Pure poëzie uit de toetsen

Recensie

Het Twentse Rijssen kreeg donderdag Severin von Eckardstein, een pianist van wereldformaat, op bezoek.

Severin von Eckardstein Foto Irène Zandel

Drie dagen voor zijn optreden in de Amsterdamse serie Meesterpianisten gaf Severin von Eckardstein een recital met identiek repertoire in het Parkgebouw.

Het Rijssense cultuurcentrum timmert aan de weg en wist dit seizoen een aantal internationaal gelauwerde musici te strikken. Niet voor niets werd afgelopen zomer grif geïnvesteerd in een nieuw akoestisch systeem om de Herman Wesselszaal (model gortdroge schoenendoos) van een deugdelijke akoestiek te voorzien.

Jammer dat er blijkbaar geen fatsoenlijke concertvleugel meer vanaf kon. Eckardstein (Düsseldorf, 1978) moest het stellen met een Yamaha (klein model) en dat kwam zijn toon niet ten goede.

Dromerige melancholie en manische geestdrift

Ravels dromerige melancholie en manische geestdrift Gaspard de la nuit klonk flets bij gebrek aan reliëf. Zo wilden de watervlugge notenslierten van riviernimf ‘Ondine’ maar niet sprankelen op het instrument. Het slotdeel was technisch dik in orde, maar door sjofele bassen en beperkte dynamische speelruimte joeg de duivelse dwerg ‘Scarbo’ nergens écht de stuipen op het lijf.

Het tekent Eckardsteins klasse dat hij in het tweede deel, ‘Le gibet’, niettemin wist te toveren met kleur en resonantie.

De tekst gaat verder na de video


Ook zijn vertolking van Medtners Sonate-Ballade was virtuoos, maar zou enorm zijn opgeknapt van een vollere klank.

Schumanns Fantasiestücke opus 12, oorspronkelijk geschreven voor een lichter klavier, kwamen beter tot hun recht. Eckardstein wist de grillige contrasten tussen dromerige melancholie en manische geestdrift mooi uit te lichten en streelde in Brahms’ raadselachtige Intermezzo opus 118/6 pure poëzie uit de toetsen.