet toe of de EU overleeft. Tweede steunbeer van de naoorlogse wereld, de NAVO, noemde hij „obsolete”, verouderd of achterhaald. Maar moet men Trump letterlijk nemen? Belangrijke adviseurs – zijn ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie – denken bijvoorbeeld heel anders over de NAVO. Trumps uitgangspunt is duidelijk, het wachten is nu op essentiële details.

Het was voor liefhebbers van de status quo sowieso een slechte week. Premier Theresa May maakte duidelijk hoe het Verenigd Koninkrijk de onderhandelingen over Brexit zal voeren: met gestrekt been erin. Inzet en toon voorspellen een hard gevecht, dat veel energie zal kosten en kan leiden tot ongewenste effecten als de Britten bijvoorbeeld belastingen voor bedrijven drastisch verlagen. Dan zou continentaal Europa niet met één, maar met twee bondgenoten overhoop liggen.

Dat de wereld niet meer zichzelf is, bleek ook toen de Chinese leider Xi Jinping tijdens het World Economic Forum in Davos het woord nam en zich met fraaie metaforen opwierp als bewaker van de vrijhandel en het klimaatakkoord van Parijs. Protectionisten, zei hij, leven in een donkere kamer. Het is sluw van hem om Trumps hang naar protectionisme uit te buiten en zich, ten overstaan van de mondiale zakenelite, als constructief kapitalist te profileren. Hij weet natuurlijk ook dat China voor de EU een belangrijkere partner wordt als Europa minder op Washington kan leunen.

Maar het kon nog straffer. Ook Moskou is de onrust in de westerse alliantie niet ontgaan. Minister van Buitenlandse Zaken Lavrov verklaarde dat het niet zinvol is vast te houden aan een verouderd concept van unipolariteit en hekelde „het messianisme om post-christelijke waarden wereldwijd te verspreiden”. Westers moralisme is een bedreiging van de normen en waarden van de Russische samenleving, zei hij.

Wat in 2016 werd gezaaid – president Trump, Brexit – wordt nu geoogst. Wat deze week binnenkwam was reden tot zorg. De VS tégen Europa, China als hoeder van vrijhandel en Rusland als scheidsrechter voor normen en waarden. En dat was dan helaas niet het nepnieuws van deze week.