Cultuur

Interview

Interview

Mark Jordans: „Zo’n 45 procent van de kinderen in oorlogsgebieden ervaart psychosociale klachten.”

Foto Lars van den Brink

Oorlogsleed leidt tot onzichtbare pijn bij zo veel kinderen

Interview Veel methoden blijven nog onbenut in de geestelijke hulp aan kinderen in oorlogsgebieden vindt kinderpsycholoog Mark Jordans.

Bommen vallen, troepen marcheren door de straat, de stad ligt in puin. Mensen vechten, vluchten, sterven. Soms komt er hulp, dekens, kleding, tenten, voedsel, medicijnen, misschien zelfs onderwijs.

Maar hoe zit het in de hoofden van de kinderen? Welke kansen hebben ze nog, met het geweld op het netvlies, als ze niemand meer vertrouwen, als ze zichzelf kwijt zijn? Ook op dat vlak hebben ze hulp nodig, zegt Mark Jordans (41). Als wetenschapper bij War Child werkt hij aan het verbeteren van de psychosociale hulp aan kinderen in oorlogsgebieden.

„Zo’n 45 procent van de kinderen in oorlogsgebieden ervaart klachten, zoals depressieve gevoelens, emotionele of gedragsproblemen”, vertelt hij. Maar hoe je kinderen daarmee het beste kunt helpen, is slecht onderzocht. Jordans: „In de laatste decennia zijn er maar 28 studies geweest die hulp aan kinderen in oorlogsgebieden evalueerden . De resultaten zijn tegenstrijdig, ook doordat de onderzoeksmethoden nogal eens verschillen. Daarnaast is het meeste onderzoek gericht op traumatische stress, terwijl kinderen in oorlogsgebieden ook te maken hebben met veel bredere, dagelijkse stressfactoren. Bijvoorbeeld armoede, agressie, mishandeling, en een moeilijke relatie met de ouders.”

Deze week start een groot Europees project dat psychosociale hulp aan Syrische vluchtelingen moet verbeteren, hier en in hun eigen regio. Vijftien organisaties doen eraan mee, in Libanon, Jordanië, Duitsland, Zwitserland en Nederland. War Child en de Vrije Universiteit richten zich daarbij speciaal op kinderen.

Je ziet veel agressie, groepjes kinderen die met elkaar vechten. Dat maakt het werk wel heel zwaar. Maar soms zijn er ook lichtpuntjes.

U bent op zoek naar bewezen effectieve psychosociale hulp. Hoe gaat dat?

„Wij gebruiken een heel gestructureerde aanpak van het ontwerpen en evalueren van hulpmethoden. Daarbij combineren we de psychosociale steun altijd met bescherming en onderwijs. We leggen de lat hoog, zelfs in de moeilijkste gebieden, zoals in Burundi, of Gaza en de Westelijke Jordaanoever. Pas als we hebben aangetoond dat iets werkt, gaan we nadenken over opschaling. Dat is wel uniek hoor, in de humanitaire wereld.”

Wat voor soort hulp biedt War Child?

„Het gaat om interventies, hulpmethoden, die niet alleen op trauma gericht zijn. Kinderen leren bijvoorbeeld hun emoties te reguleren, problemen op te lossen en sociale steun vanuit hun omgeving beter te gebruiken. Vervolgens meten we de effecten daarvan, via observaties en vragen aan kinderen en hun ouders. We maken een vergelijking met groepen kinderen die die training niet hebben gevolgd. En vervolgens gebruiken we de uitkomsten om de methode te verbeteren.”

Hoe ziet zo’n interventie eruit?

„We werken vaak met groepjes van zo’n tien tot vijftien kinderen, bijvoorbeeld van 10 tot 14 jaar oud. In zestien sessies behandelen we problemen zoals pestgedrag of agressie op school, of problemen met de ouders. We laten de kinderen ervaringen uitwisselen, via gesprekken, rollenspellen of creatieve spelvormen. Speciaal getrainde gespreksleiders begeleiden dat. Zij leren de kinderen ook technieken om met bepaalde situaties om te gaan. Sociale technieken, maar ook bijvoorbeeld ademhalings- en ontspanningsoefeningen.”

Werkt die aanpak?

„Ja, de resultaten zijn hoopgevend. Kinderen ontwikkelen betere sociale vaardigheden en krijgen weer meer vertrouwen. Een andere belangrijke uitkomst is dat niet-professionele hulpverleners uit de eigen gemeenschap, met de juiste training, heel goed dit soort sessies kunnen leiden. Dat is een enorm belangrijk gegeven. Je hebt er niet per se psychologen voor nodig.”

Hoe kun je kinderen nog meer helpen?

Ik herinner me een jongetje dat altijd kwaad was en letterlijk overal tegenaan schopte. Met een beetje extra aandacht werd hij in een paar weken tijd al rustiger

„War Child werkt nu aan een pakket van negen programma’s die zich breder op welzijn richten. Bijvoorbeeld door leraren bewuster te maken van psychosociale problemen in de klas en te leren hoe ze daarmee kunnen omgaan. En door ouders en de omgeving er actief bij te betrekken. Door te zorgen dat de gemeenschap zelf problemen bespreekbaar maakt en structuren ontwikkelt voor hulp. En door ouders te leren hun eigen welzijn te verbeteren.”

Bent u zelf onlangs nog in conflictgebieden geweest?

„Ja, onder andere in Syrische vluchtelingenkampen in Griekenland. Er is daar een ontzettende honger naar positieve en gestructureerde activiteiten. Er is daar niks, dus kinderen hangen de hele dag rond. Je ziet veel agressie, groepjes kinderen die met elkaar vechten. Dat maakt het werk wel heel zwaar. Maar soms zijn er ook lichtpuntjes. Op de Westelijke Jordaanoever zag je juist bij de kinderen met de grootste problemen al snel vooruitgang. Ik herinner me een jongetje dat altijd kwaad was en letterlijk overal tegenaan schopte. Met een beetje extra aandacht werd hij in een paar weken tijd al rustiger, en leerde hij beter zijn emoties te reguleren.”

Bent u optimistisch?

„Het is meer een combinatie van enthousiasme en hoop. Maar ik lig er ook wel wakker van. Er is zo veel onzichtbare pijn bij zo veel kinderen. Psychosociale hulp is toch nog te vaak een sluitstuk in de hulpverlening. Terwijl wij vinden dat dit altijd onderdeel moet uitmaken van internationale noodhulp, zeker als het gaat om kinderen in conflictgebieden.”