Ongelovige luistert net zo goed niet

In het programma Rot op met je religie brengt de EO gelovigen met ongelovigen in gesprek. Ook Franca Treur denkt dat dat iets kan opleveren – als kijkcijfers geen rol spelen.

Hebben christenen en niet-christenen elkaar iets te zeggen? Veel christenen vinden van wel. Zij hebben een boodschap voor de ongelovige: kom tot inkeer, geloof in Jezus, ‘doe als wij’. Zoals evangelist Jan in het nieuwe EO-programma Rot op met je religie mensen in de supermarkt al knuffelend ‘zegent’.

De EO werpt in het programma deze vraag op door vier zachtmoedige gelovigen in een huis te stoppen met twee felle atheïsten met ‘religiestress’. In het overigens interessante programma worden de standpunten duidelijk, is de stress voelbaar, maar wordt de vraag of gelovigen en ongelovigen elkaar wezenlijk iets te zeggen hebben, tot nu toe nog niet echt beantwoord.

De meeste ongelovigen denken dat een gesprek niet zinvol is, omdat gelovigen muurvast zitten in het eigen gelijk. Wanneer het Bijbelcitaat, dat als fundament dient, enigszins eenduidig is, zullen de meeste christenen hun meningen nooit bijstellen.

Twee dingen daarover.

Eén. Ook niet-christenen zijn fel overtuigd van hun gelijk. Voor hen zijn de Bijbelse verhalen sprookjes, en zij zijn absoluut niet van plan daar anders over te gaan denken. Discussies over godsbewijzen lopen nooit uit op nieuwe inzichten, áls het al tot een discussie komt. Atheïsten, en zeker agnosten, zullen zeggen dat de bewijslast voor het geloof in ‘bizarre verhalen’ ligt bij gelovigen, en niet bij hen.

Toen ik in het programma Adieu God Tijs van den Brink een intelligente journalist had genoemd, werd ik door enkele atheïsten acuut niet meer serieus genomen.

We leven in ongenuanceerde tijden. Het is heel gebruikelijk om iemand op grond van een bepaalde set overtuigingen meteen in zijn totaliteit te diskwalificeren. Een moslimfundamentalist, die vindt dat zijn manier van geloven met het zwaard verbreid moet worden, kan wel heel interessante ideeën hebben over koken, of over een bepaald schilderij, maar wie wil die nog horen?

Een tweede opmerking: een christen die in de reguliere media doordringt en het voor elkaar krijgt de Jezus-boodschap voor het voetlicht te brengen (zoals een tijdje terug dominee Visser bij het tv-programma Pauw), wordt in eigen kring enorm toegejuicht. Mijn indruk is dat het daarbij niet gaat om het bereiken van de ongelovige, maar juist om de emancipatie van de gelovige. Hij hoort eindelijk eens zijn eigen geluid in de mainstream-media. Zijn overtuiging mag er ook zijn.

Dat brengt me bij groepsdenken. Mensen die samen iets delen, en zichzelf als groep herkennen, zijn geneigd mensen uit de eigen groep meer te waarderen dan die uit andere groepen. Hoe hechter de groep, hoe meer waarde er wordt gehecht aan unanimiteit, en hoe minder ruimte er is voor een kritische, rationele instelling.

Iemand die de groepsvisie tegenspreekt, ligt niet meer goed in de groep en zal die verlaten of eruit worden gewerkt. In het extreemste geval ontstaat een soort geloofsgenootschap dat overtuigd is van het eigen gelijk, ongeacht de feiten.

Groepsdenken bemoeilijkt het gesprek tussen groepen. Heeft iemand de groep verlaten, dan is in de meeste gevallen het gesprek voorbij. Tenzij diegene veel in beeld is, een publiek figuur wordt. Dan zegt de oude groep: hé, maar hij of zij was toch ‘bij ons’?

Het is pijnlijk een ‘overloper’ in beeld te zien, omdat de zere plek die juist graag wordt vergeten, plotseling extra intens wordt gevoeld. Iemand die de groep verlaat, is misschien wel niet de láátste die de groep verlaat. Het is daarom dat ik door christenen nog heel vaak uitgenodigd word voor een goed gesprek.

Dat waardeer ik. In het recente verleden heb ik lang niet altijd aan die uitnodigingen gehoor gegeven, omdat ik in eerste instantie geen roman (Dorsvloer vol confetti) heb geschreven over een reformatorische geloofsgemeenschap om het gesprek met gelovigen weer aan te gaan. Maar daar kom ik een beetje van terug.

Verzuiling en navelstaarderij is luiheid. Laten we praten, maar op een rustige manier. Zonder de emotie die ik vroeger bij zo’n gesprek zou voelen, en zonder dat we met elkaar in een huis worden opgesloten, zoals de atheïsten en gelovigen in Rot op met je religie, dat behalve meer begrip ook goede kijkcijfers nastreeft.

Kan een gelovige een ongelovige vertrouwen? Is solidariteit per se met iedereen? Waarom hebben religies altijd problemen met seks? Hoe kan een ongelovige ervan worden overtuigd dat hij zondig is? Is een gelovige per definitie fundamentalistisch? Waarom werken goden altijd met verhalen? Moet moraliteit een fundament hebben, en houden refo’s de plofkip in stand?

Gelovigen en ik zullen het over veel oneens zijn, fundamentele dingen wellicht, maar laten we zien of we elkaar toch iets te zeggen hebben.

Deze column verscheen eerder op christelijk online magazine cip.nl.